Research
Articles
Europese Unie: weerloze 'eeuwige theedrinker'
Wie een blik op de wereldkaart werpt, mag verbaasd zijn over de buitenproportionele rol die het kleine Europa speelt op het wereldtoneel. Op alle gebieden - of het nu gaat om economie, cultuur, politiek of veiligheid - neemt Europa een belangrijke plaats in. Met name de Europese Unie (EU) heeft iets van een irritant, klein teckeltje, dat maar niet lijkt te willen begrijpen hoe nietig en weerloos het is. Het is echter de vraag of Europa (en met name de EU) de illusie van zijn eigen grootsheid nog lang kan volhouden. Daarvoor is een aantal redenen.
Ten eerste noopt de comeback van klassieke machtspolitieke thema's als energieveiligheid, protectionisme en oorlog tot een herijking van Europa's identiteit als 'normatieve' mogendheid. De EU is gebaseerd op het idee dat macht en geweld moeten worden uitgebannen, of in ieder geval gemarginaliseerd. Een eervol streven, dat zeker. Maar levert dit gedachtegoed voldoende weerbaarheid op om uitdagingen als een Iraans kernwapen, ongecontroleerde massamigratie en een expansionistische Chinese vloot rücksichtslos aan te gaan?
Ten tweede is Europa's brede internationale samenwerking niet langer in de mode. Onder het presidentschap van George W. Bush heeft Amerika acht jaar lang aan de poten van 's werelds instituties gezaagd, wat het vertrouwen in internationale samenwerking en recht heeft ondermijnd. In plaats van sterke instituties met duidelijke regels zien we steeds vaker vage ad hoc-coalities waar een ieder lijkt te doen wat-ie wil. Deze ontwikkeling is vooral voor de EU zorgwekkend, omdat de Unie (net als normale staten) tracht het eigen model van 'effectief multilateralisme' aan de rest van de wereld uit te dragen, of beter: op te dringen. Dat wordt nu dus steeds moeilijker.
Ten slotte leidt de schijnbaar onvermijdelijke uitbreiding van de EU tot de verdere verwatering van de toch al frêle Europese identiteit. Europa is te lang een 'werk in uitvoering' gebleven, wat heeft geleid tot frustratie en vervreemding tussen Brussel en zijn burgers. Het resultaat is een stuurloos Europa.
De vele decennia van vrede en voorspoed hebben Europa verzadigd gemaakt. De meeste Europeanen vinden militair geweld een bot en zelfs contraproductief instrument om politieke doelen te verwezenlijken. Europa presenteert zichzelf daarom liever als normatieve macht, een mogendheid die middels regelgeving, overredingskracht en sterke argumenten, de eigen belangen en waarden verdedigt en verspreidt. Daarin is de EU tot op zekere hoogte effectief gebleken. Maar de prijs die de EU daarvoor betaalt, is hoog, aangezien deze 100 procent civiele benadering gepaard gaat met een bewuste slechtziendheid ten aanzien van groeiende strategische bedreigingen.
Binnen de krochten van de Brusselse macht heeft men de laatste jaren schoorvoetend enkele militairen toegelaten. De EU heeft nu zelfs zogenaamde battlegroups , die in principe op afroep gebruikt kunnen worden om militair in te grijpen. Echter, deze eenheden zijn tot nu toe niet ingezet en de missies die de EU kwalificeert als 'militair' bestaan veelal uit bescheiden vredesoperaties of het uitzenden van een handvol 'monitors' of adviseurs. Dit is natuurlijk niet verwonderlijk. Het valt nauwelijks te verwachten dat een organisatie die decennialang niet mocht nadenken over buitenlandse politiek en veiligheid zich op stel en sprong een volwaardige strategische cultuur aanmeet.
In de praktijk betekent dit dat de EU niets in te brengen heeft wanneer Rusland en Georgië op de vuist gaan; wanneer Israël Hamas te lijf gaat in de Gaza; wanneer Pakistan dreigt uiteen te vallen; wanneer Iran kernwapens ontwikkelt; wanneer tienduizenden immigranten zich aan Europa's grenzen verdringen of wanneer Rusland de gaskraan dichtdraait.
Wie de Europese veiligheidsstrategie erop naslaat, vindt voor dit soort conflicten en problemen nog niet eens het begin van een antwoord. Op korte termijn valt hierin weinig verandering te brengen. Wellicht heeft de EU een catharsis nodig om de stap van normatieve mogendheid naar volwaardige supermacht te nemen. Het is wachten op een 'nuttig conflict' dat de Europese lidstaten wakkerschudt. Enkele maanden zonder Russisch gas of een serieuze terroristische dreiging aan het adres van Europa, kunnen daarbij wonderen doen. Niets vormt de Europese identiteit immers zo gemakkelijk als een externe dreiging. Tot nu toe blijft het echter 'ieder voor zich, en God voor ons allen'.
Nieuwkomers als China voelen zich meer thuis in een internationale arena, waar de heldere regels van het eigenbelang gelden, dan het complexe EU-circus waar managementtechnieken leidend zijn. Dat maakt de EU nerveus en onzeker. Immers, Europa's toekomst is niet alleen ongewis, maar ook nog eens somber. Gelukkig is Amerika's president Obama bereid om samen met Europa het voortouw te nemen bij de hervorming van 's werelds instituties. De rol van de G-20 bij het managen van de economische crisis is daarvan een voorbeeld. In het vervolg zullen we meer van dit soort ad hoc-clubjes zien, waar problemen met directe belanghebbenden worden aangepakt en waar de regels al doende worden geformuleerd.
Het is de vraag of Europa aan dit nieuwe spel der wereldpolitiek op hetzelfde niveau kan deelnemen.
De fragiele democratische legitimiteit van de EU en problematische bestuurbaarheid stellen grenzen aan de groei. Een Unie met meer dan dertig lidstaten en meer dan 500 miljoen 'burgers', gaat aan zelfdestructie ten onder. Het is immers nu al bijna onmogelijk om binnen de EU op belangrijke thema's gelijkgezindheid te bewerkstelligen, laat staan wanneer een recalcitrant en cultureel exotisch Turkije zich met Europa's beleid ten aanzien van, bijvoorbeeld, Israël of het islamitisch terrorisme, mag bemoeien.
De EU lijkt op Job Cohen, de 'eeuwige theedrinker' die de boel slechts bij elkaar wil houden zonder te willen (en durven) aangeven welke leidende cultuur maatgevend behoort te zijn. Op termijn is dit geen goed beleid. Wanneer de uitbreiding van de EU een 'spel zonder grenzen' wordt, gaat de Unie aan zijn eigen 'succes' ten onder. Eurosceptische Britten mogen dit toejuichen, het Nederlandse belang wordt hiermee niet gediend.
Dit artikel is een voorpublicatie uit 'De nieuwe wereld', de zomereditie van Christen Democratische Verkenningen, die binnenkort in de boekhandel ligt (Uitgeverij Boom).