Research

Articles

Geen Atlantische reflex, maar wat dan wel?

01 Mar 2010 - 10:39
PvdA, GroenLinks en D66 stellen partijbelang voor landsbelang. Er moet een nieuwe, anti-populistische gedragscode komen voor onze buitenlandse politiek, vindt Alfred Pijpers.

De kabinetscrisis is een affront voor de NAVO en Amerika, en schadelijk voor het Nederlandse aanzien in de wereld. Nog steeds weten wij geen raad met kwesties van oorlog en vrede. Partijbelangen gaan vaak boven het landsbelang.

De huidige crisis is precies een jaar geleden ingezet door de eis vanuit de Tweede Kamer om het Irak-beleid van het eerste kabinet-Balkenende te onderzoeken. Dat was een sluipende motie van wantrouwen tegen zowel de premier als tegen diens pro-Atlantische koers. Pal nadat in de VS een president was beëdigd die groot vertrouwen genoot in de wereld, en die de banden met Europa wilde aanhalen, werd in Den Haag een besluit genomen om die trans-Atlantische banden in een kwaad daglicht te stellen. Want daar kwam de instelling van de commissie-Davids op neer. Inzake Uruzgan gaat het precies zo. Op het moment dat Obama een dramatisch beroep op de NAVO-bondgenoten doet om Afghanistan niet in de steek te laten, haakt Nederland af.

Dit anti-Amerikaanse offensief van de PvdA en diverse oppositiepartijen is aardig gelukt. Het Irak-debat was de ideale opmaat voor het Uruzgan-debat. Balkenende is mogelijk van het toneel verdwenen, en de trans-Atlantische relatie ligt aan diggelen. Onbegrijpelijk dat Wouter Bos, die mede dankzij de consistente Atlantische koers van de kabinetten-Balkenende mocht meedraaien in de G-20, botweg het persoonlijk verzoek van de Amerikaanse vicepresident Biden om langer in Uruzgan te blijven, van de hand wees.

Er moet een nieuwe gedragscode komen voor de Nederlandse buitenlandse politiek. Die wordt door twee krachten op de proef gesteld. Enerzijds door de boze buitenwereld, met zijn vele bekende en ook minder bekende gevaren. Vooral Zuidwest-Azië is momenteel één uitgestrekt vulkanisch gebied waar op elk moment machtige erupties kunnen plaatsvinden. Voor de VS hebben de sluimerende crises in Afghanistan, Iran, of de Palestijnse gebieden de hoogste prioriteit. Het lijkt wel of wij het klimaat belangrijker vinden. En inderdaad, het is heel wat aangenamer je druk te maken over een theoretisch stijgende zeespiegel, dan over een acute atoom- of terreurdreiging in het Midden-Oosten.

De vertrouwde internationale bakens zijn al lang verzet. De NAVO worstelt permanent met de vraag hoe met beperkte middelen een groeiend aantal veiligheidstaken kan worden verricht in een wijder verdragsgebied. De EU kent vergelijkbare kopzorgen, inclusief de stabiliteit van de eurozone. Opkomende mogendheden eisen hun plaats op in de wereld, en dwingen internationale organisaties tot herijking van invloed en lidmaatschap. De mondiale media, een woud van ngos, en een veel bredere publieke participatie maken het internationale speelveld extra gecompliceerd. Het is voor een grote handelsnatie essentieel zich in deze omgeving te handhaven, niet in het minst door diplomatieke kwaliteit en betrouwbaarheid.

De grootste bedreiging komt wat dat betreft uit het binnenland. Het wassende populistisch tij, van links en rechts, ondermijnt de klassieke pijlers van de Nederlandse buitenlandse politiek, zoals de Europese integratie en de ontwikkelingshulp. Ook partijen als D66 en GroenLinks gaan daarbij niet vrijuit. Hun leiders koesteren zich graag in anti-Wilderse correctheid, maar zij hebben de afgelopen jaren hun oppositiebelangen steevast laten prevaleren boven het belang van een goede relatie met Washington. Ondanks de lyrische bewondering die zij zeggen te hebben voor Obama. Ook de PvdA probeert met de aloude reflex van militaire afzijdigheid de SP electoraal af te troeven.

Officieel is er geen cordon sanitaire gelegd rond Wilders, maar onder de gevestigde partijen is men het er wel over eens dat bepaalde binnenlandse waarden en verworvenheden moeten worden behoed voor populistisch bederf. In Nederland worden vanouds allerlei maatschappelijke kwesties gepacificeerd. Er is ook een breed gedragen besef dat polderen en consensusvorming van groot belang zijn voor de economie en de sociale verhoudingen. Dat besef ontbreekt tegenwoordig merkwaardigerwijs in de Nederlandse buitenlandse politiek.

De jaren 50 en 60 keren niet weerom. Twitterende lijsttrekkers hebben andere zorgen dan verzuilde elites die onder het oog van een lijdzame bevolking hun gemeenschappelijk geloof konden belijden in NAVO, Europa of volkenrecht. Maar net zoals de polder partijen verzoent op economisch of sociaal terrein, zo zal die ook aan de slag moeten in de buitenlandse politiek. Daarom moeten de gevestigde politieke partijen een anti-populistisch convenant sluiten over de grondslagen van onze buitenlandse politiek in de 21ste eeuw. Met een identificatie van fundamentele Nederlandse belangen, en vooral ook met afspraken over de Haagse stijl in de sector buitenlands beleid. Want de belangen die daar spelen zijn niet minder vitaal dan die in de economie of het onderwijs.

Info: Alfred Pijpers is verbonden aan het veiligheidsprogramma van het Instituut Clingendael in Den Haag.