In een land half zo groot als Nederland kun je je moeilijk verstoppen voor je vijanden. Daarom kiest Israël waar het maar kan voor 'strategische diepte'. In het militaire abc betekent dat: zee. Een land dat zich bedreigd voelt en voor atoomwapens kiest, zal die dus op schepen zetten. Liefst zo onvindbaar mogelijk, dus op onderzeeboten. Het gonst al jaren van de geruchten dat Israël kernwapens heeft, het gonst al jaren van de geruchten dat het deze op de Dolphin-onderzeeërs heeft die het eind vorige eeuw in Duitsland heeft gekocht. Met korting, om Duitse schuldgevoelens over de Holocaust enigszins te delgen, en niet toevallig ook nog eens zonder scrupules aan de Joodse staat gegund in een periode (1990-1991) dat bedrijven uit de Bondsrepubliek zwaar onder verdenking lagen van wapenleveranties - gifgas zelfs - aan figuren als Saddam Hoessein en Muammar Khadaffi. Niet Israëls beste vrienden, dus daar mocht wat tegenover staan.
De eerste berichten, niet geruchten, dat Israëls onderzeeërs met nucleaire kruisraketten zijn uitgerust, komen niet uit Der Spiegel (dat ze vorige week wel uitvoerig versterkte) maar sinds 2009 uit bladen als Jane's en The Sunday Times. Der Spiegel meldt ook dat de Israëliërs eind jaren tachtig interesse toonden voor Nederlandse onderzeeërs, maar deze minder aantrekkelijk vonden. Inderdaad, het had weinig gescheeld of de Israëlische atoomafschrikking was Dutch Design geweest.
'Ga je goddelijke gang maar, maar als je kop eraf gehakt wordt, ben ik niet thuis.' Dat waren de woorden waarmee staatssecretaris Jan van Houwelingen in 1983 toestemming gaf aan schout-bij-nacht W. Kool om met de Israëlische marine over samenwerking met de Nederlandse onderzeebootdienst te gaan praten. Geheim, en achter de rug om van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat na Ariel Sharons bloedige veldtocht in Libanon ieder contact met de Israëlische strijdkrachten verboden had. Eind november 1983 meldde Kool bij terugkeer aan Van Houwelingen dat Israël belangstelling had voor zes kleinere onderzeeboten. Dat mocht dus niet, maar in het geheim werd het hoofd van het Bureau Onderzeeboten van de Koninklijke Marine, ir. H.P. Fransen, zes maanden ter beschikking gesteld van de zgn. Dutch Design Group, waarin ambtenaren, ontwerpers en officieren uit de twee landen en vertegenwoordigers van de scheepswerf Wilton-Fijenoord zich gezamenlijk bogen over de Israëlische wensen.
Met de Zwaardvis-onderzeeboot als uitgangsmodel is toen heel wat getekend. Geen bestek van een complete onderzeeboot, maar interessant genoeg om het model van de zgn. Thornback medio 1984 tegen betaling van een miljoen gulden af te leveren bij de Israëlische ambassade in Parijs. En veelbelovend genoeg voor een vervolgopdracht ter waarde van twintig miljoen gulden contract design, maar toen greep Buitenlandse Zaken na een tip van MIVD in. En detail door Paul Rusman en mijzelf beschreven in 'De marine leende de onderzeebootdienst uit aan Israël' (VN 17 juni 1989), waarin we ook optekenden dat de onderzeeboten in ondiep water zouden moeten opereren, hard moesten kunnen varen, 'en veel geschut op de boeg moesten hebben om die Arabieren van voren een flinke beurt te kunnen geven'. Dat laatste sloeg op de specificaties van lanceerbuizen voor 'zeer bijzondere raketten', waar 'wij maar beter niet naar konden vragen' - iets dat wij toen ook niet mochten opschrijven.
Volgens een bron op Buitenlandse Zaken waren 'de sabeldieren van de Marine razend' toen het Thornbackproject werd stopgezet. Er is zelfs een vooronderzoek ingesteld tegen de marine vanwege illegale wapenuitvoer (c.q. strategische kennisoverdracht), maar de mogelijke betrokkenheid van een staatssecretaris was een lastige factor en zal een rol hebben gespeeld bij de beslissing tot sepot in juni 1987. Schout-bij-nacht Kool destijds: 'Ik herinner me dat onderzoek van de Economische Controledienst wel. Ze belden me op en vroegen of ik voor verhoor naar Den Haag wilde komen. Ik antwoordde ho ho, daar ben ik te oud voor. Komen jullie maar naar mij toe. En nu je het zegt, het eigenaardige was, er werden verdomd veel vragen gesteld over Van Houwelingen. Ik had Wilton graag die order willen geven. Tja die mannetjes van Buitenlandse Zaken. Wel zaken willen doen met Saoedi-Arabië en Koeweit, en dan die verkoeling met Israël, daar klopt natuurlijk geen flikker van.