Research

Op-ed

Eigenlijk doen wapens wat politici niet durven

18 Apr 2011 - 10:00
We krijgen 'een kleinere krijgsmacht in een onrustige wereld', stond in de grote bezuinigingsbrief die minister Hans Hillen aanbood.

Het woord onrustig kwam niet voor in de Verkenningen - Houvast voor de krijgsmacht van de toekomst. In die vuistdikke studie draaide alles om het woord onzekerheid. Wie onzeker is, wil op alles voorbereid zijn. Daarom kwamen de opstellers van die Verkenningen tot de conclusie dat Nederland in 2030 een 'veelzijdig inzetbare krijgsmacht' moet hebben. Een Zwitsers zakmes dat nooit teleurstelt. Kenners eisten bovendien een 'no-regret minimum', geen onherroepelijke beslissingen nemen waar je spijt van krijgt. Een logische redenering, maar kón er wel een andere uitkomst uit die studie komen?

De Verkenningen tuurden zo ver in de toekomst, dat 'onzekerheid' een onvermijdelijke conclusie was. Als je de horizon minder ver legt, moet je stelliger uitspraken kunnen doen. Hillen schrijft dat we de defensiewinkel drie jaar gaan verbouwen en dat hij zich nu even niet aan het regeerakkoord (= veelzijdige krijgsmacht) kan houden. Als de winkel in 2014 weer open gaat, werkt het zakmes weer, zij het op mini­formaat. Dat zou wel eens een dubbele illusie kunnen zijn. In de eerste plaats hoopt de minister dat er dan weer geld is voor opbloei en uitbreiding, maar dat optimisme is niet op ervaring gebaseerd.

Sinds 1990 geeft Nederland gestaag minder uit aan defensie, economische groei of niet. Uitgezet tegen het nationaal inkomen halveerden ze zelfs. Daarmee schuift Hillen de 'no-regret beslissing' door naar zijn opvolger. In de tweede plaats is het de vraag of hij goed gokt. In de malaise zitten namelijk ook nog enkele groeidingetjes verborgen, kiemen voor de krijgsmacht van 2020. Zo wordt er 'door te snijden in gezond vlees' toch wat geld vrijgemaakt voor de aanschaf van een paar onbemande vliegtuigen, en gaan we ons bezighouden met cyberoorlog. Verdedigen tegen cyberaanvallen is geen overbodige luxe, maar waarom wil Nederland - het staat er heus - ook 'het vermogen ontwikkelen tot het uitvoeren van cyber operations'? Blijkbaar denken we het verlies van de Leopard-tank goed te maken met het kweken van digitale virussen.

De crux is dat voorspellen van 2014 bijna onmogelijk is. De economie, de politiek en de veiligheid: het is een derdegraads vergelijking met drie onbekenden. De feiten spreken voor zich. Twintig jaar geleden werd iedereen verrast door de val van de Muur. Tien jaar geleden werd iedereen verrast door 9/11. Hillen schrijft zelf: vijf jaar geleden hield niemand rekening met zeeroverij in de Indische Oceaan. Drie jaar geleden overviel de financiële crisis de wereld. Vijf maanden geleden hield niemand rekening met de opstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Wie beweert de toestand in de wereld steeds beter te kunnen voorspellen, maakt zich schuldig aan boerenbedrog.

De keuze voor een Zwitsers zakmes is dus geen wetenschap. De vraag is slechts of je kiest voor een nationaal, een Europees of een NAVO-zakmes. Dat is een politieke keuze. Wie alleen zichzelf vertrouwt, wil niets weten van partnerafhankelijkheid en zegt een nationaal brede krijgsmacht nodig te hebben. Wie wel op andere landen vertrouwt, durft te specialiseren. Wie kijkt hoe de grote landen om ons heen hun bezuinigingen hebben doorgevoerd, kan alleen maar concluderen dat niemand echt heeft gedurfd te specialiseren en rekening met elkaar te houden. Duitsers, Britten, Fransen, Belgen, ze snijden in dezelfde spullen: gevechtsvliegtuigen, zware artillerie, pantsers, antitankspullen. Zevenentwintig kleine Zwitserse zakmesjes in Europa zijn het resultaat, je zou er meer aan hebben als we samen één grote gereedschapskist zouden hebben gemaakt. Hoe wapen je je tegen de onvoorspelbare toekomst? Eigenlijk doen wapens wat politici niet durven.

Ze bewegen soepel mee met hun tijd. De F-16, die een kwart eeuw geleden nog was gekocht om Russische MiG's in luchtgevechten uit te schakelen en bommen op rode tankcolonnes te laten vallen, vliegt nu rustig no-fly rondjes boven Libië. Mijnenjagers jagen niet meer op mijnen, maar worden ingezet als patrouillevaartuigen in de Libische Zee. Walrusonderzeeërs achtervolgden vroeger Russische duikboten, nu luisteren ze stiekem radioberichten af van Somalische piraten. B-52's - die in de Oudheid een atoombom op Stalingrad en Moermansk moesten gooien - vliegen nu met dozijnen TomTom-bommetjes naar elk doel van de wereld om ondergrondse bunkers kapot te gooien. De uitrusting is belangrijker dan het platform geworden, de rijksbegroting is belangrijker geworden dan de krijgsmacht en de Nederlandse politiek is belangrijker geworden dan de rest van de wereld.