Research

Articles

Europa gaat niet über alles

13 Dec 2006 - 14:07
De zogeheten naar binnen gerichtheid van Nederland wordt zwaar overdreven en verschilt zeker niet van die in andere lidstaten van de Europese Unie, meent Alfred Pijpers.Als we de Europese kwaliteitspers moeten geloven, is Nederland nog nauwelijks een serieuze EU-partner. Nederland is 'naar binnen gericht', 'provincialistisch', 'minder open', zo meldden respectabele kranten als de Financial Times of La Repubblica na de verkiezingsuitslag. In de vaderlandse pers klinken soortgelijke geluiden. Voormalig PvdA-senator J.Th.J. van den Berg schrijft dat de 'provincie' het heeft gewonnen van 'de stad' (NRC Handelsblad, 22 november). Hij ziet het CDA als een 'introverte stroming'. Dat kunnen premier Balkenende (die vorig jaar de zilvervloot in Brussel binnensleepte), minister van Buitenlandse Zaken Bot (tien jaar ambassadeur van Nederland bij de EU), minister Van Ardenne van Ontwikkelingssamenwerking, en oud-CDA-leider en nu NAVO-chef De Hoop Scheffer in hun zak steken.

Zijn PvdA noemt Van den Berg 'kosmopolitics'. Die term duikt ook op in de Volkskrant (30 november) waar de 'liberale kosmopoliet' Rutte ten voorbeeld wordt gesteld aan de 'conservatieve kleinburger' Kamp, de minister van Defensie. Alsof Kamp niet een grote bijdrage heeft geleverd aan de instelling van EU battle groups, en aan de uitzending van Nederlandse militairen naar de Balkan, Afghanistan, Irak, of Kinshasa. Provincialistisch?

De grote centrumpartijen CDA, PvdA en VVD, samen goed voor een ruime meerderheid in de Tweede Kamer, zijn nog steeds ronduit pro-Europees, ook al is hun toon over de EU wat zakelijker geworden. We moeten de zege van eurosceptische partijen als de SP of de PVV van Wilders niet groter maken dan die is.

Maar er was toch helemaal geen Europadebat tijdens de verkiezingscampagne? Nee, maar zulke debatten zijn er ook niet of nauwelijks in de andere EU-landen. Nederland is wat dat betreft geen buitenbeentje. Toch moet een nieuw kabinet ook een actieve rol gaan spelen in de EU. Al tijdens de kabinetsformatie dringt zich de agenda op van het Duitse EU-voorzitterschap, dat op 1 januari begint. De Duitsers willen leven blazen in het Europese grondwettelijk verdrag.

Op 25 maart 2007 wordt het 50-jarig bestaan van de Verdragen van Rome gevierd. Dan wordt door de Europese regeringsleiders in Berlijn ook een plechtige verklaring aangenomen over de toekomst van de EU. Na de Franse presidentsverkiezingen van mei kunnen dan de onderhandelingen beginnen over een nieuw EU-verdrag. Nederland wil af van de term 'Europese Grondwet', maar zal bij de onderhandelingen rekening moeten houden met het feit dat die Grondwet inmiddels door 18 van de 27 EU-lidstaten is geratificeerd.

Het is waarschijnlijk dat er in 2008, dus halverwege de volgende kabinetsperiode, een gewijzigd EU-verdrag op tafel ligt. Bos heeft tijdens de verkiezingscampagne beloofd zo'n verdrag opnieuw aan een referendum te onderwerpen, zelfs als het ontdaan zou zijn van het etiket 'Grondwet'. Het CDA is tegen een nieuw EU-referendum. Dit punt moet dus al tijdens de kabinetsformatie worden opgelost om een crisis later te voorkomen.

Het Duitse EU-voorzitterschap vraagt ook de aandacht voor de 'explosieve situatie' in het Midden-Oosten. De oplopende spanningen rond het Iraanse atoomprogramma kunnen de wereld al op korte termijn in een enorme crisis storten. Dan praat je niet meer over het gewenste aantal eurocommissarissen of over de bevoegdheden van het Europees Parlement.

Op termijn moet de Nederlandse benadering van de Europese integratie opnieuw worden gedefinieerd, in een breed Atlantisch en mondiaal kader. Minister Bot is daarmee al begonnen door in een opmerkelijk artikel in de Internationale Spectator te pleiten voor 'meer nadruk op specifiek nationale belangen in engere zin'. Zijn 'realistisch multilateralisme' strekt zich ook uit tot andere internationale organisaties dan de EU, en is dus niet naar binnen gericht.

We moeten af van het ideaal dat Nederland uiteindelijk zal opgaan in een groter staatkundig Europees verband. De Nationale Conventie wil bijvoorbeeld dat de EU zich ontwikkelt tot een 'statenverbond', met beperkte politieke ambities, en een scherpe afbakening van Europese en nationale bevoegdheden. Dat idee lijkt aardig aan te sluiten bij de verkiezingsuitslag. Overigens wordt in zo'n perspectief de toetreding van Turkije ook minder problematisch. De nationale politieke tradities worden in een statenverbond immers nadrukkelijk gewaarborgd. We hoeven in zo'n organisatie dus ook niet bang te zijn voor ongebreidelde islamitische invloed.

Nederland zal als sterke middelgrote speler in de wereld eigen contacten moeten blijven onderhouden met landen als de VS, India, of China. En zelfstandig zijn positie moeten blijven bepalen in de NAVO. Zo nodig moeten die belangen prevaleren boven een geforceerde poging tot Europese eendracht. Europese integratie is goed, maar gaat niet über alles.