Harde actie is nodig, maar geen overreactie
De Verenigde Staten zijn het aan hun geloofwaardigheid en hun positie in de wereld verplicht krachtdadig te reageren op de aanvallen op New York en Washington. Rob de Wijk vreest echter voor een overreactie, want dan zou de stabiliteit in de wereld op het spel komen te staan.
De twee meest gestelde vragen van de afgelopen dagen zijn: hoe kon deze terreur gebeuren en hoe moeten de Amerikanen nu reageren. De eerste verwijten aan het adres van de inlichtingendiensten werden spoedig na de ramp gemaakt. Maar de afgelopen tien jaar kwamen veel deskundigen tot de conclusie dat het niet de vraag is of zich ooit een aanslag van een dergelijke omvang zou voordoen, maar wanneer en met welke middelen. In het midden van de jaren negentig kreeg dit soort aanslagen ook een naam: apocalyptisch terrorisme. Deze vorm van terreur werd vooral in verband gebracht met jihad-bewegingen, zoals die van Osama bin Laden en de groep van Ramzi Yousef, die beide nauwe banden met Afghanistan hebben. Diep religieuze aanhangers van deze bewegingen streven naar eenheid van de islamitische wereld onder een politiek-religieuze leider. Niet-gelovigen moeten worden verdreven of gedood. Osama bin Laden was over deze doelstelling in zijn 'officiële' oorlogsverklaring van 1996 en de daaropvolgende fatwa's aan het adres van de Verenigde Staten overduidelijk. De Amerikanen moeten verdwijnen uit het land van de heilige plaatsen, Jeruzalem en Mekka. Door de Amerikaanse steun aan het volk van Israël en het koninklijk huis van Saoedi-Arabië worden de VS als de satan gezien die met alle middelen moet worden bestreden. De doelstellingen van dit soort groepen zijn maximaal en om die te bereiken zijn maximale middelen nodig.
Dit effect kan op drie manieren worden bereikt: aanvallen tegen informatie- en communicatienetwerken ('cyber war'), aanvallen met chemische, biologische of nucleaire middelen (massavernietigingswapens) en vormen van asymmetrische oorlogvoering. Cyber war werd het meest waarschijnlijk geacht, omdat Westerse landen vrijwel continu door hackers en crackers worden aangevallen. Een goeduitgevoerde aanval kan de gehele maatschappij lamleggen, met catastrofale sociale en economische gevolgen.
Aanvallen met massavernietigingswapens worden door experts als de grootste bedreiging gezien. De meest aannemelijke scenario's zijn het gebruik van massavernietigingswapens die Amerika worden binnengesmokkeld of aanvallen met raketten voorzien van deze wapens. De initiatieven van de presidenten Clinton en Bush ten aanzien van een raketschild moeten in dit licht worden gezien. Het Amerikaanse Office of Technology Assessment heeft reeds jaren geleden inschattingen gemaakt van de mogelijke gevolgen van deze wapens in verstedelijkte gebieden. Het gebruik van antrax of miltvuur zou in een stad als New York onder 'gunstige' omstandigheden ruim drie miljoen doden kunnen veroorzaken. Dit soort dreigingen is geloofwaardig. Ook Osama bin Laden wordt met massavernietigingswapens in relatie gebracht. Amerikaanse inlichtingendiensten twisten niet over de vraag of hij de wens heeft om ze te verkrijgen, maar over de vraag of hij ze zal gebruiken. Sinds deze week is het antwoord 'ja': er is een drempel overschreden die erop duidt dat de inzet van massavernietigingswapens de volgende stap is.
De terreur tegen de VS is een vorm van asymmetrische oorlogvoering. Door de tegenstanders van de Amerikaanse plannen voor een raketschild is voortdurend gesteld dat dit type dreiging steeds waarschijnlijker wordt, naarmate de Amerikanen zich beter tegen raketten kunnen beschermen. Bovendien is voortdurend voorspeld dat asymmetrische oorlogvoering de beste optie is voor een zwakke tegenstander, ongeacht of dit een staat of terreurgroep is. De verwerving van raketten en massavernietigingswapens kan veelal door inlichtingendiensten worden getraceerd, de voorbereiding van kolossale aanslagen niet of nauwelijks, omdat het mogelijk duidelijk is wie het initiatief neemt, maar niet wie de aanslagen uitvoert. Het doel van dit type oorlogvoering is het beïnvloeden van het buitenlands beleid van de tegenstander, in dit geval van de VS, het ontwrichten van een samenleving zodat die zich afkeert van haar politieke leiders en de ondermijning van de solidariteit tussen bondgenoten.
Het zit er niet in dat de terroristen in die opzet slagen. Allereerst hebben de gelederen zich in de VS gesloten. Republikeinen en Democraten scharen zich eensgezind achter hun president. De bevolking is verenigd in zijn afschuw en de roep om wraak is groot. Ten tweede kan een supermacht als de VS een dergelijke daad van terreur niet over zijn kant laten gaan, omdat de nationale veiligheid en het Amerikaanse leiderschap in het geding is. Ten derde staan er voor de Amerikanen te grote belangen op het spel, zoals olie, om zich zo maar uit de islamitische wereld te kunnen terugtrekken. Ten vierde scharen nu ook de bondgenoten binnen de NAVO zich achter de Verenigde Staten door te verklaren dat hier sprake is van een 'artikel 5-situatie', waarbij de aanval tegen één als een aanval tegen allen wordt beschouwd.
Daarom zullen de Amerikanen met een reactie moeten komen. Het grote gevaar zit echter in een overreactie. En het heeft er alle schijn van dat die er komt. Zo zijn de Amerikaanse strijdkrachten in de hoogste staat van paraatheid gebracht, terwijl onduidelijk is wie of wat de dreiging is. Het meest waarschijnlijke scenario is dat nu op korte termijn aanvallen met raketten en vliegtuigen worden uitgevoerd op doelen die met de daders in verband worden gebracht. Hier dringt zich een vergelijking met augustus 1998 op, toen de Amerikanen twee weken na de aanslagen op hun ambassades in Nairobi en Dar-es-Salaam kruisraketten inzetten tegen doelen in Soedan en Afghanistan die met Bin Laden in verband werden gebracht. Hierbij gaat het om hoofdzakelijk symbolische maatregelen. In 1998 werd de capaciteit van Bin Laden niet noemenswaardig aangetast. De Amerikaanse actie was vooral belangrijk om de wereld en de eigen bevolking te demonstreren dat met de Amerikaanse leiders niet te sollen valt.
Nu zal het daarbij niet blijven. Washington kan gastlanden van terreurorganisaties militair onder druk zetten om terroristen uit te leveren. Gebeurt het niet, dan volgen militaire acties. Een andere mogelijkheid is rechtstreeks optreden met speciale eenheden en mogelijk reguliere landstrijdkrachten tegen de organisaties zelf. Mogelijk is dit uiteindelijk de enige optie. Technische middelen, zoals het afluisteren van communicatie zijn het halve verhaal. Human Intelligence (HUMINT) is de sleutel tot succes. Mensen moeten infiltreren in terreurbewegingen. Westerse landen moeten handlangers in de islamitische wereld ronselen die fysiek optreden tegen de terroristen voorbereiden. Voorts dienen militaire interventies met speciale eenheden worden uitgevoerd om terreurgroepen fysiek onschadelijk te maken. Aan dit soort operaties kleven gigantische risico's. De kans op mislukken is groot, waardoor de VS verder in het nauw worden gebracht.
Bovendien blijft een grootschalige, militaire aanpak niet zonder gevolgen voor de stabiliteit van grote delen van de wereld. Keihard optreden, vooral als dat plaatsvindt op grond van boterzacht bewijsmaterieel, kan tot een verwijdering met de bondgenoten leiden, artikel 5 of niet. Bovendien zal dergelijk optreden zijn effect op de islamitische wereld niet missen. Het anti-Amerikanisme neemt toe en nieuwe geweld wordt uitgelokt, waarbij de inzet van massavernietigingswapens steeds waarschijnlijker wordt. De Amerikaanse president zit daarom gevangen tussen twee kwaden. Een slappe reactie ondermijnt zijn geloofwaardigheid, een te sterke reactie zet de stabiliteit op het spel.