Research
Articles
Emissiehandel gaat markt hinderen
Een groot deel van het bedrijfsleven maakt hiertegen bezwaar, maar er zijn ook bedrijven, in het bijzonder enkele grote energieproducenten, die voordelen zien in duidelijke regelgeving met betrekking tot de uitstoot van broeikasgassen, zodat zij weten waar zij aan toe zijn. Zij zijn voorstander van plafonnering daarvan, gekoppeld aan een regime van verhandelbare emissie-rechten conform het Kyoto-verdrag. Hoewel de Amerikaanse regering dit verdrag heeft verworpen, overweegt zij wel op nationaal niveau een stelsel van vrijwillige maatregelen tot vermindering van de CO2-uitstoot in te voeren, waaronder ook verhandelbare emissierechten.
De Amerikanen Robert Crandall en Fred Smith zetten echter vraagtekens bij deze aanpak. Als de huidige Amerikaanse regering van mening is dat de wetenschappelijke basis van het Kyoto-verdrag te mager is om verstrekkende maatregelen te rechtvaardigen, waarom zou zij dan de invoering van een dergelijk stelsel overwegen? Omgekeerd, als de regering-Bush gelooft dat de huidige CO2-concentratie in de atmosfeer reeds te hoog is, waarom zou zij het bedrijven dan makkelijker maken om via de aankoop van emissierechten meer broeikasgassen uit te stoten dan zij anders hadden mogen doen? Het is van tweeën een. Bij een stelsel van emissierechten creëren overheden kunstmatige schaarste aan energie en wijzen zij vervolgens de rechten om deze energie te gebruiken toe aan bepaalde bedrijven. Deze krijgen daarbij een soort monopolie. Daardoor krijgen zij er belang bij om te vermijden dat de kunstmatige schaarste nog ooit wordt opgeheven, bijvoorbeeld als gevolg van technologische doorbraken of nieuwe klimatologische inzichten waaruit blijkt dat de antropogene uitstoot van broeikasgassen nauwelijks invloed heeft op het klimaat. Want in dat geval zouden hun emissierechten, die zij deels voor niets hebben gekregen of deels voor (veel) geld hebben gekocht, immers van nul en generlei waarde worden.
Hoe dienen emissierechten te worden verdeeld? Sommige bedrijven hebben reeds veel in schone technologie geïnvesteerd. Hoe kunnen we voorkomen dat deze worden benadeeld ten opzichte van meer vervuilende concurrenten? Daarnaast vergt een internationaal stelsel van verhandelbare emissierechten toezicht op de naleving en zo nodig afdwinging van de contracten. Want wie bepaalt bijvoorbeeld hoeveel nieuw bos er ergens in de wereld dient te worden aangeplant om een bepaalde hoeveelheid uitstoot te compenseren? Hoe voorkom je fraude? Het gaat waarschijnlijk om aanzienlijke bedragen en de verleiding om te sjoemelen zal groot zijn. Voor dat alles is een grote internationale bureaucratie noodzakelijk. Voorts brengt een dergelijk stelsel het risico van conflicten met zich mee, in de vorm van sancties om naleving af te dwingen. Dat zou kunnen leiden tot handelsoorlogen of op zijn minst toenemende internationale spanningen en beschuldigingen van eco-imperialisme. Ook is het denkbaar dat aankoop van emissierechten door westerse bedrijven in de derde wereld aldaar een rem gaat vormen op lokale industrialisatie omdat het CO2-emissiequotum al is verkocht. Ook buiten de materiële sfeer liggen gevaren op de loer.
Het toekennen van macht aan politieke leiders om te bepalen wie energie mag gebruiken in de samenleving vormt een grote bedreiging voor de individuele vrijheid van de burger. Binnen landen die 'crony capitalism' kennen, kan dit tot een versterking van de positie van de huidige machthebbers en hun kompanen leiden, met als gevolg discriminatie ten nadele van bedrijven die geen nauwe relaties met de plaatselijke machthebbers onderhouden. Ook is het denkbaar dat minderheidsgroeperingen aan het kortste eind trekken bij gepolitiseerde verdelingsschema's. CO2-emissierechten zouden dus via de markt worden verhandeld. Welke voorstander van de vrije markt zou daar tegen zijn? Maar de schijn bedriegt. Immers, onder de vlag van marktconformiteit worden in feite centrale planningselementen in onze markteconomie geïntroduceerd, wat een duidelijke trendbreuk vormt met de ontwikkeling van onze economische orde in de richting van méér markt en minder overheid gedurende de laatste twintig jaar.