Research

Op-ed

Het Genève-probleem

09 Dec 2011 - 13:43
Sinds een jaar of tien is er met biologische wapens iets merkwaardigs aan de hand.

Het antibuitenlandbeleid van de PVV ten spijt, geldt Nederland nog steeds als een keurig land dat rust, reinheid en regelmaat in de wereld promoot.­ We begeven ons niet gauw op glad ijs. We zijn voorzichtig en liefst voorbeeldig. We willen andere landen graag laten zien hoe je je hoort te gedragen in de internationale politiek.

Veel invloed hebben we niet, dus we moeten het slim doen. Daar zijn verschillende manieren voor. Je kunt proberen een permanente stoel te krijgen aan de tafel van de G20, maar dat lukt de laatste tijd slecht. Of je doet mee in de talloze internationale overlegclubs en probeert even boven jezelf uit te stijgen door voorzitterschappen te bemachtigen. Met tact en geduld kun je het dan ver brengen. In de zijtonelen van de wereldpolitiek bereik je soms meer dan in de schijnwerper van het grote spel. Een voorbeeld is ons huidige voorzitterschap van de Nuclear Suppliers Group, achter de schermen bezig met de vraag welke gevoelige nucleaire technologie aan welke landen mag worden verkocht, en welke niet. Ander voorbeeld: Nederland is nu voorzitter van de overlegclub die over het verbod op biologische wapens gaat. In het slaperige Genève, waar het ontwapeningsfiliaal van de VN is gevestigd, is deze week de vijfjaarlijkse conferentie bijeen die de wereld moet beschermen tegen oorlogvoering met antraxbrieven, vogelgriep en varkenspest. Sinds vorige week is er sprake van opwinding aan de voet van de Mont Blanc, want Hillary Clinton maakte bekend de conferentie te komen toespreken. Wat voert haar naar Genève?

Een precaire zaak wellicht. Sinds een jaar of tien is er met biowapens iets merkwaardigs aan de hand. Aan de ene kant zorgde 9/11 voor grote angst: zouden bioterroristen toeslaan met poederbrieven en konden ze dodelijke ziekten via de airco of waterleiding verspreiden? Ja, maar dat leidde niet tot wat je misschien zou verwachten. De Biologische Wapen Conventie lijdt al sinds 1975 aan een opvallende zwakte: het mist een zogenoemd verificatiemechanisme (zeg maar toezicht). Daar zou in 2001 juist over onderhandeld worden. Maar poederbrieven of niet, George Bush jr. weigerde in dat jaar verder te onderhandelen over zulke controleregels, en sindsdien is het gesprek over biologische wapenbeheersing een beetje op een dood spoor gekomen. Het argument van de VS was dat het ondoenlijk was alle activiteiten in de gaten te houden die iets met biologische wapens te maken konden hebben. Je kon niet alle ziekenhuizen, laboratoria, biologiepractica, voedselfabrikanten en de hele geneesmiddelenindustrie onder internationaal toezicht brengen. En dat wilde Bush ook om een andere reden niet, er waren te grote commerciële belangen mee gemoeid. Geen pottenkijkers s.v.p.

Met enige spanning wordt tegen de huidige conferentie opgezien, al was het maar omdat het Nederlandse voorzitterschap in de aanloop behoedzaam, maar toch, had gesuggereerd dat de discussie over verificatie misschien weer eens moest worden opgepakt. Veel landen zijn teleurgesteld in de regering-Obama, die zich in dit opzicht nauwelijks anders bleek op te stellen dan Bush. De Ameri-kanen willen het biogevaar liever zien als een wereldwijd gezondheidsprobleem, eerder op te lossen door mooie woorden als transparantie en vertrouwenwekkende maatregelen, dan door harde inspectiemaatregelen met wapeninspecteurs in ziekenhuizen.

Deskundigen zijn nieuwsgierig of Clinton nu alsnog met concessies naar Genève komt, of aanwipt om de vergadering nog eens in te peperen dat de Amerikanen niets van zo'n verificatiesysteem willen weten. Pikant is dat in de VS juist schrik en discussie is ontstaan over een in Nederland ontwikkeld, levensgevaarlijk, van dier op mens overdraagbaar vogelgriepvirus. Dat is in opdracht van de (nota bene Amerikaanse) National Institute of Health gebeurd. De Rotterdamse vinding is omstreden: ze bewijst de bestrijding van biowapens een dienst omdat nu is aangetoond dat een H5N1-pan-demie van dier op mens mogelijk is, dus een nuttige waarschuwing. Maar anderen vinden het een (te) gevaarlijk experiment omdat het virus op de een of andere manier in verkeer­de handen zou kunnen vallen. Deze kwestie is nu voorgelegd aan de Amerikaanse National Science Advisory Board for Biosecurity. Maar had dat niet vóór het experiment moeten gebeuren in plaats van achteraf? Volgens een rapport van wapenexpert John Stein-bruner (Controlling Dangerous Patho-gens, 2007) moeten experimenten uit deze risicoklasse vooraf getoetst worden, want de veiligheidsbelangen kunnen té groot zijn. Het Genève-probleem in een notendop.