Research

Security and Defence

Op-ed

Het mobiele jihadkapitaal

28 Jan 2013 - 08:49

Er beweegt een 'mobiel jihadkapitaal' over de wereld, dat nu in Mali is geland.

Een merkwaardig misverstand rond het conflict in Mali is dat de oorlog uit de lucht zou zijn komen vallen. Mali-deskundigen schilderen het land zelfs af als een oase van rust, goed georganiseerd, prettig voor ontwikkelingswerkers, fijn vakantieland.

Een jaar geleden was daar natuurlijk wel even een militaire coup, gepleegd door jonge militairen die ontevreden waren over de manier waarop de regering van Amadou Touré in Bamako (niet) reageerde op een opstand in de noordelijke zandbak van het land. Toearegs, die goed bewapend terugkeerden van even bijklussen in Libië, riepen er de eigen staat Azawad uit. Het woestijnvolk had zich nooit veel aangetrokken van de regering en zag zijn kans schoon. Regeringstroepen sloegen op de vlucht en de internationale gemeenschap was 'bezorgd'. ECOWAS, de club van West-Afrikaanse staten, brouwde een compromis tussen coupplegers en oude politici en hielp Dioncounda Traoré in het presidentiële zadel. Maar de militairen belaagden ook Traoré weer, met politieke verlamming als resultaat.

Enfin, in een cynische bui zou je kunnen zeggen dat dit allemaal business as usual is in landen waar etnisch- en cultureel-secessionistische claims dwars door willekeurig getrokken grenzen op landkaarten woekeren. Kleine veranderingen in de lokale machtsverhoudingen zijn dan al fataal voor de bedrieglijke rust. De terugkeer van de huurlingen uit Libië was één zo'n factor. Maar er was er nog een: het mobiele jihadkapitaal.

De lokale filiaalhouder van Al-Qaida in de Sahelregio, AQIM (Al-Qaida in Maghreb) is nooit te beroerd om een plaatselijke rebellie te steunen of zelfs te kapen, en dat gebeurde ook hier. Onder het vaandel Ansar Dine, en spoedig gesteund door een eigen 'vreemdelingenlegioen' van geoefende jihadstrijders, werd de Toearegopstand overgenomen en snel controle over het grote noorden van Mali gevestigd. Had een jaar geleden misschien nog een politieke oplossing bereikt kunnen worden door een uitgekiend compromis tussen de zuidelijke regering in Bamako en de Toearegs in het noorden, nu is dat moment gepasseerd en is Mali voorlopig tot antiterrorismevraagstuk gelabeld. Tragische noot: in maart liepen drie elite-eenheden, die de coup tegen Touré hadden gepleegd en een antiterreurtraining van het Amerikaanse Africom achter de rug hadden, over naar de jihadrebellen die nu tegen de Fransen strijden. De jihadisten zijn absoluut niet populair in Mali, maar zie ze eerst maar eens weg te krijgen uit de paar steden die het noorden beheersen en de poort naar het zuiden vormen.

De Fransen willen die klus wel klaren, en daarbij spelen allerlei overwegingen een rol. De belangen en banden die resteren uit de koloniale tijd, de uraniumvoorraden in buurland Niger, de dreigende uitzaaiing van jihadisme naar de gehele West-Afrikaanse regio, humanitaire overwegingen omdat wreedheid, honger en vluchtelingenstromen in een francofoon land nu actie afdwongen.

Intussen is er veel opvallends aan de casus-Mali. Ik beperk me tot twee vragen en een voorzichtige conclusie. Om met de laatste te beginnen: enkele jaren geleden werd Al-Qaida nog als een efficiënte multinational getypeerd. Maar een hoofdkwartier in Pakistan met gedisciplineerde filialen in verre landen leek een bedrijfsmatige overschatting van een onduidelijk netwerk. Toch lijkt het nog behoorlijk functioneel. Verhuisden vroeger alleen de kalasjnikovs van het oude naar het volgende conflict, nu lijkt in Syrië, Jemen, Noord-Afrika en Mali ook een welgetraind vreemdelingenlegioen beschikbaar om lokale conflicten militair te injecteren. Je zou het een hedgefonds kunnen noemen, geïnteresseerd in bloedig short sellen op de politieke markt van fragiele staten. Schrale troost: we weten nu dat de liefde voor dit kapitaal laag is. Wie het afhakken van handen als een investering in wederopbouw ziet, oogst weinig politiek rendement.

En dan nog de vragen. Waar is Europa? Speciaal voor hals-over-kopinterventies zijn er sinds 2007 Europese battle groups, maar die zijn in geen velden of wegen te bekennen. En sinds dezelfde tijd oefenden ook Nederlandse special forces in Mali en omstreken, in periodieke afleveringen van westerse antiterreurtrainingen onder de naam operatie-Flintlock. Daar horen we nu ook even niets van. Waren die trainingen er dan alleen voor onszelf, of gaan we ze nu ook in praktijk brengen?