Research

Articles

Europa heeft machtswissel in VS nodig

15 Mar 2006 - 00:00
Het zou de transatlantische betrekkingen ten goede komen als president Bush niet wordt herkozen. Want een tweede termijn zal nog onaangenamere gevolgen voor Europa hebben, concludeert P. van Ham.Recente opiniepeilingen wijzen uit dat veel Europeanen de VS als een gevaar voor de wereldvrede beschouwen. Ook bij bondgenoten als Turkije en Egypte heeft het Amerikaanse imago een flinke deuk opgelopen. Amerika wordt steeds meer gezien als een ongeleid projectiel dat de internationale rechtsorde torpedeert. Deze kritiek wordt vaak badinerend terzijde geschoven als 'anti-Amerikanisme'. Dat is onterecht.

De peilingen geven ook aan dat er nog steeds brede steun is voor de Amerikaanse waarden ('vrijheid en openheid'). Het is met name het Amerikaanse beleid dat grote onrust en ongenoegen creëert. De VS prediken de democratisering van het Midden-Oosten, maar steunen daar onderdrukkende regimes omdat dit opportuun is in de strijd tegen het terrorisme. En Amerika's onvoorwaardelijke steun aan Israel blokkeert elk initiatief om het Midden-Oostenconflict redelijk op te lossen.

Wie de afgelopen jaren de deconfiture van de transatlantische relaties en de implosie van Amerika's imago heeft aanschouwd, smacht naar een regime change in het Witte Huis. De persoonlijkheid van president Bush heeft veel kwaad bloed gezet, in Europa en elders. Door 9/11 hebben de VS een gehoorstoornis opgelopen, waardoor traditionele transatlantische communicatiekanalen zijn verstopt. In Washington staat kritiek gelijk aan verraad.

Het is daarom in Europees belang dat Bush niet wordt herkozen en dat een Democratische president (Dean of Clark), weer de mogelijkheid krijgt om terug te keren op de voor Europa zo comfortabele koers van multilateralisme. Wanneer de neoconservatieve revolutionairen rondom Bush zijn vertrokken, bestaat er een gerede kans dat de VS Europavriendelijker zullen worden en de NAVO weer tot de spil van het Amerikaans veiligheidsbeleid zullen verheffen. Hierdoor zullen de laatste vier jaren een boze droom blijken. Een aantrekkelijke gedachte, maar is het wel zo simpel?

Ten eerste kan de schade die door de invasie in Irak is aangericht niet zonder meer ongedaan worden gemaakt. Ook al moeten we helaas constateren dat de Franse waarschuwingen tegen de oorlog in Irak zijn bewaarheid, zitten de VS nu met de ellende, en Europa dus ook. Er is in Europa weinig reden tot zelfgenoegzaamheid, laat staan leedvermaak.

Washington heeft aangegeven dat de soevereiniteit in juni 2004 aan de Irakezen wordt overgedragen, zodat de regering-Bush zich in de aanloop tot de presidentsverkiezingen uit de chaos kan terugtrekken. Maar ook Bush' mogelijke Democratische opvolger zal zich met Irak moeten bezighouden. Evenals de meeste Europeanen zal een nieuwe Democratische president de invasie van Irak afkeuren. Maar nu het eenmaal zover is gekomen, heeft het Westen de plicht - zowel moreel als volgens het internationaal recht - om voor de rechtshandhaving en opbouw van Irak zorg te dragen. Hoe de presidentsverkiezingen ook zullen uitpakken, de VS hebben zich in een hoek geverfd. En dat zal een bron van transatlantische spanningen blijven.

Ten tweede is de Amerikaanse veiligheidsperceptie na 9/11 grondig veranderd. Daar moet ook een Democratische regering rekening mee houden. De veiligheidsdoctrine is omgegooid, en gaat er nu vanuit dat bedreigingen overal ter wereld moeten kunnen worden aangepakt, liefst voordat ze manifest worden en desnoods met militaire middelen. Het is onjuist om dit af te doen als een puur 'Republikeinse' aanpak. Onder Clinton ging het denken al in die richting.

Toch mag worden verwacht dat een Democratisch bewind de scherpe kantjes van preventief militair ingrijpen zal bijvijlen. Hoe zo'n 'Democratisch' veiligheidsbeleid eruit kan zien staat in een rapport - Progressive Internationalism: A Democratic National Security Strategy - dat onlangs in Washington werd gepresenteerd. Het document ademt meer aandacht en respect voor de Europese bondgenoten, en sluit beter aan bij Europa's prioriteiten, zoals het behoud van een stevige internationale rechtsorde.

Veel andere knelpunten zullen blijven, zoals de moeizame relatie tussen de NAVO en de EU, of een mogelijke taakverdeling tussen de VS en Europa (Amerika vecht; Europa bouwt weer op). Ondanks deze blijvende problemen zou het voor Europa en de transatlantische betrekkingen een enorme verbetering zijn wanneer een tweede termijn voor de regering-Bush kan worden vermeden.

De precaire vraag mag worden gesteld of Europa zelf iets kan doen om dit scenario te verwezenlijken. Nu de terreur in Irak toeneemt, is het legitiem om Europa's toch al bescheiden militaire steun te heroverwegen.

Het is van belang dat Europa (Nederland incluis) duidelijke politieke signalen afgeeft dat het een tweede termijn van Bush niet wenselijk acht. Met het oog op de verkiezingen vaart de Amerikaanse regering nog een gematigde koers. Maar na een eventuele herverkiezing zullen de Republikeinen alle remmen los gooien en dat zal de Europese belangen nog verder schaden. Slechts wanneer een nieuwe Democratische president een duidelijk multilateraal kader voor Irak en het Midden-Oosten op tafel legt waarvan ook Europa deelgenoot kan worden, moet Europa bereid zijn om met goede moed en grote inzet dit enorme karwei te klaren.