Research

Conflict and Fragility

Op-ed

Haqqani-netwerk zet relatie VS-Pakistan op scherp

28 Sep 2011 - 17:13

Je zou Pakistan gedoogpartner van Amerika kunnen noemen. Maar ook de vraag kunnen omkeren en stellen: hoe lang gedoogt Amerika Pakistan nog? In 2005 schreef de Pakistaanse ambassadeur in Washington Husain Haqqani, dat zijn eigen inlichtingendienst ISI geld betaalde aan jihadleiders om zich rustig te houden. Het betalen van 'doe normaal'-premies kon je opvatten als een vorm van constructief beleid, omdat de ISI daarmee terreur afkocht. Twee van de begunstigden zouden de baas zijn van de terreurorganisaties Jaish-e-Mohammed en Lashkar-e-Taiba, beide in India verdacht van de grote aanslag op het parlementsgebouw in New Delhi in 2001. Omgekeerd kon je ook denken dat de ISI de terreurgroepen min of meer aanstuurde via de geldkraan. Die verdenking groeide met de jaren. In rapporten van het Amerikaanse Congresbureau staat dat de Pakistaanse diplomaat de jihadgroepen een staatsgesponsord instrument noemt waarmee aartsvijand India kan worden bestookt.

 

In zijn boek The Inheritance: the World Obama Confronts and the Challenges to American Power (2009) deed journalist David Sanger van The New York Times er nog een schepje bovenop. Nadat de National Security Agency berichtenverkeer had onderschept waaruit onomstotelijk bleek dat Pakistan de taliban als 'strategisch instrument' inzette, was voor de VS de maat vol en werd besloten tot luchtaanvallen met drones in Pakistan over te gaan. Het bestrijden van de taliban kon je blijkbaar niet aan Pakistan overlaten. De NSA had een boodschap van de ISI onderschept waaruit bleek dat een grote aanslag was gepland, al was niet duidelijk waar precies. Enkele dagen later bleek het om de gevangenis in Kandahar te gaan, waarbij honderden jihadi's konden ontsnappen.

Op 7 juli 2008 werd een zelfmoordaanslag gepleegd op de Indiase ambassade in Kabul. Daarbij kwamen zestig mensen om het leven. Daarop vloog de tweede man van de CIA, Stephen Kappes, naar Islamabad en toonde de Pakistaanse regering een bewijs dat de ISI het Haqqani-netwerk met de aanslag had geholpen. Even later ondersteunde een Wikileaks-telex de stelling dat de ISI achter de aanslag zat. Het netwerk werd ook beschuldigd van een aanslag op het Serena Hotel in Kabul (acht doden) eerder dat jaar. 'Of ik geloof dat de Pakistaanse regering meer moet doen? Absoluut. Of ik geloof dat organisaties als de ISI min of meer medeplichtig zijn? Ja,' zei NAVO-bevelhebber David McKiernan zomer 2008.

De beschuldigingen hielden aan. Het Haqqani-netwerk zou eind 2010 achter de aanslag op een CIA-post in Oost-Afghanistan hebben gezeten, waarbij zeven mensen sneuvelden. Op 28 juni van dit jaar was het Intercontinental Hotel in Kabul aan de beurt, negentien doden. Op 10 september ontplofte in Wardak een vrachtwagen met explosieven: zevenenzeventig Amerikaanse gewonden, twee Afghaanse doden. NAVO-commandant generaal John Allen zei dat hij de Pakistaanse generaal Kayani twee dagen vóór de aanval al had gewaarschuwd: we weten dat? er iets gaat gebeuren, doe er iets aan! 'Ik zal een telefoontje plegen,' had Kayani tot verbazing van Allen geantwoord. Twee dagen later was het toch raak. 13 September: zestien doden bij een raketaanval op de Amerikaanse ambassade in Kabul. 20 september: moord op oud-president en vredesonderhandelaar van Karzai met de taliban Rabbani.

Vorige week liet de binnenkort als stafchef vertrekkende admiraal Mike Mullen alle reserves varen en zette de relatie met Pakistan ongekend op scherp. 'Leden van het Haqqani-netwerk hebben met hulp van de ISI de vrachtwagenaanslag en de aanslag op onze ambassade gepland en uitgevoerd,' zei hij tegen de Senaat. 'We hebben ook geloofwaardig bewijs dat ze achter de aanslag op het Intercontinental Hotel in Kabul en nog een boel andere aanslagen zaten. Het Haqqani-netwerk is een heuse arm van Pakistans Inter-Service Intelligence Agency ISI.' Mullen ging nog een stap verder door te zeggen dat 'de Pakistaanse regering, door te kiezen voor gewelddadig extremisme als beleidsinstrument, het strategisch partnerschap' in de waagschaal stelde. Pakistan reageerde woedend, want ziet de laatste beschuldigingen als een voorwendsel om een echte interventie in Waziristan te plegen, waar het Haqqani-netwerk vrij onderkomen heeft.

Nóg verder gaat een zojuist verschenen rapport van twee grote Amerikaanse denktanks onder voorzitterschap van een oud-ambassadeur in India, Robert Blackwill. Dat zegt dat de hoop op medewerking van Pakistan een illusie is en dat VS en India nu maar beter een plan kunnen maken om samen op te trekken en de snelgroeiende Pakistaanse kernmacht uit handen te houden van de Pakistaanse jihadi's.

De gedoogcoalitie in Azië staat op barsten.

Zie: persbericht van 27 september over uitspraken van het Witte Huis over Pakistan's banden met Haqqani