Research

Op-ed

Er is niets mis met een beetje twijfel

24 Apr 2015 - 15:57
Bron: Flickr / Baptiste Pons

Shakespeare ruimde nog plaats in voor de weifelmoedige, in de 21ste eeuw lijkt alles versimpeld tot zwart-witschema's.

In juni gaat Kings of War van William Shakespeare in première, te spelen door Toneelgroep Amsterdam. In het stuk worden de koningen Henry V, Henry VI en Richard III in één voorstelling op de planken gezet, als stijliconen van de goede, de slechte, en daartussenin de weifelende leiders van naties in oorlog. Machtswellust en staatsbelang, ego en verantwoordelijkheidsgevoel zijn de ingrediënten van de leiders die altijd maar weer voor de keus staan om het slagveld te zoeken of dat te mijden. Henry V is een goede vorst, die zelfs bereid is om de Franse prinses Catherine te trouwen om de vrede met aartsvijand Frankrijk een duwtje te geven. Henry VI is een twijfelaar, die de vetes rondom hem niet weet te beheersen en ook de greep op het buitenland (Frankrijk) weer kwijtraakt. Richard III is een lelijke slechterik, die alle concurrenten om de troon uit de weg ruimt en de macht vooral voor eigen gerief gebruikt. In de liefde maakt hij toch geen schijn van kans, des te meer energie steekt hij in intrige en het verwerven van macht. Natuurlijk maakt hij veel vijanden en het is onvermijdelijk dat ook hij uiteindelijk tegen een van hen sneeft.

Dat roept de vraag op of de drie heldere archetypen uit de rauwe wereldpolitiek van de vijftiende eeuw, ook al waren ze even later door Shakespeare ter wille van de eigentijdse marketing enigszins ge-upframed, hun pendanten hebben in het begin van het derde millennium. Wie zou bij de goede vorst niet direct aan Nelson Mandela denken, of misschien zelfs wel aan Angela Merkel? En komen bij Richard III niet meteen Kadaffi, Poetin, Assad of voor mijn part Richard Nixon of George Bush junior voor de geest? En wie denkt bij de weifelaar niet aan Barack Obama, die toen zijn presidentschap nog moest beginnen alvast een Nobelprijs voor de vrede ontving, maar gaandeweg volkomen in de war raakte, schrok van Arabische lentes, red lines trok om ze een week later alweer in te slikken, en nu godbetert zaken wil doen met types als Assad en Sisi en de laatste zelfs van tanks en vliegtuigen voorziet?

Maar de associaties met die heren zijn ook bedrieglijk. De goede Mandela was weliswaar geen king of war, maar onderhield hartelijke betrekkingen met Kadaffi. Poetin is slecht, maar 85 procent van de Russen denkt daar anders over en gerespecteerde ex-staatslieden als Helmut Schmidt en Gerhard Schröder ook. Assad wordt tegenwoordig in de media alweer ‘president Assad’ genoemd in plaats van de ‘de wrede dictator Assad’. De etiketten zijn dus nogal manipulatief. Het etiket weifelaar was in Shakespeares ogen nogal dubieus, maar Obama heeft ontegenzeggelijk last van redelijkheid, flexibiliteit, afwegingsreflex: sympathieke ingrediënten van wat tegenwoordig juist wordt geprezen als bedachtzaam en goed leiderschap.

Zwart-witschema's
Absolute leiders bestaan ook niet meer. Het goede, slechte en weifelende moeten nu gedeeld worden, in eindeloze verantwoordingsprocessen. In het goede geval noemen we dat democratie, maar zelfs iemand als Poetin kan worden afgerekend door oligarchen, en Kim Jong-un door zijn lastige oom.

Maar in zekere zin hebben we het vijfhonderd jaar na Shakespeare nog bonter gemaakt dan toen. Liet Shakespeare ten minste nog ruimte voor de nuance door plaats in te ruimen voor de weifelmoedige, in de eenentwintigste eeuw lijkt alles versimpeld tot zwart-witschema’s. Denk aan de tweedeling die Bush jr. ons opdrong: either you’re with or against. De schurkenstaat tegen de beschaafde staat. De As van het Kwaad versus de Coalition of the Willing. De vijand van de vijand is mijn vriend.

Ik zou een lans willen breken voor de intelligente weifelaar.