Research

Op-ed

Harde conclusies commissie Davids

12 Jan 2010 - 23:57
Er zijn internationaal zeker 19 grote onderzoekscommissies à la Davids aan het werk geweest, de kleine onderzoekjes niet meegerekend.

Parlementaire commissies, onafhankelijke commissies, afhankelijke commisies misschien, en steeds rijst de vraag: waarom doen ze dat onderzoek eigenlijk?

Deed Nederland militair mee of niet? Zo ja, was dat passief meedoen of actief meevechten? Hoe goed of slecht werkten onze inlichtingendiensten?

Klopt het dat ze tot een zelfstandige toets van het materiaal van de buitenlandse zusterdiensten in staat waren? Daarbij gaat het om de feiten.

Ze worden ingesteld ter wille van de democratie. In een keurig land moet het in parlement verantwoording worden afgelegd over alles, en zeker over oorlog en vrede. Artikel 100 van de Grondwet zegt dat een buitenlandse operatie aan het parlement gemeld moet worden. Niet allemaal: als het gaat om pure zelfverdediging niet, nood breekt wet, maar als het gaat om inzet van de krijgsmacht ter bevordering van de internationale rechtsorde wel. Desnoods achteraf, maar het moet. Als iets jammerlijk fout is gegaan is het onderzoek ook nuttig om zondebokken aan te wijzen, want een democratie bestaat niet zonder verantwoordelijke politici.

Stuiptrekargument

Ze worden ingesteld als reflectiemiddel. Klopt het eigenlijk wel wat we hebben gedaan? Was die redenering op basis van resolutie 1441 van de Veiligheidsraad sterk genoeg om Saddam Hoessein aan te pakken? Moet dat oordeel, al was het maar om ongewenste precedenten te voorkomen, niet snel en elegant gerepareerd worden?

Ze worden ingesteld voor de wetenschap. De geschiedschrijving moet kloppen. Het nageslacht moet altijd in staat zijn om ons nog eens de maat te nemen. Filosofen moeten ons de spiegel voor kunnen houden: wat verstond men in 2003 onder een rechtvaardige oorlog, welke argumenten hanteerde men toen, drog of niet-drogsgewijs?

Ze worden ingesteld om politieke redenen. Vijf, later zes, ministers van buitenlandse zaken deden begin 2009 een beroep op premier Balkenende om niet langer te zeuren over zo'n Irakonderzoek. Ten minste één van hen hanteerde het argument: anders gaat het doorzieken en dat is niet goed voor het land. Stuiptrekargument bij uitstek, niet fraai maar wel praktisch. De premier nam het in godsnaam maar over in de formulering 'de zaak krijgt een eigen dynamiek' en de commissie-Davids was geboren. Bijkomend motief kan zijn: tijd kopen, stoom van de ketel, de rit uitzingen. Ook politiek, maar dan van tactisch allooi. Van hogere politieke orde is het 'lessons learned' motief. We hebben ons best gedaan, maar het kan altijd beter. In Groot-Brittannië loopt het vijfde Irak-onderzoek nu al, vooral om deze reden.

En ze worden ingesteld om te reinigen. Dat lijkt me typisch Nederlands. Wie zonder schuld(-gevoel) is werpe de eerste steen. In ons land moeten Grote Omstreden Beslissingen afgesloten worden met zelfherstel. We hebben misschien te snel besloten, we zitten in onze maag met de gevolgen, we waren te optimistisch, we waren te pessimistisch, er is altijd iets om je zelf over te beklagen. Bij oorlog in den verre geldt dat natuurlijk helemaal. De gewetensfunctie van 'de commissie' is het logische gevolg van het feit dat Nederland het enige land ter wereld is dat in zijn grondwet bereid is de krijgsmacht niet alleen voor het vaderland, maar ook voor de hele internationale rechtstorde in te zetten. De biecht helpt ons van dat schuldgevoel af, de commissie laat Nederland 'aan Irak een plekje geven'.

Atlantische reflex

De commissie-Davids velt ongemeen harde conclusies. Lees zelf de 550 pagina's, en kom dan zelf uit op het verdict dat het doel de middelen moest heiligen. De informatiepositie van de inlichtingendiensten, het volkenrecht, de informatieplicht aan de Tweede Kamer, de woordkeus en timing van (niet-)gegeven informatie en argumenten, de selectieve omgang met de rapporten van de UNMOVIC-wapeninspecteurs, alles was ondergeschikt aan de keus die door de commissie wordt toegeschreven aan de vroege 'Atlantische reflex' (overigens nogal tendentieus contrasteerd met 'een op Europa gerichte houding').

Sommigen kwalificeerden dat achteraf als tunneldenken. Fout, als dat woord blikvernauwing inhoudt. Er was sprake van doeldenken, en de rest was consequent instrumenteel. Als er al sprake was van een tunnel, dan van een open tunnel waar allerlei vreemde argumenten mochten binnendringen om de rit te eindigen waar hij moest eindigen. Parlement verzakt, volkenrecht scheefgevijzeld. De switch, halverwege van de massavernietigingswapens naar het volkenrechtelijke constructum, is daarvan het sprekendste voorbeeld.

En is er, ten slotte, nu één grote vraag die blijft liggen (en die naar mijn mening niet door de parlementaire enquête kan worden opgelost)? Ja, dat is, met de allesreiniger achter de hand, de klassieke vraag of de buitenlandse politiek inderdaad het eerste en laatste woord mag hebben. Ook over de val van de premier.