Zes jaar geleden zagen we de kwestie-Oekraïne als een restant van de Koude Oorlog. George Bush jr. bood het grensland op een NAVO-top in Boekarest het lidmaatschap van het westelijk bondgenootschap aan. Frankrijk en Duitsland lagen dwars, dus Rusland hoefde zich daar niet eens heel druk om te maken. Dat deed het wel, want niet ten onrechte beriep het zich op een belofte van Bill Clinton dat de NAVO na afloop van de Koude Oorlog niet naar het oosten zou opschuiven. Maar ja, dingen veranderen, en erg geheugenvast waren de Russen ook niet altijd, dus… enzovoort. Vier maanden later nam Poetin wraak door een ander kandidaat-NAVO-lid, Georgië, een lesje te leren op het slagveld.
Vier jaar geleden zagen we de kwestie-Oekraïne als een stukje Poetindoctrine. Poetin had de gaskraan naar Kiev al twee keer dichtgedraaid, nu kon de afperswinst geconsolideerd worden. Janoekovitsj won de presidentsverkiezingen en gaf in ruil voor een lage gasprijs de Russen tot 2042 toegang tot marinebasis Sebastopol op de Krim, thuisbasis van de Zwarte Zeevloot.
Twee maanden geleden zagen we het conflict in Oekraïne als een Europese twist. Zou het land een associatieverdrag met de EU sluiten, dan kon het zich via de handel op een West-Europese toekomst voorbereiden. Maar Janoekovitsj kreeg de missive uit het Kremlin dat hij voor een Russisch krediet moest kiezen, ter voorbereiding op een ‘Euraziatische’ toekomst.
Een maand geleden werd ons gezegd dat we de opstand op de Maidan juist weer niet te veel als een Oost-West- of Brussel-Moskou-conflict mochten zien. Hier was sprake van een nationalistische eruptie. Oekraïne wil zijn eigen toekomst bepalen, een verlangen dat vooral in Lviv en Kiev maar zelfs wel in Charkov en Donetsk leefde.
Twee weken geleden, nadat de Oranjerevolutie van 2004 in de herkansing geslaagd leek te zijn en Janoekovitsj was verjaagd, dachten we even dat de Russen de 21ste eeuw begonnen te begrijpen. Poetin bedreef soft power-diplomatie in het Holland Heineken House en leek niet geïnteresseerd in hard power vanuit het Kremlin.
De redenering die Poetin gebruikte om in Oekraïne te interveniëren, is gezocht en gewrongen (eerst Russische paspoorten uitdelen, en vervolgens Russische burgers beschermen). Als hij vindt dat Oekraïne de eigen bevolking (lees: etnische Russen) niet goed beschermt, had Rusland zich sinds 2005 tot de VN kunnen wenden en de responsibility to protect-doctrine moeten inroepen – die het in Libië wel en in Syrië niet omarmde. Als hij bang is de Russische marinebasis Sebastopol te verliezen – een faciliteit die hem door de internationale gemeenschap niet wordt ontzegd – had hij zich tot die verzekering moeten beperken. De VS zou daar niet moeilijk over doen. Die heeft z’n Guantánamo, Diego Garcia en Okinawa, en begrijpt heus wel wat de begrippen ‘invloedssfeer’ en ‘nationaal veiligheidsbelang’ inhouden.
Het beste wat Oekraïne nu nog kan overkomen, is geen 19de- en ook geen 21ste-eeuwse afloop van dit uit de hand lopende conflict, maar een 20ste-eeuwse. Die duldde een ander grensland tussen Oost en West ook lange tijd. Toegegeven, de inwoners werden er niet uitbundig van, maar er viel mee te leven. Na de Tweede Wereldoorlog hoorde Finland nergens bij, mocht het geen lid zijn van de NAVO of de EU (toen nog EEG), maar bleef het ook verschoond van het Warschaupact en leefde het als democratisch reservaat in de schaduw van de Sovjet-Unie. De Russen hadden de beschikking over een flinke marinebasis in Porkkala. Niettemin waren de Finnen trots op de lijdzame metafoor die ervoor werd bedacht: Finlandisering.