Research

Trade and Globalisation

Op-ed

Eurlings wist niets van het vlieggevaar boven Oost-Oekraïne

30 Jul 2014 - 17:18
Bron: Flickr/Maynard
De bredere les van een week rampspoed is dat Nederlanders sterk zijn in het delen van leed en machteloze verontwaardiging. Het toedelen van verantwoordelijkheid valt ons lastiger.
 
Niet de meest brandende vraag rond de neergehaalde Boeing was vorige week hoe ver de verantwoordelijkheid van de luchtvaartmaatschappijen gaat. Natuurlijk hoort de verdenking zich te richten op de aanstichters van de oorlog in Oost-Oekraïne en degenen die separatisten in staat stelden om onschuldige burgers met een raket neer te halen. Toch mag je vervolgens wel stellen dat de luchtvaartmaatschappijen te gemakkelijk wegkomen.
 
Het commentaar van Camiel Eurlings, president-directeur van de KLM, is onthutsend. In een puike analyse van NRC Handelsblad zei Eurlings: ‘Mij was geen informatie bekend van maatschappijen die zich anders zijn gaan gedragen. Het was gewoon een veilig verklaarde route. Het beeld was dat je op tien kilometer hoogte veilig zou zijn, dat blijkt dus niet zo met dit soort gesofisticeerde raketinstallaties.’ Commercieel directeur Dunleavy van Malaysian Airways zei: ‘We zijn bedrijven, geen inlichtingendiensten.’
 
Directeuren van luchtvaartmaatschappijen lezen dus geen kranten. Bestuurders als Eurlings wisten dus niet dat andere maatschappijen, zoals British Airways, routes boven Oost-Oekraïne al sinds half mei meden. Het was ze ontgaan dat de NAVO op 30 juni waarschuwde dat de separatisten de beschikking hadden over ‘dit soort gesofisticeerde raketinstallaties’ en daarmee oefenden. Ze sloegen berichten over neergehaalde vliegtuigen in de dagen voor de vliegtuigramp blijkbaar over. 
 
Op 23 juli onthulde de voorman van de Europese pilotenorganisatie ECA, Nico Voorbach, dat inlichtingendiensten uit enkele landen hun ‘eigen’ luchtvaartmaatschappijen hadden ‘gewaarschuwd voor het feit dat als zij in dat gebied kwamen, op welke hoogte dan ook, dat er een gevaar was dat er oorlogshandelingen tegen hun vliegtuigen gepleegd zouden worden’. 
 
Het ging om luchtvaartmaatschappijen uit de VS, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Australië. Nederland niet, en het feit dat deze landen die informatie voor zichzelf hielden, noemde Voorbach schandalig. Vind ik ook, zeker als het hier om concurrentieoverwegingen gaat, maar er wellen toch twee vragen bij deze beschuldiging op. Eén: hoe kan het dat Frankrijk haar eigen Air France wel zou hebben ingelicht over gevaarlijke routes en fusiepartner KLM daar niets van wist? Twee: ook de piloten lijken hiermee de verantwoordelijkheid op de inlichtingendiensten af te wentelen. 
 
Bestaat er geen eigen verantwoordelijkheid van bedrijven? Zelfs de vriendelijkste bedrijfjes, weet ik uit ervaring, krijgen opdracht om zélf jaarlijks lange risicoanalyses te maken. Een loszittende roe van een traploper waarover een cursist kan struikelen, moet in een onschuldige denktank al verantwoord worden in een risicodraaiboek.
Hoe kan het dat Frankrijk haar eigen Air France wel zou hebben ingelicht over gevaarlijke routes?
De bredere les van een week rampspoed is dat Nederlanders sterk zijn in het delen van leed en machteloze verontwaardiging. Het toedelen van verantwoordelijkheid valt ons lastiger. Zelfs het besef dat we deel uitmaken van een wereld waarin oorlog voeren nogal gewoon is, lijkt onthutsend afwezig. We reizen als toerist bijna 20 miljoen keer per jaar uit Nederland, maar we lijken onwetend van de risico’s.
 
Ook op het vlak van sancties is de afwentelingsreflex volop aanwezig. Dat is niet per se Nederlands. Meest gestelde vraag op dit vlak was vorige week: is Europa bereid zichzelf pijn te doen, als het scherpe sancties aan Rusland oplegt? Pregnantste voorbeeld zijn de oorlogsschepen die Frankrijk op bestelling van Rusland bouwt. Het had niet veel gescheeld of Nederland had deze schepen nu in Vlissingen gebouwd: in 2009 deed de BV Nederland erg zijn best om deze order naar Damen/De Schelde te halen. 
 
Als dat nu eens het geval was geweest, en als we die schepen nu eens niet hadden geleverd vanwege de vliegtuigramp, dan zou het fabricagerisico hoogstwaarschijnlijk verzekerd geweest zijn en vervolgens zijn afgedekt door de Nederlandse staat. Dan hadden wij gezamenlijk niet alleen het verdriet, maar ook de bedrijfsschade gedeeld, en de verantwoordelijkheid voor een onver antwoorde­lijke daad. Tegenwoordig zeggen we heel Camiliaans: ‘Mij was niets bekend,’ maar we delen bijna alles.