In de begin jaren negentig van de vorige eeuw onderging Europa drie grote revoluties: een geopolitieke, economische en digitale revolutie. De val van de Berlijnse muur, de voltooiing van de interne Europese markt en de opkomst van het internet hebben Europa ongekend veranderd, maar de EU heeft zich niet fatsoenlijk aangepast aan deze dramatische veranderingen. Het gevolg hiervan is dat zij haar ‘sex appeal’ bij zowel de burgers van Europa als bij haar externe waarnemers heeft verloren. Voor vele decennia was de EU een model van succesvolle integratie: een efficiënte markt met welvaartsbescherming voor haar burgers die het vermogen had om onstabiele buurlanden te pacifiëren. Dat is nu echter geschiedenis. Tegenwoordig is de EU duidelijk in wanorde.
Een crisis van cohesie: divergentie
Verschillen tussen lidstaten zijn toegenomen de laatste jaren. Het is nu meer dan ooit duidelijk dat er in de EU beleidsmakers zijn en beleidsontvangers: de eerste groep wordt vertegenwoordigd door crediteur-lidstaten en de tweede door debiteur-lidstaten. Daarnaast heeft de eurocrisis angst en wederzijds wantrouwen tussen de lidstaten gegenereerd waardoor samenwerking steeds moeilijker is geworden.
Verschillen tussen lidstaten zijn toegenomen de laatste jaren. Het is nu meer dan ooit duidelijk dat er in de EU beleidsmakers zijn en beleidsontvangers: de eerste groep wordt vertegenwoordigd door crediteur-lidstaten en de tweede door debiteur-lidstaten. Daarnaast heeft de eurocrisis angst en wederzijds wantrouwen tussen de lidstaten gegenereerd waardoor samenwerking steeds moeilijker is geworden.
Een crisis van vertrouwen: geen democratische legitimiteit
Tot voor kort was de rationale van het integratieproces gebaseerd op efficiëntie, niet op democratie. Burgers over het gehele continent zijn nu echter sceptisch over het Europese project en de argwaan over niet functionerende instituties maakt het politieke debat polariserend. Binnen de EU domineren de technocraten de beleidsvorming, terwijl de populisten de politiek domineren.
Tot voor kort was de rationale van het integratieproces gebaseerd op efficiëntie, niet op democratie. Burgers over het gehele continent zijn nu echter sceptisch over het Europese project en de argwaan over niet functionerende instituties maakt het politieke debat polariserend. Binnen de EU domineren de technocraten de beleidsvorming, terwijl de populisten de politiek domineren.
Als gevolg hiervan verspreidt zich in Europa een koorts van referenda waanzin. Een paar maanden geleden hadden we een referendum dat Griekse burgers vroeg een euroakkoord te steunen met Europese crediteuren. In April vroeg een referendum aan Nederlandse burgers goedkeuring voor het Associatieverdrag tussen Oekraïne en de EU. In Juni zal een referendum Britse burgers vragen of zij in de EU willen blijven of niet. In Hongarije zal een referendum worden gehouden over de vraag of de EU quota van het herplaatsen van vluchtelingen dienen te worden geaccepteerd.
In al deze referenda kan slechts een fractie van het Europese electoraat haar stem laten horen op onderwerpen die heel Europa aangaan. Met andere woorden, een paar miljoen partijdige nationale kiezers kunnen de koers dicteren van een Europees vliegtuig van 500 miljoen passagiers aan boord. Als dit geen ‘tirannie van de minderheid’ is?
Daarnaast moet in het huidige hiërarchische systeem elke beleidsverandering langs Berlijn, dat met tegenzin een imperium is geworden. Coalities moeten met Duitse steun worden gevormd waarbij de Duitse overheid, zoals alle andere regeringen in Europa, zich dient te concentreren op de nationale politieke implicaties van elke Europese beleidsverandering. Ook, zoals de Eurogroep tijdens de crisis heeft laten zien, maken lidstaten in deze coalities belangrijke beslissingen buiten het juridische raamwerk van de EU om en tevens zonder publieke beraadslaging.
Een crisis van verbeelding: Intergouvermentalisme en supranationalisme achterhaald
Hoe moeten we nu verder? Lidstaten weigeren te spreken over de toekomst van de EU. Terwijl het duidelijk is dat integratie ‘by default’ op een centraliserende manier waarschijnlijk bepaalde landen zal doen laten terugtrekken met uiteindelijk desintegratie tot gevolg.
Hoe moeten we nu verder? Lidstaten weigeren te spreken over de toekomst van de EU. Terwijl het duidelijk is dat integratie ‘by default’ op een centraliserende manier waarschijnlijk bepaalde landen zal doen laten terugtrekken met uiteindelijk desintegratie tot gevolg.
Er is geen idee hoe we de EU opnieuw vorm moeten geven: er ligt geen plan B op tafel. Dit vergroot de kloof tussen Eurosceptici en verdedigers van de status quo, dat wordt gepresenteerd als de enige manier om de Unie te besturen. Nieuwe visies moeten door het Europese electoraat worden omarmd. Op het moment heeft het brede publiek echter weinig vertrouwen in zowel nationale als Europese politici.
Desintegratie..?
Europese beleidsvorming is altijd langzaam en complex geweest, maar vandaag ontbreekt het de EU aan democratische middelen om legitimiteit aan beleid te geven. Maar de EU dient nog steeds mechanismen te ontwikkelen om de economische, politieke en institutionele zaken aan te pakken waarbinnen de crisis zich afspeelt.
Europese beleidsvorming is altijd langzaam en complex geweest, maar vandaag ontbreekt het de EU aan democratische middelen om legitimiteit aan beleid te geven. Maar de EU dient nog steeds mechanismen te ontwikkelen om de economische, politieke en institutionele zaken aan te pakken waarbinnen de crisis zich afspeelt.
De ontmanteling van de Unie zou enorme economische en geopolitieke consequenties hebben. Blijven doormodderen in de crisis zonder actie te ondernemen, zal het wantrouwen in en de verschillen tussen de lidstaten doen laten toenemen. In plaats van te zoeken naar Europese oplossingen zullen lidstaten in toenemende mate nieuwe problemen zelf -of buiten een Europees raamwerk- proberen op te lossen.
Re-integratie onder een nieuw raamwerk.
Vanwege een verscheidenheid aan rationele en irrationele berekeningen zal de EU niet afgeschaft worden. De EU vervult nog steeds een paar belangrijke functies en beleidsmakers vrezen de mogelijke implicaties van desintegratie: de bekende en onbekende. De vraag is nu of de EU kan worden gerepareerd. Drie oplossingen kunnen worden voorgesteld om het integratieproces te redden.
Vanwege een verscheidenheid aan rationele en irrationele berekeningen zal de EU niet afgeschaft worden. De EU vervult nog steeds een paar belangrijke functies en beleidsmakers vrezen de mogelijke implicaties van desintegratie: de bekende en onbekende. De vraag is nu of de EU kan worden gerepareerd. Drie oplossingen kunnen worden voorgesteld om het integratieproces te redden.
Allereerst is het noodzakelijk om het staatsmonopolie op integratie af te schaffen: steden, regio’s, beroepsorganisaties en NGO’s dienen toegang te krijgen tot Europese beleidsvorming en haar bronnen.
Ten tweede moeten we van territoriale integratie overgaan naar functionele integratie. Verschillende netwerken kunnen in verschillende beleidsvelden, zoals handel, energie, mensenrechten, immigratie of veiligheid, integreren. De huidige nadruk op een territoriaal karakter in plaats van op de taken zelf, veegt landen los van hun werkelijke benodigdheden en omstandigheden op één hoop.
Ten derde zou een policentrische in plaats van een hiërarchische structuur de EU moeten karakteriseren. Decentralisatie en deconcentratie van de macht zullen de legitimiteit en de doeltreffendheid van het beleid vergroten. Afhankelijk van het onderwerp kunnen agentschappen, particuliere netwerken of subnationale entiteiten de integratie begeleiden. Betrokkenheid van burgers zou moeten worden versterkt door middel van (digitale) technologische innovaties.
De eerste stap zou het geven van meer macht en middelen zijn aan de bestaande regulerende EU agentschappen. De macht en middelen van de centrale EU instituties kunnen worden verminderd en hervormd.
Europa in de toekomst: een EU van sociale netwerken
Europa en haar natiestaten zijn veranderd als gevolg van de eerder genoemde revoluties: fysieke grenzen zijn een verouderd concept, achterhaald door de onderlinge afhankelijkheid en de transnationale netwerken die er reeds zijn. Er is daarom behoefte aan pragmatisme om de macht terug te brengen waar de zaken daadwerkelijk plaatsvinden.
Europa en haar natiestaten zijn veranderd als gevolg van de eerder genoemde revoluties: fysieke grenzen zijn een verouderd concept, achterhaald door de onderlinge afhankelijkheid en de transnationale netwerken die er reeds zijn. Er is daarom behoefte aan pragmatisme om de macht terug te brengen waar de zaken daadwerkelijk plaatsvinden.
Op sommige gebieden, zoals defensie, kunnen staten wellicht heel goed de belangrijkste actoren blijven. Maar op andere gebieden zoals marktregulering, sociaal beleid of interne veiligheid hebben talrijke lokale of transnationale actoren, particulier of publiek of gemengd, een kans om aan belang toe te nemen.
Integratie die lokale omstandigheden erkent en rigide hiërarchische blauwdrukken afwijst, kan in het omgaan met problemen van complexe onderlinge afhankelijkheid effectiever blijken. Effectief bestuur gaat dan meer over onderhandelen en netwerken tussen verschillende actoren en minder over de implementatie van bevelen die afkomstig zijn van een Europees centrum.
De netwerken die voortkomen uit dit type integratie zullen organisaties zijn die in specifieke behoeften voorzien in plaats van dat zij volwaardige staatsbestellen worden. Het zijn juist dit soort geraffineerde en diverse netwerken die Europa zo hard nodig heeft.
____
Jan Zielonka is hoogleraar European Politics op de Universiteit van Oxford