Research
Articles
EU-leiders willen geen invloed volk
Mevrouw Sie Dhian Ho ontloopt echter de meest acute politieke vraag: mag de Nederlandse burger zich ook weer door middel van een referendum uitspreken over dat nieuwe Europese verdrag Premier Balkenende meent van niet, zo zei hij onlangs in de Financial Times. Hij vindt een nieuw referendum 'riskant'. Bovendien is het niet de bedoeling dat het komende Europese verdrag weer een grondwettelijk karakter krijgt, dus voor de goedkeuring hoef je dan ook niet zo'n zwaar instrument als een referendum (in Nederland toch al uitzonderlijk) te gebruiken. Ratificatie langs de normale parlementaire weg volstaat.
De EU-ministers van Buitenlandse Zaken, onlangs in het Oostenrijkse Klosterneuburg bijeen, hebben zich in soortgelijke zin uitgelaten. Hun standpunt wordt mogelijk overgenomen door de Europese Raad van 15/16 juni in Brussel. Een merkwaardige bemoeienis van de Europese leiding, want volgens het EG-verdrag worden verdragswijzigingen immers geratificeerd volgens de nationale constitutionele voorschriften in de lidstaten. Kennelijk is de Europese regeringsleiders veel eraan gelegen om de directe volksinvloed nu voortijdig de pas af te snijden.
In het Nederlandse geval zou dit een dubieuze manoeuvre zijn. Want het is erg waarschijnlijk dat diverse onderdelen van de nu afgewezen Europese Grondwet zullen terugkeren in het nieuwe Europese verdrag. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Europese minister van Buitenlandse Zaken, de vaste voorzitter van de Europese Raad, de juridische fundering van het Handvest voor de Grondrechten, de rechtspersoonlijkheid van de Unie, de uitbreiding van de bevoegdheden van het Europees Parlement, of de bepalingen over omvang en samenstelling van de Europese Commissie. Ook de besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid zal ongetwijfeld worden verruimd in een Unie die nog steeds nieuwe leden opneemt.
De regering-Balkenende sprak vorig jaar bij de presentatie van de Europese Grondwet (memorie van toelichting, goedkeuringswet) van een 'grondige herziening', 'baanbrekende stappen', 'hoog ambitieniveau'. Mede daarom achtte zij de kwalificatie Grondwet ook 'verdiend', hoewel zijzelf geen voorstander was van een referendum. Maar als praktisch dezelfde punten in praktisch dezelfde vorm (namelijk een verdrag) opnieuw ten tonele worden gevoerd, zijn ze dan opeens niet meer 'grondig', 'baanbrekend' en 'grondwettelijk'? Je kunt zulke kwalificaties niet simpelweg ongedaan maken door de tekst wat uit de dunnen en een ander etiket op de kaft te plakken. En de partijen (PvdA, D66 en GroenLinks) die indertijd het initiatief voor een referendum namen vanwege de grondwettelijke dimensie van de Europese verdragsherzieningen, kunnen daar nu moeilijk van afzien.
Er zijn best goede argumenten om geen referendum meer te houden over de Europese verdragen: het past niet in de Nederlandse parlementaire traditie; de teksten zijn te ingewikkeld voor een 'digitaal' (alleen ja of nee) oordeel; het schept grote onzekerheid over de Nederlandse opstelling in Europa. Door de negatieve uitslag van het referendum is de Nederlandse onderhandelingspositie in de EU verslechterd. Achteraf gezien hadden we misschien nooit eraan moeten beginnen. Maar je kunt een duidelijk 'nee' na een rechtstreekse volksraadpleging niet ongedaan maken door het volk nu even niet rechtstreeks te raadplegen. Dat zou de 'wantrouwende alertheid' onder bevolking waarover Monika Sie Dhian Ho spreekt wel bijzonder aanwakkeren. Het zou ook een unicum zijn in de geschiedenis van de EU-referenda.
De beste manier om de hypotheek van het 'nee' af te lossen is ervoor te zorgen dat je de volgende keer 'ja' krijgt. In ieder geval moet een volgend kabinet de mogelijkheid openhouden van een facultatief (niet-verplicht), actief (door de bevolking geïnitieerd) en raadgevend (formeel niet, maar politiek wel bindend) referendum. Daarover moeten afspraken worden gemaakt bij de kabinetsformatie. Groot voordeel is dat zo'n referendum de Europese zaken op scherp stelt en vanzelf leidt tot een brede maatschappelijke discussie. Dat is precies de politisering die de WRR zoekt. Het ja-kamp kan mooi revanche nemen door nu op tijd te beginnen, en de intelligentie van het Nederlandse volk niet langer te onderschatten.
Een 'ja' herstelt zowel het Nederlandse aanzien in Europa, als het aanzien van Europa in Nederland. Balkenende vindt het riskant. Wat vinden Rutte en Bos?