Research
Articles
EU na verdrag van Lissabon: wat er eigenlijk gebeurt in Brussel
Het Verdrag van Lissabon is onduidelijk over de taakverdeling tussen de drie belangrijkste spelers op het gebied van het buitenlands beleid van de Europese Unie. Tussen Herman van Rompuy als raadspresident, Catherine Ashton als hoge vertegenwoordiger/vice- president en JoséManuel Barroso als voorzitter van de Commissie, is een heuse machtsstrijd ontbrand.
Het gaat daarbij om wie het voor het zeggen heeft over het externe beleid van de EU. Het resultaat van dit gevecht zou wel eens ten koste kunnen gaan van de buitenlandspolitieke doelstellingen van het Verdrag: een duidelijk profiel en meer samenhang.
Eén van de grote problemen is dat er binnen de EU meerdere instituties zijn die bevoegdheden hebben op het buitenlands- en veiligheidsterrein.
Zowel de Commissie (internationale handel, ontwikkelingshulp, nabuurschapsbeleid) en de Raad (gemeenschappelijk buitenlands-, veiligheids- en defensiebeleid) bemoeien zich hiermee en lopen elkaar dan ook vaak voor de voeten. De remedie die hiervoor in het Verdrag van Lissabon is bedacht, is de nieuwe positie van hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid van de Unie. In deze post vallen de bevoegdheden van de voormalige commissaris van externe zaken en die van de hoge vertegenwoordiger samen. Verrassend genoeg is dat de Britse barones Catherine Ashton geworden.
Door haar dubbele pet (Commissie en Raad) zou zij meer samenhang in het beleid kunnen aanbrengen.
Met de christen-democraat uit een klein land, Van Rompuy, en de socialist uit een groot land, Ashton, slaagden de regeringsleiders erin om de delicate Europese balans te vinden. Bovendien herstelde Ashton nog enigszins het tekort aan vrouwelijke commissarissen in Barroso's nieuwe Commissie. Een essentiële tegemoetkoming aan het Europees Parlement.
Belangrijk voor het verbeteren van samenhang in het buitenlands beleid is de oprichting van een Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO). Het idee is dat in deze dienst de verschillende bevoegdheden naar buiten toe worden gebundeld.
Een belangrijke taak van de EDEO zal worden omde Europese Unie buiten Europa te vertegenwoordigen.
De huidige vertegenwoordigingen - de Commissie heeft ermeer dan 130 -worden omgevormd tot EU-ambassades.
De personele invulling van deze dienst, welke bevoegdheden het gaat krijgen, welke budgetten het mag uitgeven en hoe ver de controle van het Europees Parlement zal reiken, dat zijn zaken die op het scherpst van de snede in Brussel worden uitgevochten. Het is aan Ashton om in deze wirwar aan botsende belangen de nieuwe dienst op te gaan zetten. Het belangrijkste geschilpunt tussen Raad en Commissie is de bevoegdheid over de ontwikkelingssamenwerking. In maart bereikte Ashton een compromis.
De EDEO, zo staat in haar voorstel, doet de beleidsvoorbereiding en laat de uitvoering bij de Commissie. Te vrezen valt, dat dit alleen maar conflicten in de hand werkt en coherentie juist zal ondermijnen.
Eind april werden de lidstaten het eens over de blauwdruk van de dienst, maar nu gaan de Commissie en het Europees Parlement er zich nog over buigen.
Al met al waren de EU en haar lidstaten de laatste maanden vooral bezig met touwtrekken wie het voor het zeggen krijgt op het terrein van het buitenlands beleid. De broodnodige visievorming op wat de EU eigenlijk met deze instrumenten wil gaan doen en het tot stand komen van een duidelijk extern profiel van de EU is daardoor nog niet aan de orde geweest. Te vrezen valt dat de implementatievoorstellen van de EDEO de Unie's buitenlandbeleid nog lang in een verlammende greep houden.
Margriet Drent is docent aan de Afdeling Internationale Betrekkingen van de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoeksmedewerker bij het Instituut Clingendael in Den Haag.