Research

Security and Defence

Op-ed

Een dure grap, hoe Nederland zijn problemen naar Uruzgan exporteerde

14 Sep 2016 - 15:12
Bron: Bas van der Schot / Vrij Nederland

Nu de Taliban zich weer heeft laten zien in Tarin Kowt denkt Ko Colijn terug aan hoe een Nederlands kamerlid de missie-Uruzgan in 2009 de nek omdraaide. Het ging er best goed.

Het was niet de vraag of, maar wanneer de Taliban zich weer lieten zien in Tarin Kowt. Vorige week was het dan zover, en ook al dropen ze na een paar Amerikaanse bombardementen en een haastig opgetrommeld bataljon Afghaanse commando’s snel weer af, de verhoudingen lijken wel duidelijk. De Taliban kunnen in de helft van Afghanistan kat-en-muis spelen, het Afghaanse leger en het restant Amerikanen zijn niet meer dan een mobiele eenheid die niet op elke plaats tegelijk kan zijn.

De reacties in ons land waren voorspelbaar: zie je wel dat het allemaal voor niks is geweest. 24 Nederlandse slachtoffers, 150 gewonden, en zonde van de twee miljard euro.

Flauw om oude koeien uit de sloot te halen, maar ik moest toch even terugdenken aan 2009, toen het (toenmalige) Kamerlid Martijn van Dam bijna eigenhandig de missie-Uruzgan de nek omdraaide en in feite de val van Tarin Kowt inleidde. Glorieus bedreef hij even wereldpolitiek. Is dat te veel eer voor een Kamerlid dat tegenwoordig de ministeriële opvang van zeehonden en het mestoverschot doet? Op 30 september 2009 verraste hij alles en iedereen door met collega Voordewind (CU) een motie in te dienen die eiste dat ‘Nederland per 1 augustus 2010 hoe dan ook zijn leidende militaire verantwoordelijkheid in Uruzgan (zou) beëindigen, dat vanaf 1 augustus 2010 de terugtrekking van de Taskforce Uruzgan zo snel als mogelijk (zou) geschieden en deze terugtrekking per 1 december 2010 (zou) zijn afgerond’.

De facto trok hij daarmee de stekker ook uit het kabinet-Balkenende (een half jaar later), dat dit vertrek van de PvdA niet meer te boven kwam. Het was in 2007 nou eenmaal afgesproken, was Van Dams verweer. Dramatische peilingen voor de PvdA en Maurice de Hond wogen zwaarder dan geopolitiek. 2007 was nog het tijdperk-Bush jr, in 2009 was Obama president geworden en die was bekeerd tot een geleidelijke afbouw van Afghanistan. Zijn vicepresident Joe Biden had in het kader van een ordelijke aflossing nog voor een verlenging gepleit, NAVO-chef Rasmussen had in februari 2010 nog geprobeerd om Nederland er een jaartje extra aan te laten plakken, maar het was tevergeefs. Het was allemaal heel principieel, afspraak was afspraak, en de NAVO moest maar zien hoe het in Uruzgan verder moest.

Het buitenland was not amused. De actie was een schoffering van Afghanistan, de ISAF-partners en de net aangetreden Obama. De in vier jaar opgebouwde internationale goodwill was in één klap weg, we gooiden het probleem-Uruzgan over de schutting bij de Australiërs en Amerikanen die gewend waren, en onder die omstandigheden ook weinig anders konden, om de Taliban op een andere manier buiten de deur te houden.

De haast antropologische 3D-aanpak van Nederland werd vervangen door de veel militantere anglo-methode, waarbij ook samenwerking met foute stamhoofden geen taboe meer was. Niet dat Uruzgan nu een veilig paradijs zou zijn geweest als Nederland nog een jaartje of langer was gebleven, maar in 2010 wás er toegang tot basisgezondheidszorg, wás het aantal lesgebouwen verdubbeld en gingen er vier keer zoveel kinderen naar school, begonnen naast papaver ook fruitbomen en saffraan te bloeien en werden lokale conflicten niet uitgevochten maar eerst besproken.

We maken ons erg boos over de ongewenste import van buitenlandse veiligheidsproblemen. Maar in zekere zin deed Nederland zeven jaar geleden hetzelfde. Binnenlandse politiek was belangrijker dan buitenlandse. Of eigenlijk erger: een goedkoop binnenlands gebaar maken leidde tot de export van dure buitenlandse gevolgen. Van Dam maakte onlangs bekend uit de politiek te gaan, maar als het Koninkrijk het wil, zal hij misschien nog wel over een ministerschap nadenken.