Welke kant we met de eurocrisis ook op gaan, alle scenario's zullen verschrikkelijk kostbare met zich meebrengen. Dat zegt Adriaan Schout, die vermoedt dat er nog veel eurolijken in de kast liggen. Betrokken partijen moeten nu snel open kaart spelen om beter zicht te krijgen op de risico's. Niet alleen van het uiteeenvallen van de euro, maar ook van het voortbestaan ervan.
Eerder schreef ik op deze pagina dat er voor de euro twee alternatieven zijn: of de euro valt uiteen, of de onvermijdelijke stappen worden gezet richting een normale volwassen monetaire unie. Politici doen net of er nog tussenoplossingen zijn maar daarmee dansen ze om de hete brij heen. Vermoedelijk wordt het de volwassen monetaire unie met de noodzakelijke economische coördinatie en de bankenunie. Welk van de twee scenario’s het wordt lijkt niet het resultaat te worden van keuzes door politieke leiders. De koers wordt vooralsnog bepaald door ontwikkelingen die de politieke debatten voortdurend inhalen.
Kosten van doorgaan
Dit is echter niet het hele verhaal. Beide scenario’s zijn duur; heel erg duur. Omdat ik rekening houd met het voortbestaan van de euro is het goed om bij de kosten van dat scenario stil te staan. Menigeen berekent de kosten van het uiteenvallen van de euro, maar de kosten van het doorgaan worden minder geëxpliciteerd. Het lijkt alsof er aan probleemontkenning wordt gedaan en het is natuurlijk sowieso bijzonder moeilijk om in de boeken van banken te kijken.
Patroon
Over de kosten om de euro te behouden ontbreekt informatie en kunnen dus alleen vragen worden opgeroepen en grove lijnen worden geschetst. Een patroon kan misschien onderscheiden worden van niet willen weten of niet willen zeggen wat de proporties van de crisis zijn. Toen de nieuwe Griekse premier Papandreou in 2009 aankondigde dat de Griekse staatsfinanciën slechter waren dan aangegeven duurde het nog meer dan een jaar voor de werkelijke omvang van begrotingstekort en staatsschuld bekend was. Daarna duurde het nog maanden voordat de consequenties hiervan voor andere lidstaten duidelijk werden. Over de kosten van het omvallen van Griekenland voor Nederland wordt zelfs nu nog gedebatteerd. Het Financieele Dagblad schatte deze enige weken op 21 miljard en een CPB onderzoeker kwam recenter uit rond de 30 miljard. De schattingen van de kosten voor Nederland zijn inmiddels door het CPB opgehoogd.
Probleemontkenning
In de EU zijn twee bankentests uitgevoerd die hartgrondig bekritiseerd zijn. Binnen weken na het publiceren van de uitkomsten bleek hoe onbetrouwbaar de gegevens waren omdat ‘goede’ systeembanken alsnog overgenomen moesten worden. Spanje heeft dit jaar deze trend van probleemontkenning voortgezet. De verliezen bij Bankia bleken meer dan honderd keer groter dan eerder opgegeven. Ondertussen wordt gesproken over het redden van de Spaanse banken maar becijferen experts zoals David Goldman in deze krant dat het redden van Spanje onbegonnen werk is.
Paniek creëren
Er lijkt een terughoudendheid te zijn om uit te zoeken hoe groot nu de totale risico’s zijn van de bankencrisis. Redenen hiervoor zijn onder andere de vrees om paniek te creëren en om weerstand bij het publiek aan te wakkeren. Dit konden we bijvoorbeeld zien bij de bankentetst en in de discussies over de vraag of er publiekelijk gepraat mag worden een Griekse exit of over noodplannen voor het geval de euro uiteen spat.
Euro-lijken
Voor we nu verder gaan met het accepteren van verdere oplossingen is het daarom nu vooral zaak te weten hoe veel lijken er in welke kasten zitten. Dan pas kan er in de eurozone daadwerkelijk gewerkt worden aan oplossingen. Spaanse banken zijn verre van duidelijk. Daarbij komt dat, om de financiële problemen van Spanje uit te zoeken, wij ook moeten weten hoeveel de tekorten en verplichtingen zijn bij de – onafhankelijke - regionale overheden. Typerend is dat Spaanse bankenexperts schatten dat rond de 40 miljard euro nodig is om de Spaanse banken te ondersteunen. Bankia alleen al lijkt 20 miljard euro nodig te hebben. Hoeveel miljard nodig om de hele verwevenheid tussen Spaanse overheid en banken op te vangen is misschien nergens bekend.
Na Spanje
Als de Spaanse financiële instellingen redenen geven tot zorg dan kan het bijna niet anders dan dat we ook niet weten wat de situatie in Frankrijk is. De Franse financiële instellingen zijn op de Zuidelijke landen georiënteerd. Daarbij, de Franse staatsschuld zit al tegen de 90%. Dit, gecombineerd met reeds een afwaardering van een aantal Franse banken, doet vermoeden dat er weinig ‘speelruimte’ over is. Als de Spaanse financiële situatie verslechtert komen we misschien ook langzaam te weten hoe goed gefundeerd de Franse overheid en banken zijn.
Lawine
Niet alleen Frankrijk komt dan in de problemen, de Nederlandse financiële instellingen hebben ook aanzienlijke belangen in Spanje – en in Frankrijk. Het probleem is duidelijk: als het ergens gaat schuiven, dan kan dat nog een aardige lawine veroorzaken. Een Europees depositogarantiestelsel is nodig om een van de noodzakelijk bodems in de markt te leggen.
Eerst duidelijkheid
Doorgaan met de euro vraagt dus om verdere integratie maar daarmee vraagt het ook om duidelijkheid te verschaffen over de risico’s. Wie weet hoeveel euro-lijken er nog in de kasten zitten? Hoe veilig is Frankrijk? In hoeverre verhouden de eventuele risico’s zich tot het – waarschijnlijk schamele – budget van 500 miljard dat nu maximaal uit het ESM gehaald kan worden? Zonder inzicht in de mogelijke consequenties is het politiek onverkoopbaar om ons te moeten overgeven aan diepere integratie.