Research
Op-ed
Eigen maag eerst
Eind vorig jaar schrok zelfs The Financial Times - waar doorgaans geldt: zaken zijn zaken - van het bericht dat het Zuid-Koreaanse bedrijf Daewoo een stuk land had gepacht in Madagascar, zo groot als half België. De huurprijs was nul, en Daewoo gaat er maïs en palmolie verbouwen. Niet om er honger en oliebehoefte van de lokale bewoners mee te verhelpen, maar om de oogst naar Zuid-Korea te verschepen.
Heel gewoon, vond Daewoo, een kwestie van voedselveiligheid. In een tijd van stijgende voedselprijzen en straatrellen zoeken landen die hun eigen voedsel moeten importeren naar middelen om de voedselvoorziening zeker te stellen. Sommige voedselexporterende landen, zoals Argentinië, Oekraïne en Kazachstan, sloten vorig jaar tijdens de crisis hun grenzen onder het motto 'eigen maag eerst', dus helemaal onbegrijpelijk is de voedselrace niet eens. Maar de Wereldvoedselorganisatie FAO ziet een zorgelijke trend en spreekt van neokolonialisme.
Met de deal, die nog niet rond is, zou Zuid-Korea op termijn liefst de helft van zijn maïsbehoefte op zijn Oost-Afrikaans kunnen dekken. Maar Madagascar zelf zou er nauwelijks wijzer van worden. Landarbeiders haalt Daewoo uit Zuid-Afrika, er wordt het nodige asfalt van en naar de reservaten aangelegd en het zal wat drukker worden in de havens. Het is nog niet duidelijk of het land er zelf ook nog wat maïs en palmolie aan zal overhouden, maar het is een vreemde gedachte dat het grootste deel naar Zuid-Korea gaat terwijl nu zeshonderdduizend Madagascari zelf op voedselhulp van het VN Wereldvoedselprogramma zijn aangewezen.
Verdedigers van het plan zeggen dat we niet moeten zeuren, er is in Afrika nog zoveel vruchtbare, maar onontgonnen landbouwgrond dat het voedselkolonialisme niet ten koste van het lokale potentieel gaat. Integendeel, zeggen ze, de Afrikanen zullen er best wat van leren. Maar daar wordt weer tegenin gebracht dat veel tropisch regenwoud moet worden gekapt voor het aanleggen van de plantages, en dat regenwoud is nodig om de klimaatverandering te dempen. Die weer de oorzaak is van droogte en landbouwcrises, enzovoort.
Daewoo is maar een voorbeeld. De Arabische Emiraten, die vijfentachtig procent van hun voedsel importeren en palmvormige eilanden voor de kust aanleggen, investeren 'strategisch' in landbouwgronden in Pakistan. Saoedi-Arabië en Qatar volgen. Somalië en Soedan, falende staten waar hongersnood heerst, leuren ook met grote lappen grond onder Arabische agro-investeerders.
De Arabische landen hebben geld, er groeit bij wijze van spreken niets of het zou in airconditioned kassen moeten, en de voedselcrisis heeft hen nerveus gemaakt. De vrije markt bleek niet zo vrij toen sommige landen de handelsgrenzen sloten, dus het sluiten van bilaterale deals met landen die genoeg grond hebben is hun reactie. Libië verkent de markt in Oekraïne en Thailand, Ethiopië rolt de loper uit voor Saoedische investeerders, Chinezen richten de blik op de steppen van Mongolië en Kazachstan. Iran ruilt olie tegen rijst, op de wereldmarkt dekt iedereen zich in.
Als er water en kunstmest in de buurt is, is zelfs barre grond een strategisch goed geworden. Voedsel is een wapen. Het is prettig om het zelf te hebben in tijden van prijsstijging en honger, als je er een extra voorraadje van hebt, kun je het in tijden van schaarste ook weer uitvoeren en dat geeft macht.
Was de akkerjacht vorig jaar nog toe te schrijven aan een aantal regionale voedselcrises, het kan allemaal nog erger worden. De prijzen van tarwe en rijst zijn intussen weliswaar weer even gedaald, maar dat schept een 'vals gevoel van veiligheid' volgens de FAO. Volgend jaar komen de effecten van de kredietcrisis er nog bovenop, waardoor boeren in de problemen komen en de exportfinanciering in het gedrang komt. Verder weg maar nog onheilspellender is een Stanford-studie over de klimaatverandering en haar gevolgen voor de voedselproductie waarover Science onlangs publiceerde. De temperatuurstijging zal aan het eind van deze eeuw wereldwijd voor dalende oogsten dus grote voedseltekorten zorgen. Een derde van de wereldbevolking, drie miljard mensen, zal daaronder lijden. Zij wonen vooral in de tropen en subtropen, en omdat de schaarste wereldwijd is, zal het dan geen kwestie meer zijn van handel en het beter spreiden van overschotten en tekorten. Er moeten landbouwmethoden bedacht worden die klimaatbestendig zijn, is de boodschap.
Als landen zich nu al gaan opmaken voor een strijd om schaarse landbouwgrond, zullen de armste drie miljard zwak staan. Zouden hongerige Somaliërs en Madagascari zelf blijven toekijken als maïs en rijst uit hun plantages verscheept worden naar het buitenland?