Research

Security and Defence

Op-ed

Hart van Europa

13 Jan 2012 - 14:19

'Vrede' als argument voor Europa is oudemannenpraat. Henk en Ingrid vragen wat het oplevert.

De eurocrisis is na een korte kerstvakantie weer terug van weggeweest. De zoveelste top, deze keer Merkomonti genoemd, komt eraan. Nu zijn we intussen wel gewend geraakt aan de begeleidende retoriek van 'beslissend' en 'erop of eronder', en we weten dat er achteraf altijd weer van een stap-voor-stapproces wordt gesproken. De euro zeurt dus nog wel een tijdje door, al zal het vertrouwen in de munt gestaag afkalven en de cohesie van de Europese Unie blijven uithollen.

Een intern probleem, zou je nog kunnen zeggen. Maar tot overmaat van ramp komt er nu nog eens een externe stresstest bij. Niet alleen moet de EU bewijzen dat ze een monetaire unie is die ertoe doet, maar op 30 januari zal moeten blijken of zij ook een buitenlands-politieke unie is, die nog meetelt in de wereld. De EU-ministerraad zal dan beslissen of hij een Europees olie-embargo tegen Iran afkondigt, als straf voor nucleair wangedrag van de theocratie in Teheran. Iran dreigt in dat geval met vergelding: afsluiting van de Straat van Hormuz, niet iets om luchtig over te doen.

En laat nu net de drie grote probleemlanden in de eurocrisis, Griekenland, Italië en Spanje, ook het hoofdpijntrio zijn in de Irankwestie. Uitgerekend deze landen zijn met gemiddeld vijftien procent van hun oliebehoefte duidelijk meer afhankelijk van Iraanse olie-import dan de rest van de EU, en sputteren tegen bij de gedachte dat ze moeten omzien naar een andere, duurdere leverancier. Ze willen Iran niet te hard aanpakken en verlangen op zijn minst een zachte overgangsperiode. De crisis grijpt dus langzaam om zich heen, Europa moet zich van binnen én van buiten bewijzen, anders telt het niet meer mee.

Alsof dat nog niet duidelijk genoeg was, wreef Obama het ons vorige week ook nog eens in. In zijn nieuwe Defense Strategic Review gaf hij voorrang aan Azië en de Stille Oceaan, en noemde hij Europa pas in de tweede helft van zijn toespraak als een bondgenoot die nu 'meer producent dan consument van veiligheid' was geworden - een andere manier om te zeggen dat het nu wel voor zichzelf kan zorgen en dat voor Europese veiligheid voortaan niet meer op een koopje in de VS kan worden geshopt.

Dan zou je toch mogen concluderen dat er iets op het spel staat.

Je wordt tegenwoordig al snel beschuldigd van overdrijving en ouderdom als je als argument in de eurodiscussie inbrengt dat de vrede (schrijf het vooral niet met een hoofdletter!) op het spel staat. Dat is oudemannenpraat, Nie wieder Krieg-argumenten die aan de moderne Henk en Ingrid niet meer te slijten zijn. Die willen horen of de EU goed is voor vliegtickets.nl en lage tarieven voor mobiel bellen.

Let op de versie van Mark Rutte, onze premier die een paar maanden geleden zijn hoogst eigen visie op Europa gaf tijdens de Karl Popper-lezing in Antwerpen: 'De Europese Unie begon als - en was lange tijd - een "Groot Verhaal". Een verhaal over duurzame vrede in een werelddeel dat in de eerste helft van de twintigste eeuw de bakermat was voor de twee meest vernietigende oorlogen ooit. Dat nooit meer, was de gedachte na 1945. En zo werd "Europa" voor de oorlogsgeneratie en hun kinderen "Nie wieder Krieg". Maar ik constateer tegelijkertijd dat de Europese Unie in een nieuwe en geheel andere ontwikkelingsfase is gekomen, waarbij een ander type boodschap en taakopvatting hoort (...) die wat mij betreft welvaart en groei centraal stelt in plaats van de ideologische grondtoon over Europa als verheven project. Of om het in meer Popperiaanse termen te zeggen: Europese eenheid is geen historische noodzakelijkheid, maar moet een praktische keuze zijn waar het individu wel bij vaart.'

Daar denken Fransen en Duitsers toch anders over. Sarkozy herhaalde vorige week, na een spoedontmoeting met de Italiaanse premier Mario Monti, de verheven waarde van Europa. 'Wij mogen Europa niet laten vallen. De euro vormt het hart van Europa. Als de euro wordt vernietigd, gaat heel Europa in rook op. Als Europa in rook opgaat, bedreigt dat in de toekomst ook de vrede op ons continent.'

Zelfs als het argument van de interne vrede slechts oudemannenpraat is en geen historische noodzakelijkheid, dan mag Mark Rutte wel eens nadenken over het argument van de externe vrede. Wil Europa nog meetellen in de wereld? Of laten we de Amerikanen na 30 januari zelf de crisis met Iran oplossen en kijken we, uitgeteld, toe?