Research

Trade and Globalisation

Op-ed

Geheim omdat het geheim is

21 Oct 2011 - 16:34

Iran wordt beschuldigd van een moordcomplot tegen de Saoedische ambassadeur in Washington. Hillary Clinton: 'Deze samenzwering was een flagrante schending van het internationale recht en de Amerikaanse wet en een gevaarlijke escalatie van de Iraanse gewoonte om politiek geweld te gebruiken en te fungeren als sponsor van terrorisme.'

Allemaal misschien waar en zeer ernstig, maar de vraag is hoe zeker we dat kunnen en mogen weten. Temeer daar minister Clinton de samenzwering een 'bedreiging van de internationale vrede en veiligheid' noemde, de standaardinleiding om andere landen aan te sporen de dader aan te pakken. Links en rechts wordt getwijfeld aan het verhaal, dat zelfs door minister Eric Holder (Justitie) Hollywoodachtig werd genoemd. Kenneth Katzman, Midden-Oostenspecialist van het onderzoeksbureau van het Congres, gelooft er ook bar weinig van:

- Iran zou volgens de VS de aanslagen hebben uitbesteed aan een Mexicaanse drugsbende. Dat doet Iran nooit, het zou voor dergelijke avonturen altijd een moslimgezelschap als Hezbollah inhuren. Iran weet dat de Mexicanen zijn geïnfiltreerd door agenten van de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency.

- De uitvoerder zou een klungelige Texaans-Iraanse autoverkoper zijn, ook tegen de Iraanse gewoonte in. De Quds-brigade van de Revolutionaire Garde heeft zijn eigen klusjesmannen.

- Iran is niet zo gek zich de militaire vergelding van de VS op de hals te halen voor een vuile aanslag op een restaurant waarbij waarschijnlijk veel meer doden zouden vallen dan 'slechts' de Saoedische ambassadeur.

Nu zou je nog kunnen redeneren dat Iran zo uitgekookt is dat het onwaarschijnlijke nu juist de verrassingsoverweging achter de terreurtactiek kan zijn geweest. Helemaal uitsluiten kun je een wild scenario nooit - de VS zegt hard bewijs te hebben. Probleem is ook niet om een geschiedenis van Iraans wangedrag te construeren, die het samenzweringsverhaal stutten. In 1979 bezetten Iraanse studenten de Amerikaanse ambassade in Teheran en gijzelden 444 dagen lang diplomaten. In april 1983 werd de Amerikaanse ambassade in Beirut opgeblazen. Later dat jaar waren het hoofdkwartier van de US Marines en Franse legerbarakken aan de beurt, waarbij honderden doden vielen. In 1994 werd het Joods Cultureel Centrum in Buenos Aires verwoest - vijfentachtig doden en driehonderd gewonden. En in 1996 kwamen bij aanslagen op de Khobar Towers in Saoedi-Arabië negentien Amerikaanse soldaten om. Bij al deze aanslagen, de highlights uit een nog langere vervolgreeks van beschuldigingen over Iraans geweld of regie achter geweld in Irak en Afghanistan, gingen zware verdenkingen uit naar Teheran, maar - met uitzondering van geestelijke lof van Khomeiny voor de bezetting van de ambassade in 1979 - zijn keiharde bewijzen nooit publiek geworden.

En dat wordt lastig. Iran moet eindelijk eens worden gestraft, vindt de VS. Maar nu Clinton daarvoor verwijst naar schending van het internationale recht en de Amerikaanse wet, is het goed even stil te staan bij de discussie die juristen momenteel in de VS zelf voeren over het recht dat de regering-Obama zichzelf toekent om willekeurige personen via geheime memo's tot 'vijand' te bestempelen en met onbemande vliegtuigjes naar het hiernamaals te zappen. Aanleiding was de uitschakeling van Al-Qaida-leider Al-Awlaki drie weken geleden. Bij deze Amerikaanse Jemeniet vond de regering dat zij zelfs eigen staatsburgers op de dodenlijst mag zetten. Het memo waarin dat stond, is geheim.

Ik vroeg me twee weken geleden af waarom Amerikaanse 'terroristen' het voor hun rechtsbescherming blijkbaar niet van het internationale recht moeten hebben. Een lezer van deze column die werkzaam is bij het New Yorkse advocatenkantoor Bernstein Litowitz Berger & Grossmann wees me erop dat in de VS zelf het internationale recht niet afdwingbaar is en dus niet relevant in de overweging of iemand door een CIA-raket kan worden gedood. De Bill of Rights daarentegen wel, al probeert de regering geïnteresseerde burgers met een beroep op 'state secrets' buiten de deur te houden. 'In het kort komt het erop neer dat de dodenlijst geheim is, je daarom niet kunt aantonen dat je erop staat, en je dus geen aantoonbaar recht hebt om een juridische procedure te beginnen.' Wat ook de waarheid is achter beschuldigingen van samenzwering en besluiten om moorden te rechtvaardigen: we krijgen er geen vinger achter. Regeringen bedienen zich maar al te graag van argumenten die zij zelf geheim verklaren omdat zij zelf om geheime redenen vinden dat ze het recht hebben om die argumenten geheim te verklaren.