Turkije lijkt niet van plan om Cyprus te erkennen, ondanks de afspraken die de Europese Unie vorig jaar met Ankara heeft gemaakt toen werd besloten om in oktober met toetredingsonderhandelingen te beginnen. De Franse minister-president De Villepin verklaarde onlangs dat het ondenkbaar is dat onderhandelingen kunnen beginnen met een land dat niet alle 25 EU-leden erkent. Frankrijk krijgt hierin steun van de Duitse oppositiepartij CDU, die bij de verkiezingen van 18 september waarschijnlijk het regeringsroer in Berlijn zal overnemen. Tony Blair probeert als EU-voorzitter een naderend conflict te voorkomen door de Turkse houding ten aanzien van Cyprus te bagatelliseren, maar dat zal niet lukken. CDU-lijsttrekster Angela Merkel wil van Turkije een verkiezingsthema maken en zet zich al jaren in voor een geprivilegieerd EU-Turks partnerschap. De CDU heeft al aangegeven wel met de Turken in Brussel aan tafel te willen zitten, maar dat het einddoel niet langer volwaardig lidmaatschap kan zijn. De Turkse president Erdogan heeft dit voorstel als onacceptabel afgedaan.
Wie had gedacht dat de relatie EU-Turkije in rustig vaarwater was terechtgekomen, komt dus bedrogen uit. De Frans-Nederlandse afwijzing van de Europese Grondwet heeft de toch al labiele steun voor EU-uitbreiding verder aangetast. De Europese Commissie heeft in een uitgebreid mea culpa aangegeven beter naar de Europese bevolking te willen luisteren, en beslissingen niet langer als voldongen te presenteren. Elke volgende stap die de EU zet richting integratie en uitbreiding zal nu het fiat van de Europese bevolking moeten krijgen, veelal middels volksraadplegingen. Dit was immers de algemene conclusie die in ons land na het EU-referendum werd getrokken: dit smaakt naar meer!
Het Turkse EU-lidmaatschap komt in een geheel ander daglicht te staan. In dit veranderde politieke klimaat durven politici klip en klaar te zeggen dat Turkije niet bij Europa past zonder beschuldigd te worden onderbuikgevoelens te bespelen. Het argument dat een EU met Turkije als lid er zo veelkleurig Benetton-achtig uitziet en daarmee regimes in het Midden-Oosten tot democratisering aanspoort, klinkt ongeloofwaardig. Zeker, het Turkse EU-lidmaatschap zou eens te meer aantonen dat Europa een multiculturele samenleving is, maar in de huidige tijdgeest kan dit argument op weinig goodwill rekenen. Zeker nu in vele Europese landen met argwaan wordt gekeken naar islamitische medeburgers is het welhaast provocerend om Turkije het volwaardig EU-lidmaatschap in het vooruitzicht te stellen. Europese politici staan daarom voor de keuze: of de eigen bevolking nog verder van Brussel vervreemden of Turkije de onaangename waarheid zeggen en slechts geprivilegieerde samenwerking aanbieden.
Het echec rond de Europese Grondwet heeft aangetoond dat de EU aan haar succes en uitbreiding tenonder kan gaan. Het is daarom belangrijk om de band met de burgers aan te halen. Als dit ten koste gaat van een tijdelijk bekoelde relatie met Ankara, dan is dit de bescheiden prijs die de EU daarvoor moet betalen.
Hoe nu verder met dit EU-Turkse drama? Mocht Ankara vóór 3 oktober, wanneer de eerste besprekingen in Brussel staan gepland, Cyprus niet willen erkennen, dan is de kans reëel dat het gehele onderhandelingsproces wordt afgeblazen. De Grieks-Cypriotische president Papadopoulos heeft al laten weten er niet voor terug te deinzen de onderhandelingen met Turkije te vetoën. Daarbij wordt hij moreel gesteund door landen als Oostenrijk, Frankrijk en Angela Merkels Duitsland. De kwestie-Turkije staat op de agenda van de vergadering van de 25 EU-ministers van buitenlandse zaken die op 1 en 2 september in Wales wordt gehouden. Tijdens deze bijeenkomst zouden de EU-lidstaten nogmaals hun goedkeuring moeten geven. Gezien de recente verwikkelingen is dit niet langer een formaliteit.
De Turkse toetredingsonderhandelingen staan onder een ongelukkig gesternte. In Turkije neemt de geestdrift voor Europa zienderogen af, en de EU-eisen worden steeds vaker als onredelijk ervaren. De Turkse topdiplomaat Murat Sungar, in Brussel belast met het voorbereiden van de toetredingsonderhandelingen, stapte onlangs op uit ontevredenheid met Ankara's warrige EU-beleid. Bovendien heeft de Europese Commissie er onlangs nog bij de Turkse regering op aangedrongen dat de godsdienstvrijheid niet alleen op papier, maar ook in de praktijk moet worden gewaarborgd.
Binnen de EU is er van de bescheiden steun voor een Turks lidmaatschap weinig over, en lijkt nauwe samenwerking het hoogst haalbare. Van de Grote Drie is alleen Groot-Brittannië een vastberaden voorstander van Turks EU-lidmaatschap. In Frankrijk is niet alleen de bevolking sceptisch, maar verwoordt de minister van binnenlandse zaken Sarkozy en gedoodverfd opvolger van president Chirac in 2007 de aanzwellende kritiek op Turkije. Dit betekent dat als in Duitsland de CDU weer aan de macht komt, er van het Europabrede draagvlak voor het Turkselidmaatschap weinig overblijft.
Het is daarom beter om op de valreep eens te meer duidelijk te maken: Turkije is nog lang niet klaar voor Europa, en Europa niet voor Turkije.