Economische diplomatie bleef bij mooie woorden
Het inmiddels demissionaire kabinet-Rutte is er onvoldoende in geslaagd de economische diplomatie te verwezenlijken.
Demissionair minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD) ontbrak het aan eigen ideeën over wat economische diplomatie inhoudt en hij riep onnodig veel weerstand op. Ondertussen liet het kabinet belangrijke kansen liggen voor de bv Nederland en nam het de schade aan de eigen reputatie in het buitenland niet serieus.
Handelsbevordering
Deze ongezouten kritiek komt van Jan Melissen en Maaike Okano-Heijmans van Clingendael, het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen. Melissen is hoofd onderzoek en hoogleraar diplomatie aan de Universiteit Antwerpen. Okano-Heijmans is onderzoeker bij Clingendael. Zij uiten hun kritiek in een bijdrage aan Rijk achter de dijken?, een speciale uitgave van het instituut over het buitenlandse beleid in de partijprogramma's en de verkiezingen. Die uitgave zal deze week verschijnen.
'Rosenthal heeft veel gepraat over de bijdrage die de diplomatie kan leveren voor de bv Nederland door zich te richten op handelsbevordering, het leggen van contacten die voor het bedrijfsleven belangrijk zijn en concrete steun voor bedrijven', zegt Melissen in een toelichting op de uitgave. 'Maar daar is nog te weinig van terechtgekomen.'
Weinig praktische invulling
Volgens Melissen valt dat de Nederlandse ambassades en consulaten in het buitenland nog het minst te verwijten. Die doen vaak nuttig werk voor het bedrijfsleven, zegt hij. Het ontbrak echter aan een uitgewerkt en helder verhaal over wat Den Haag op dit vlak van het internationale postennetwerk verwacht, aldus de wetenschapper. De partijprogramma's hebben het wel over economische belangenbehartiging, maar komen nog minder dan Rosenthal met een praktische invulling.
Dat Rosenthal het nodig vond bij zijn aantreden de internationale diplomatie weg te zetten als 'rustiek tijdverdrijf', heeft de motivatie bij Buitenlandse Zaken en bij de diplomaten geen goed gedaan, meent Melissen. De diplomaten werken volgens hem de laatste jaren toch al in een weinig stimulerende omgeving. 'Nederland is hopeloos in zichzelf gekeerd en Europa heeft het moeilijk.'
Diplomatieke posten
Hij noemt het een belangrijke misser dat de premier, noch de vicepremier of de minister van Buitenlandse Zaken aanwezig was in Peking bij veertig jaar diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en China.
De keus om ambassades te behouden in Bratislava (Slowakije) en La Valetta (Malta) schrijven Melissen en Okano-Heijmans toe aan een effectieve EU-lobby. Volgens hen heeft het bedrijfsleven juist baat bij diplomatieke posten in verre, opkomende landen, omdat ondernemers veel minder vertrouwd zijn met de cultuur en de regels in die landen dan met zakendoen binnen de Europese Unie.
N.B.: op 21 augustus 2012 heeft Frans Timmermans (PvdA) Kamervragen gesteld over het onvoldoende slagen van de Nederlandse economische diplomatie.