Research

Security and Defence

Op-ed

Het netwerk van Buttes-Chaumont

12 Jan 2015 - 15:40
Bron: Parc des Buttes-Chaumont / Flickr / Vincent Desjardins / CC

Het echte dilemma is niet het politiek-filosofische, maar het veiligheidsprobleem. 'Parijs was een aanslag die teruggaat naar het park Buttes-Chaumont in het 19e arrondissement.'

Wat is, op zondagmiddag, de balans van de aanslagen in Parijs? Vlak voor het begin van de miljoenenmars in Parijs – op zich al een ongekend veiligheidswaagstuk – gaan de nabeschouwingen nog alle kanten op.

Vooral in Nederland is de reflex traditioneel: het gaat over de vraag of je je ‘Charlie’mag noemen, over onze tere gemoedszone tussen solidariteit en medeslachtofferschap, over de waar-ligt-de-grenstekening van cartoonisten, over de ‘tien-jaar-na-Theo’-reactie van de moslimwereld, over de wie-deed-het beter-speech van Aboutaleb of Rutte of Van Aartsen, en wie-had-de-beste-cover van de Nederlandse kranten. Breed register, maar weinig focus. Veel zielenroerselen (vraag aan ‘Willem’ Holtrop: hoe heeft u de dood van uw collega’s meebeleefd?), weinig feiten. Veel zelfonderzoek, minder beleidsanalyse.

‘De moorden van vandaag maken deel uit van een grotere confrontatie,’zei John Kerry direct na de het bloedbad van Charlie Hebdo in zijn beste Frans, ‘niet tussen beschavingen, nee, maar tussen de beschaving zelf en zij die tegen de beschaafde wereld zijn.’ Zo’n uitspraak zou in Nederland onmiddellijk tot dagenlange exegetische oefeningen leiden of je wel mag spreken van ‘confrontatie’ (oorlog? strijd? krachtmeting? co-existentie?) en van ‘tussen’ (naast? met? tegen?) en van beschavingen (religies? ideologieën? culturen? samenlevingen?).

Het probleem is niet dat de terroristische dreigingen groter of talrijker worden, maar steeds weer in andere vorm op ons afkomen

In politiek-filosofische zin mag Parijs een ultieme test voor de weerbaarheid van onze vrije samenleving worden genoemd. In die zin illustreren alle tafelgesprekjes de duizend trillingen van de brute hoofdshock, die de broers Kouachi vorige week woensdag veroorzaakten. Maar, met permissie, voor een heel groot dilemma plaatst die test ons niet. We vinden unaniem dat de vrije samenleving niet ter discussie staat, dat het potlood soms weliswaar voor de strafrechter, maar en tout cas niet voor de Kalasjnikov zwicht. Die absolute eensgezindheid rechtvaardigde de aanwezigheid van veertig wereldleiders en een miljoen mensen tussen de Places de la République en Nation, symbolischer konden begin- en eindpunt niet zijn.

Het echte dilemma is niet het politiek-filosofische, maar het veiligheidsprobleem. Weinig opzienbarend misschien, maar alleen een veilige samenleving kan zich de begeerde vrijheden permitteren. Het probleem is niet dat de terroristische dreigingen groter of talrijker worden, maar steeds weer in andere vorm op ons afkomen. Na 9/11 waren we bang voor terroristen met koffers massavernietigingswapens. Grote georganiseerde Al-Qaida-acties met veel slachtoffers. Toen verschoof de angst naar kleinere, wel door Al-Qaida geïnspireerde, maar aan lokale commando’s overgelaten kleine aanslagen met‘gewone’ bommen. Vervolgens uitgebreid met de niet door AQ aangestuurde, maar wel nageaapte homegrown copycat-aanslagen door lone wolves. En daarna weer de foreign fighters, die hun ervaring en aanslagen importeerden uit Irak en Syrië. Moderne variant: de thuisterrorist die geabonneerd is op de ISIS-glossy Inspireen daarin de beloning van het eeuwige martelaarschap beloofd krijgt.

En wat denkt men na Parijs? Parijs was een aanslag die niet op de slagvelden in Syrië of Irak was voorbereid, maar in feite teruggaat naar het park Buttes-Chaumont in het 19e arrondissement. Een netwerkje van joggende jongeren dat in drugshandel en ‘normale’ afkeer van de oorlog in Irak had kunnen blijven hangen, als niet de luchtplaats van de gevangenis en een reizende jihad-apostel hen tot politieke radicalisering hadden gebracht. Via verschillende vervolgpaden: de een (Chérif Kouachi) via een stage in Jemen naar een geloofsmandaat van lokale Al-Qaidatak (sinds 2010 AQAP, Al-Qaida op het Arabisch schiereiland), de ander (Ahmed Coulibali) die in de sirenenzang van IS én de jihad in Mali is beland, maar beiden nog wel de oude band koesterend die Buttes-Chaumont had geschapen, geleidelijk aan verwaarloosd door de Franse inlichtingendienst. Een gelegenheidscombinatie tot op zekere hoogte.

Met de organisatiefocus van Al-Qaida (doelbewuste slachtoffers: een redactie en een joodse supermarkt), de meedogenloosheid van IS (de executie van een gewonde agent), de training van AQAP (de planning en timing van een redactievergadering, de koelbloedige uitvoering), het onvoorspelbare solisme van de lone wolf (er was geen communicatie vooraf ontdekt), de wraakzucht (tegen de belediging van de profeet, tegen de Franse operatie-Serval vanuit Mali), en de jongenssolidariteit van het 19e arrondissement. De voorlopige conclusie in de veiligheidswereld na Parijs is: het probleem is dus niet meer om een prioriteit in het patroon in de aanslagen vast te stellen. Het probleem is nu hoe dit soort aanslagen – die zich op alle momenten, door alle soorten terroristen, vanuit alle motivaties, op alle plaatsen, tegen alle groepen kunnen voordoen – voorkomen en bestreden kunnen worden.

De Britse baas van de MI5, Andrew Parker, greep ‘Parijs’ aan om te pleiten voor meer veiligheid en wat minder privacy

Over beveiliging tegen terrorisme zwijgen politici meestal als het graf. De reflex is ook nu dat er meer geld naar de veiligheidsdiensten moet, ja graag, hoewel deze de eerste zijn om toe te geven dat een honderd procent garantie ook dan niet gegeven kan worden. In Nederland is overigens ook gezegd– of is dat uit een oogpunt van geruststelling? – dat de diensten ondanks alles de groep potentiële aanslagplegers redelijk in de smiezen heeft. In de opwinding van Parijs zijn hier en daar door autoriteiten dingen gezegd die iets concretere informatie geven. In Frankrijk zelf is toegegeven dat men in de prioriteitsstelling misschien een steek heeft laten vallen: er was meer aandacht voor de Syriëlijn dan voor de Jemenlijn, en het is best mogelijk dat een Amerikaanse waarschuwing voor de broers Kouachi te weinig aandacht heeft gekregen.

Hun namen kwamen naar verluidt wel voor in de Amerikaanse database van 1,2 miljoen personen die een terreurprofiel hebben gekregen. Méér uitwisselen van namen is een begin (al hoort Frankrijk niet bij de Engelstaligefive eyes-landen die geheime inlichtingen sowieso met elkaar delen), maar dus geen voldoende voorwaarde: de informatie moet ook gebruikt worden door de ontvanger. Een andere Franse inlichtingenexpert heeft zich tegenover de New York Times laten ontvallen dat de Franse inlichtingendienst, die als uitstekend te boek staat, met de huidige capaciteit maar een derde van alle Syrië- en Irakgangers goed kan volgen.

De Britse baas van de MI5, Andrew Parker, hield de avond na ‘Parijs’een toespraak voor het Royal United Services Institute. Hij greep ‘Parijs’ aan om te pleiten voor meer veiligheid en wat minder privacy. Het Snowdeneffect – publieke boosheid over de ongekende spionageactiviteiten van de inlichtingendiensten uitmondend in groot privacy-offensief – moet nu maar eens over zijn. ‘Absoluut en sacrosanct’ noemt hij de muur van bescherming waarachter de terroristen en anderen, die kwaad in de zin hebben, zich nu kunnen voorbereiden op het plegen van hun aanslagen. ‘We moeten in staat blijven de terroristen in hun dark places te bespieden,’ zegt Parker.

Parker gaf interessante informatie die doorgaans niet op straat ligt: in de afgelopen veertien maanden zijn ‘meer dan twintig aan Syrië gerelateerde terroristische aanslagen tegen westerse doelen’ opgerold. Wat Groot-Brittannië betreft kost het monitoren van IS-gangers naar Irak en Syrië jaarlijks zo’n $150 miljoen, een bedrag dat werd uitgegeven aan zeshonderd Britse jihadisten. Drie aanslagen zijn de laatste maanden in GB verijdeld. Wat premier Mark Rutte weigerde te zeggen toen hij vorige week vrijdag sprak over toegenomen zichtbare en onzichtbare veiligheidsmaatregelen in Nederland, zei Parker wel. GB heeft extra mankracht gedirigeerd naar vliegvelden en treinstations, en grenspunten met Frankrijk. Ook zei hij dat de MI5 nu ongeveer de helft van haar capaciteit aan contraterrorisme besteedt, en er is geen reden om aan te nemen dat het in Nederland veel zal afwijken.

Ook liet Parker een beetje het achterste van zijn tong over de dreiging zien: ‘We know, for example, that a group of core Al Qaeda terrorists in Syria is planning mass casualty attacks against the West.’ En hij verklapte iets meer over de omvang van de dreiging tegen westerse doelen: sinds oktober 2013, dus de afgelopen vijftien maanden, ‘there have been more than 20 terrorist plots either directed or provoked by extremist groups in Syria’. Daar horen dus geen dreigingen tegen westerse doelen uit andere gebieden bij, wat volgens sommige experts tot een verdubbeling van dat aantal kan leiden.

Deze aantallen voor een ‘gemiddeld’ westers doelwitland als Groot-Brittannië suggereren een forse stijging van de dreiging. Want een jaar eerder zei Parker voor hetzelfde RUSI dat de Britten sinds 9/11 met gemiddeld één à twee ‘serious attempts at acts of major terrorism’ te maken hadden gehad. Dat is dus ongeveer evenveel als in de afgelopen anderhalf jaar. Schaduwen van types als Kouachi en Coulibaly, wat twintig man per verdachte kost, is overigens niet alleen fysiek volgen. Rekruteren van jihadstrijders op internet is booming en die activiteit volgen, en terrorist-related content verwijderen, slorpen ook veel tijd op. Parker illustreerde dat door te zeggen dat zijn dienst de afgelopen vier jaar 47.000 van deze boodschappen had verwijderd, waarvan alleen al 28.000 in 2014, ruim de helft. Elk van die berichten kan een nieuw Buttes-Chaumont zijn.