Research

Op-ed

Friendship, met een luikje

02 Oct 2009 - 09:55
De arrestatie van Transavia-piloot Julio P. laat de gedachten teruggaan naar oude tijden en oude dossiers over de Argentijnse junta.

Nu is een man gepakt die ervan wordt verdacht dat hij politieke tegenstanders van Videla uit zijn vliegtuigen in de Atlantische Oceaan dumpte. Dertig jaar geleden werd de vraag gesteld of het eigenlijk wel netjes was om de vliegtuigen waarmee dat gebeurde, óók Nederlands fabrikaat, aan dat Argentijnse bewind te leveren. Er werden kosten noch moeite gespaard om de vaderlandse Fokkerfabriek te steunen. Nu waren wij geen Boeing of British Aerospace en de concurrentie was keihard, dus we moesten het soms van de kruimels hebben die in de uithoeken van de markt waren te vinden. Een dubieuze klant - ach, je moest een beetje creatief met de regels omgaan en dan viel er wel een mouw aan te passen.

De Argentijnse luchtmacht was een goede klant. Tussen 1968 en 1976 werden zo'n vijftien militaire versies van de F27 en F28, paradepaardjes van Fokker, aan de luchtmacht geleverd. In maart 1976 grepen militairen de macht. Omdat het land in chaos was weggezakt, viel de reactie nog enigszins mee: er was een sprankje hoop dat er even orde op zaken zou worden gesteld en dat Argentinië daarna weer aan de burgerpolitici zou worden teruggegeven. Maar na een paar maanden bleek die hoop ijdel en begonnen berichten over mensenrechtenschendingen, verdwijningen en moorden het beeld te kleuren. Niet alleen in buurland Chili, maar ook in Argentinië werd een vuile oorlog tegen het eigen volk en de democratie gevoerd. Van een goede klant kon je dus niet meer spreken, maar de Fokker-leveranties gingen door. De Argentijnse marine en luchtmacht kregen er in de junta-periode (die in 1983 eindigde) nog bijna tien Fokker-vliegtuigen bij. Friendships, noemden we die in Nederland.

Kon dat zomaar? Volgens het Nederlandse wapenexportbeleid moet (en moest) een leverantie worden getoetst aan criteria van veiligheid en mensenrechten. Het woord schurkenstaat was in die jaren nog niet uitgevonden, maar Argentinië zou zich moeiteloos hebben gekwalificeerd. De Nederlandse regering vond dat het kon. De redenering was ingenieus en ingewikkeld: een Fokker-vliegtuig was eigenlijk geen 'wapen' maar een verkeersvliegtuig met een extra luikje in de romp en wat extra knipperlichtjes en boordapparaten die het geschikt maakten voor patrouilles. En wat de mensenrechten betrof: niet het vliegtuig zelf schendt de mensenrechten, dat doen de mensen die ermee vliegen of de officieren die ze laten opstijgen. Nederland verbood in die tijd alleen leverantie van echte wapens, en bovendien pas als je kon aantonen dat de mensenrechten met die wapens zelf werden geschonden. Het Nederlandse vergunningenbeleid 'raadde' niet naar de intenties van de klant, alleen de feiten en het ontwerp van het omstreden vliegtuig deden ertoe.

Begin 1984 bekenden marineofficieren tegenover het weekblad Siete Dias dat meer dan duizend gevangen Argentijnen, na te zijn verdoofd en aan elkaar te zijn gebonden, als pakketjes in de oceaan waren gegooid. Meestal waren ze eerst al gemarteld op de campus van de Escuela de Mecánica, de technische school van de Argentijnse marine. De Argentijnse junta liet de dissidenten ver uit de kust in zee gooien, maar had geen rekening gehouden met de sterke stroming die ervoor zorgde dat de lijken weken later tussen San Clemente en Santa Teresita begonnen aan te spoelen. Ook om dát vast te stellen, en tegen te gaan, waren de laagvliegende Friendships handig.

Niet vanwege de mensenrechten, maar pas omdat de Argentijnse junta een oorlog tegen Groot-Brittannië begon om de Falklandeilanden, ging Nederland zich houden aan een Europees wapenembargo tegen de junta. Vliegtuigleveranties zelf werden even opgeschort, maar onderdelen en reparaties vielen blijkbaar buiten het embargo. Ter 'vergelding' strafte Argentinië de Europese landen met een tegenembargo. Nederland had daar weinig last van. Granny Smith-appelen konden we ook wel ergens anders kopen. Ook Fokker deerde het allemaal niet. Op 15 april 1982 verklaarde de bedrijfswoordvoerder: 'We leveren onderdelen aan Argentinië op afroep. De keus is aan de Argentijnen: of onze produkten blijven kopen, of onze Fokker-vliegtuigen aan de grond houden.'

Kom daar nu eens om. Nog altijd geldt de regel dat regimes die de mensenrechten verkrachten, gestraft kunnen worden met een wapenembargo. Maar nog altijd gelden geen automatismen: van geval tot geval wordt een leverantie bekeken en wordt nagegaan of er een relatie bestaat tussen het 'soort' schending en het te leveren materiaal. Toch zijn we wel opgeschoven van 'ja tenzij' naar 'nee tenzij' als het om leveren aan schurkenstaten gaat. Maar voor kroonjuwelen uit de nationale industrie, zoals Fokker destijds, wordt gezocht naar friendship, als het moet met kunst- en vliegwerk.