Research

Articles

EU zit omhoog met toelating van Roemenië

24 May 2006 - 14:40
De EU-landen hebben zich muurvast gezet door de toetreding van Roemenië en Bulgarije. De datum is er maar de bevolking wil de nieuwe leden niet.Het uitstel tot oktober van de beslissing over toelating tot de EU van Roemenië en Bulgarije levert uitsluitend verliezers op. Formeel zijn de onderhandelingen tussen Roemenië en de EU afgesloten in december 2004 en werd de toekomstige toetreding bekrachtigd in april 2005.

Door de aanhoudende berichtgeving over het slecht functionerende justitieel apparaat, de gebrekkige persvrijheid, maar vooral de corruptie, blijft er twijfel of Roemenië in 2007 wél Europe-proof is. De EU-toetredingscriteria eisen een functionerende rechtsstaat. Uit de rapportage van oktober 2005 bleek dat de corruptie nog zorgwekkend was. Dit punt trad Roemenië de laatste maanden tegemoet met een charmecampagne, met als hoogtepunt de Europese tournee van minister-president Calin Popescu-Tariceanu, die verkondigde dat de corruptie geen probleem meer was en zelfs tot een 'normaal' Europees niveau gedaald zou zijn. Volgens Transparancy International, de meest gezaghebbende corruptie-indicator, bungelt Roemenië de laatste jaren echter steevast ergens rond de 85ste plaats, achter landen als Wit-Rusland, Turkije, Egypte en Suriname.

Vandaar het uitstel van het eindoordeel tot oktober. Immers, de nieuwe regering-Basescu mag de corruptiebestrijding voortvarend hebben opgepakt en lijkt hier nu écht werk van te maken, maar is nog geen anderhalf jaar in functie. Dezelfde optimistische geluiden waren eerder te horen. Eerst zien, dan pas geloven lijkt het motto van het laatste rapport, dat dan ook wil dat de Commissie na toetreding nog drie jaar toezicht houdt op de strijd tegen corruptie. Bij stagnatie kan de samenwerking op het gebied van justitie worden beperkt.

Roemenië is de minst grote verliezer omdat toetreding hooguit met een jaar wordt uitgesteld.

Dat er nog steeds twijfel bestaat of Roemenië inderdaad Europe-proof is, maakt alle Roemeense bezweringen, en zeker ook inspanningen, dat het land op 1 januari klaar zou zijn voor het lidmaatschap volstrekt belachelijk. De belangrijkste verliezer is echter 'Europa' en in het verlengde hiervan de nationale politiek.

Dat de EU de door Roemenië en Bulgarije zelf voorgestelde toetredingsdatum van 2007, uiterlijk 2008, heeft aanvaard is uiterst pijnlijk. De deadline, heeft de EU muurvast gezet. Er lag altijd grote nadruk op de toetredingseisen, met als hoofdpunt een functionerende rechtsstaat. Zo heeft de EU het zichzelf onmogelijk gemaakt om de eigen criteria serieus te nemen.

Het ondermijnt de geloofwaardigheid van de Unie onder haar burgers en bestendigt de twijfel van de burger aan de (politieke) integriteit van de EU. Alleen al vanwege de eigen geloofwaardigheid moet de Unie haar laatste pressiemiddel hanteren: uitstel van toetreding. Het lijkt uit wederzijds belang echter beter de klap nu maar te incasseren. Zo kan de EU bewijzen dat ze haar eigen criteria serieus neemt en kunnen de beide kandidaten toetreden tot een Unie die haar geloofwaardigheid en legitimiteit hierdoor onder haar burgers in ieder geval deels hersteld heeft. En dat is in het belang van beide kandidaten.

Het is jammer dat de Commissie bij herhaling zei dat aan beide landen op 16 mei definitief uitsluitsel zou worden gegeven. Dat dit niet is gebeurd lijkt ingegeven door de wens het publiek gerust te stellen. Dat twijfelt vooral over een Roemeense toetreding komend jaar. Sprak de vorige rapportage nog over 'nee, mits', nu is er sprake van 'ja, mits'. Dit lijkt vooral bedoeld om de publieke opinie rijp te maken. Door het benadrukken van de voorwaarden waaraan nog dient te worden voldaan voor oktober, probeert de Commissie aannemelijk te maken dat 2007 nog geen gelopen race is en dat de publieke opinie in de lidstaten serieus wordt genomen.

De nationale politiek ziet zich binnen een jaar geconfronteerd met eenzelfde dilemma als na de massale afwijzing van het referendum: een Europees project waarvan de politiek voorstander is, maar waarover de bevolking twijfelt. Positief geformuleerd is nog geen 50 procent van de Nederlandse bevolking voor een Roemeense toetreding in 2007. Die kloof tussen burger en politiek is door het CDA goed aangevoeld, toen het tegen toetreding in 2007 stemde.

De belangen van de Europese en nationale politiek met als kernpunt de uitbreiding van de EU, gaan niet gelijk op met die van de bevolking(en). Het is hoogst twijfelachtig of het Roemeense toetredingsverdrag na 1 juni nog wordt geratificeerd, aangezien op Europees niveau zelfs 60 procent van de bevolking tegen toetreding in 2007 is. De dertien, deels twijfelende, parlementen van de lidstaten die het toetredingsverdrag nog moeten ratificeren zitten hiermee. Enerzijds ziet men dat de meerderheid van de EU-bevolking tegen de Roemeense toetreding in 2007 is, anderzijds ligt de door de Europese politiek gesanctioneerde toetredingsdatum van 2007 op tafel. Ook de nationale politiek staat dus op verlies: ratificatie leidt onvermijdelijk tot ongeloofwaardigheid.

Grootste verliezers zijn echter de toekomstige toetreders, met Kroatië en Turkije voorop, die vanaf nu nog alleen maar strikter de maat zal worden genomen.

Europa heeft de ernstige crisis volledig aan zichzelf te wijten.