Research
Articles
Een nieuw jaar voor Europa
Voor 2010 staan belangrijke discussies gepland over de toekomst van Europa. Het Nederlandse veto tegen de Europese grondwet bombardeerde euroscepsis tot politiek probleem. Dit leidde tot de motie-Pechtold die vraagt om een visie op Europa. Je kunt, is de achtergrond van de motie, niet van Nederlanders vragen enthousiast te zijn over Europa als het niet duidelijk is waar de Europese Unie op afstevent. In juni komt de regering met een antwoord. Het Europese toekomstdebat zal creativiteit vragen. Het gevaar is dat elke visie op Europa bezwijkt onder doemdenken. Kan en durft de regering nog met een wervend verhaal over de EU komen?
Ook de EU zelf buigt zich dit jaar over haar toekomst. Een reflectiegroep met kunstenaars (zoals de Nederlandse architect Rem Koolhaas) en wetenschappers zal dit jaar met een visie komen. Verder zal de nieuwe Commissie haar koers moeten uitzetten. In hoofdlijnen gaat de toekomstdiscussie over het interne functioneren en over het externe optreden van de EU. Europese eenwording heeft tot nu toe vooral gedraaid om opheffen van handelsbarrières tussen lidstaten en de introductie van de euro.
De grote vraag is of de EU ook een wereldspeler is. Experts zijn daar doorgaans sceptisch over. Hun euro-pessimisme blijkt uit academisch werk met titels als Europe is dead. Ook Geert Mak heeft de EU onlangs neergezet als een navelstarend, stagnerend project.
De EU gedijt vooral goed in een liberale wereldeconomie waarin basiswaarden als democratie en vrijhandel worden gegarandeerd door de Verenigde Staten. Maar de opgekomen economieën - vooral China - hebben hun eigen waarden. De nieuwe wereld is er een van relaties tussen machtsblokken. De Nederlandse belangen zijn daarmee afhankelijk van de kracht van de EU als handelsblok.
Gebrek aan eenheid ondermijnt echter de Europese slagkracht. Rusland speelt de Europese landen tegen elkaar uit op het gebied van gasleveranties. Op het gebied van mensenrechten komt de EU zwak over wegens verdeeldheid over zaken als homorechten, crucifixsymbolen op scholen en persvrijheid. Verder nemen de lidstaten nog afzonderlijk deel aan mondiale overleggen zoals de G20 over de bestrijding van de financiële crisis terwijl het Europese geluid gebundeld zou moeten worden. Intussen richten de Verenigde Staten hun blik op China.
Voor het oude continent dreigt een toekomst als themapark met manneke pis, molens en Michelangelo's.
Er leven dus fundamentele vragen ten aanzien van de toekomst van de EU. In modern eurojargon: Europa mist een narrative, een samenbindend verhaal. Ten tijde van Jacques Delors sprak Europa tot de verbeelding door de economische voordelen en had het de interne markt als verhaal. Rond 1990 was Europa een onbetwiste voorwaarde voor de Nederlandse economische groei. 'Europa' was een economisch verhaal. Tegenwoordig overheerst de twijfel of de EU kan uitgroeien tot politieke eenheid met mondiale allure.
Toch is het doemdenken onterecht. Europa heeft zich snel ontwikkeld en getoond enorm veerkrachtig te zijn. Er is weinig te zien van een vastlopen van de Unie. Het Europese verhaal is inmiddels aan het veranderen. De EU groeit als politiek antwoord op regionale (zoals de aanpak van immigratie uit Noord-Afrika) en mondiale problemen (bijvoorbeeld in onderhandelingen over energiezekerheid, financiële regulering en aanpakken belastingparadijzen).
Daarbij, 2009 was een belangrijk jaar met de komst van de vaste voorzitter van de Europese Raad en een hoge vertegenwoordiger die het Europese buitenlandse beleid coördineert en de lidstaten meer samenbindt. Ook is de Unie versterkt door een nauwere samenwerking tussen Commissie en Europees Parlement en wordt op de werkvloer steeds meer samengewerkt tussen lidstaten en met de Europese Commissie in het internationale optreden. Verder wordt geprobeerd de invloed van de EU in haar directe omgeving te vergroten ('nabuurschapbeleid') en zijn er plannen om ontwikkelingsgelden van lidstaten te bundelen en om te buigen naar regio's dichter bij huis.
Hiermee heeft de Nederlandse regering voor 2010 voldoende aanknopingspunten voor een nieuw Europees verhaal dat uitstijgt boven het doemdenken. Om maar een aanzet te geven: pleit voor een grotere rol van de Unie in internationale organisaties (en ja, dit gaat ten koste van de rol van de lidstaten - en dus ook van Nederland - in bijvoorbeeld de G20 en in andere internationale organisaties), ontwikkelingssamenwerking moet meer gecoördineerd worden en de lidstaten moeten hun buitenlandbeleid meer op elkaar afstemmen.
Daarbij moet de verleiding van de Nederlandse euroscepsis bestreden worden. In de multipolaire wereld is geen plaats voor provincialisme. De toekomst van Nederland ligt in Europa.