Research
Op-ed
Europa is een vlek links bovenin. Is dat erg? Zeker!
Door de opkomst van Azië gaat de politieke kaart er heel anders uitzien. De Stille Oceaan ligt nu in het midden, met rechts de Verenigde Staten en links de opkomende supermachten China en India en daaronder Australië, dat voor de Amerikanen steeds belangrijker wordt. Europa is op deze kaart een vlek links bovenin. Is dat erg? Ik denk van wel.
Europa verwijdert zich van het politieke zwaartepunt en kan door onderlinge verdeeldheid moeilijk op de monumentale geopolitieke veranderingen inspelen, door de Amerikaanse National Intelligence Council zo omschreven: "De opkomst van China, India en andere mondiale spelers - vergelijkbaar met de opkomst van het verenigde Duitsland in de 19de eeuw en de machtige Verenigde Staten in de 20ste eeuw - zullen het geopolitieke landschap veranderen, met even verstrekkende gevolgen als tijdens de afgelopen twee eeuwen".
Europese landen kunnen op deze uitdaging op twee manieren reageren. Sommigen zullen zich loswrikken uit de klem die Europese integratie heet. Een klein aantal zal zich behendig in nichemarkten manoeuvreren, zoals ooit Zwitserland dat het bancaire centrum van de wereld werd. Andere landen hebben geen antwoord op het geopolitieke geweld en marginaliseren of verarmen. Dit proces wordt versterkt door de dramatische demografische ontwikkeling waardoor de Europese bevolking in hoog tempo vergrijst en verkleint.
Maar een tweede reactie is verreweg te verkiezen: versnelde Europese integratie. We zagen na de Tweede Wereldoorlog in dat we ons niet alleen konden verdedigen en kozen voor de Navo. Nu is het niet veel anders, hoewel de uitdaging nu anders is. Dit eist actie: de lidstaten moeten de Lissabon-strategie van 2000 conform de aanbevelingen van oud-premier Kok zonder dralen uitvoeren om althans een poging te doen van Europa de meest innovatieve en concurrerende economie in de wereld te maken. Bovendien moet er eenheid komen in het buitenlands beleid.
Energie is de eerste testcase. De Chinese energie- en grondstoffenhonger drijft de prijzen op. Relatieve schaarste maakt van voorzieningszekerheid prioriteit nummer één. Zonder gestage toevoer kunnen economieën niet overleven. De Europese Commissie onderkende het probleem al in 2000. Ze sprak in het Groenboek zorg uit over de toenemende afhankelijkheid van importen, vooral uit politiek instabiele regio's zoals de Perzische Golf. Maar nog steeds zien Europese landen energie vooral als handelspolitieke uitdaging, terwijl zij in hoog tempo een onderwerp voor het buitenlands- en veiligheidsbeleid wordt. Dat betekent ook dat economische stabiliteit een militaire uitdaging wordt als de toevoer van olie, gas en grondstoffen wordt bedreigd.
Dat is wennen voor Europese landen die liever een morele buitenlandse politiek voeren. Zo bezien is het debacle van de Grondwet veel ernstiger dan velen willen erkennen. Politici moeten ervan doordrongen zijn dat er gezien de opkomst van Azië en gezamenlijke uitdagingen geen alternatief is voor meer eenheid.