Research

Articles

Geopolitieke revolutie eist eenheid EU

01 Jun 2005 - 09:52
Ook zonder Grondwet blijft Europa, maar gebrek aan eenheid versterkt haar mondiale positie niet. En met de mensenrechten wordt het ook niet beter, betoogt Rob de Wijk.Ja.

Zonder Grondwet draait Europa gewoon door.

Het document brengt bestaande verdragen bijeen en voegt enkele nieuwe elementen toe. Zonder Grondwet komt er geen vaste voorzitter voor de Europese Raad; komt er geen Europese minister van Buitenlandse Zaken; neemt de macht van het Europees Parlement niet toe; en worden de basisrechten en vrijheden van Europese burgers niet juridisch bindend vastgelegd. Voor veel voorstanders zijn dit juist de redenen om voor te stemmen. Feit blijft dat de Europese Unie, zij het wat minder democratisch, transparant en efficiënt, zonder deze initiatieven blijft functioneren. Ook wordt de klok niet teruggezet. Europa verwatert niet, zoals veel eurosceptici hopen, tot een vrijhandelszone omdat de bestaande verdragen van toepassing blijven.

Als tegenstemmen voor de burger weinig merkbare gevolgen heeft, waarom dan voorstemmen? 'Nee' is immers een duidelijk signaal van onvrede met de euro, de te snelle uitbreiding, de opgedrongen onderhandelingen met Turkije en een abstracte Unie met onherkenbare bestuurders. In dit referendum gaat het echter om de keuze tussen een protest tegen het interne beleid van de Unie, waaraan een tegenstem overigens niets verandert, en het mogelijk maken van verdieping van het externe beleid.

Aanvaarding van de Grondwet creëert een nieuwe dynamiek in Europa en is een aanmoediging een aantal problemen gezamenlijk aan te pakken. Zonder Grondwet is dat technisch mogelijk, maar feitelijk uitgesloten omdat het afstemmen ervan verlammend werkt. 'Nee' drijft het geloof in het 'Project Europa' naar een nieuw dieptepunt op een moment dat het buitenlands- en veiligheidsbeleid juist een impuls moeten krijgen.

Er is een aantal geopolitieke ontwikkelingen waarop Europa gezamenlijk moet inspelen. De belangrijkste is de opkomst van Azië. China en India, samen goed voor eenderde van de wereldbevolking en sinds een maand 'strategische partners voor vrede en welvaart', worden economische grootmachten die samen met de Amerikanen de internationale betrekkingen gaan domineren.

De gevolgen zijn nu al zichtbaar. Chinezen, Indiërs en Amerikanen manoeuvreren zich in een zo gunstig mogelijke positie om hun belangen veilig te stellen. Zij definiëren belangen in termen van veilige handelsroutes, toegang tot slinkende olievoorraden, andere schaarse hulpbronnen en de stabiliteit van de huidige en de toekomstige markten. Cruciaal is dat deze belangen bedreigd worden in een zone van instabiliteit die ruwweg van Noord-Korea via de Indische Oceaan naar het Midden-Oosten loopt. Deze zone wordt gekenmerkt door schurkenstaten, piraterij, de verspreiding van massavernietigingswapens, burgeroorlogen, trainingskampen van terroristen en ander onheil. Geen wonder dat China, India en de VS dit gebied primair beschouwen in veiligheidspolitieke termen. Met een combinatie van militaire en economische macht willen zij hun invloed in de regio maximaliseren.

Onze welvaart is evenzeer afhankelijk van stabiliteit in dat deel van de wereld. Maar Europa speelt in deze great game geen rol. En willen wij, Europeanen, dat de inrichting van de wereld door een paar Aziatische grootmachten en de Verenigde Staten wordt bepaald? Als het antwoord 'nee' is, is gezamenlijk optreden vereist. Afzonderlijke Europese landen zijn te zwak om in dit geopolitieke geweld overeind te blijven. Bovendien zijn we, gezien de mate en de onomkeerbaarheid van de economische integratie, volledig op elkaar aangewezen.

De Europese Unie is nu niet in de positie haar belangen te behartigen. Door gebrek aan een geloofwaardig buitenlands- en veiligheidsbeleid zijn wij afhankelijk van wat China, India en de Verenigde Staten voor ons overlaten. Deze internationale marginalisering leidt over een jaar of tien tot een onaangename cocktail van afnemende welvaart, welzijn en stabiliteit. Dat is precies de tijd waarin Europa, door de afnemende dynamiek als gevolg van de vergrijzing, zich dit niet kan permitteren. Meeliften met Amerika is geen optie. Europa is sinds het einde van de Koude Oorlog voor Washington geen strategische prioriteit meer. Bovendien hoeven de Amerikanen, vanwege de huidige Europese politieke verdeeldheid, zich nauwelijks iets van de Europese Unie aan te trekken. Door een 'nee' tegen de Grondwet zal de geloofwaardigheid van de Europese Unie als speler op het wereldtoneel alleen maar verder afnemen.

De tweede reden voor verdergaande integratie is de wereldorde die na de Koude Oorlog is ontstaan. De enige overgebleven supermacht kan niet worden verweten zich als een olifant in de porseleinkast te gedragen. Dat is een supermacht eigen. De wijze waarop Washington in de kwestie Irak zijn wil aan de wereld heeft opgelegd, past daarin. Dat heeft diepe sporen achtergelaten. Pro-Amerikaanse Europese regeringen moesten er een prijs voor betalen: premier Aznar verloor de Spaanse verkiezingen; premier Blair won de verkiezingen bij ontstentenis van een sterke tegenkandidaat. Maar zijn persoonlijke prestige is door zijn onvoorwaardelijke steun aan Bush tot een dieptepunt gedaald.

De regeringen in het anti-Amerika kamp hebben ook weinig klaargemaakt. Voor- en tegenstanders van het Amerikaanse beleid trokken daarop dezelfde conclusie: verdergaande integratie van het buitenlands- en veiligheidsbeleid is nodig als wij in de internationale politiek Europese waarden willen laten doorklinken. En die typisch Europese politiek is na een halve eeuw integratie ontstaan: primaat voor de VN en het internationale recht en crisisbeheersing met diplomatieke en economische, in plaats van militaire middelen. Een benadering die haaks staat op die van de Amerikanen met hun nadruk op militaire oplossingen en het selectief gebruiken van de VN en het internationaal recht. Zonder geloofwaardig buitenlands en veiligheidsbeleid is elk Europees protest tegen Abu Ghraib of Guántanamo Bay een holle frase. Het is moreel gezever van landen die door gebrek aan eenheid hier niets tegenover kunnen stellen.

De derde reden is het internationale terrorisme. De zachte aanpak van Europa staat hier tegenover de harde aanpak van de Amerikanen. Europa is zeker bereid geweld te gebruiken om het terrorisme de kop in te drukken. Maar in tegenstelling tot de Amerikanen is het Europese beleid meer gericht op het oplossen van de oorzaken van het internationale terrorisme. Geen confrontatie, maar samenwerking en geweld als dat nodig is. Als wij Europeanen vinden dat onze aanpak beter is dan die van de Verenigde Staten, dan moet Brussel daartoe de mogelijkheid krijgen. Een stem tegen de Grondwet, is daarom een stem voor de Amerikaanse aanpak.

De conclusie is dat de Europese Unie slechts een belangrijke speler kan worden als de economische integratie van de afgelopen vijftig jaar wordt aangevuld met verdergaande politieke integratie, gericht op het ontwikkelen van een geloofwaardig buitenland- en veiligheidsbeleid. Meer centralisatie van het externe beleid moet gepaard gaan met decentralisatie van het interne beleid. Dat laatste is de uitdrukkelijke wens van de Europese burger. Dit proces wordt, op zijn gunstigst, zwaar vertraagd als de Grondwet wordt afgestemd. Vertraagd, niet omdat de Grondwet hiervoor per se nodig is, maar omdat politieke verlamming hervormingen in de weg staat.

Het verwerpen van de Grondwet draagt dus bij tot algemene Europese malaise. Het zelfvertrouwen krijgt een deuk op een moment dat wij van onze politici eisen de blik naar buiten te richten en de EU in een positie te manoeuvreren zodat onze belangen voor de toekomst worden veiliggesteld.

Ook de Amerikanen zien dat zo. Zonder bondgenoten is het voor de VS moeilijk in het geopolitieke spel zo sterk mogelijk te staan. Om die reden pleitte zelfs president Bush tijdens zijn bezoek aan Brussel voor meer Europese eenheid. Daardoor wordt de Europese Unie een geloofwaardige partner waarmee de Amerikanen rekening willen en moeten houden. Hier ligt een kans een Europees beleid in een transatlantische context vorm te geven.

Nederland is sinds de moorden op Fortuyn en Van Gogh vooral met zichzelf bezig. Van de vermaarde internationale oriëntatie is weinig over. Het is treurig als deze nieuwe Nederlandse naar binnengerichtheid bijdraagt aan de Europese verlamming, die uiteindelijk leidt tot verdere marginalisering van datzelfde Europa in het geopolitieke spel dat zich nu voltrekt; een ontwikkeling die als een boemerang naar ons terugkeert.