De economische wetenschap is trots op het Mundell-Fleming-trilemma.
Onder het motto ‘drie is te veel’ zegt dat model dat een land nooit meer dan twee dingen tegelijk kan nastreven in zijn economisch beleid. En vaste wisselkoersen én vrij kapitaalverkeer én een onafhankelijk monetair beleid is te veel van het goede.
Vaste wisselkoersen: graag, want zekerheid voor de handel dus goed voor de welvaart. Je zou als Jeroen Dijsselbloem ook vrij kapitaalverkeer willen hebben. Dan stroomt het daarheen waar de opbrengst van investeringen het grootste is, ook fijn. In de derde plaats zou je liefst een onafhankelijk monetair beleid willen. Wie zelf de rentestand kan bepalen, kan zijn economie een zetje geven door het lenen wat goedkoper te maken, of juist afkoelen als de inflatie uit de hand dreigt te lopen.
Maar Mundell en Fleming beredeneerden dat je nooit meer dan twee dingen tegelijk kunt hebben uit deze driehoek. Dat ga ik nu niet uitleggen, want dit is geen economieles. Of vooruit, één voorbeeld dan. Wie de rente omlaag drukt, duwt (vrij kapitaalverkeer) het grote geld het land uit, omdat lenen aan het buitenland lucratiever zal zijn.
Daardoor wordt je eigen land minder concurrerend en daar valt dan helaas niets aan te doen omdat je je eigen valuta niet goedkoper mag maken (want vaste wisselkoersen). Altijd wat, uit de driehoek moet één ideaal geschrapt worden. Zou er in de internationale politiek ook zo’n trilemma bestaan?
De Mundell-Flemings zijn in die branche nog niet opgestaan, maar het begint er de laatste tijd waarachtig op te lijken. Misschien moeten we zelfs spreken van een quadrilemma, een onmogelijk vierkant. Elk land wil graag veilig, rijk, democratisch en onafhankelijk zijn. Dat lijkt geen land gegeven, al kon de VS zich na de Tweede Wereldoorlog bijna in het gelukzalige vierkant wanen. Na 1989 leek het er zelfs helemaal op, want het Oostblok implodeerde en vormde geen bedreiging voor de Amerikaanse veiligheid meer. Niets had de VS te vrezen, beschermd door twee grote oceanen en twee zwakke, vriendelijke landen aan de noord- en zuidgrens. De economie bloeide, en het land leek niet alleen over zijn eigen lot maar ook over dat van alle andere landen te beschikken.
Tegenwoordig wordt er flink getwijfeld aan de mix, het lijkt of het gelukkige vierkant toch niet kan bestaan. In elk geval niet voor groepen landen tegelijk, iemand betaalt de prijs en op den duur slaat dat weer terug op diegene die zich gelukkig waande. Neem nu de VS. Het land heeft de hinderlijke eigenschap dat het zichzelf nooit veilig en rijk genoeg vindt en gaat zelfs zover dat het andere landen bespioneert en afluistert omdat het zijn eigen veiligheid en rijkdom daardoor kan vergroten. Bush deed het door desnoods preventieve oorlogen te rechtvaardigen, die hij ‘zelfverdediging’ noemde.
De bejubelde Obama wordt hier en daar al erger dan Bush genoemd – tikje overdreven – omdat hij de Amerikaanse veiligheid niet met oorlog, maar in het geniep probeert te maximaliseren. Hij bevecht vanuit de kelder van het Witte Huis met drones tegenstanders die hij nooit de oorlog heeft verklaard, en hij leest miljarden e-mails van zelfs zijn trouwste bondgenoten omdat hij daarmee terreuraanslagen in eigen land zegt te kunnen verijdelen. Eigenlijk geeft hij daar al mee te kennen dat de VS niet onafhankelijk is, want de wereld bestaat voor hem niet meer uit burgers maar uit risicoprofielen. (Overigens: de plegers van 9/11 kwamen, en mailden en belden, uit Hamburg).
Het Midden-Oosten laat ook zien dat een volmaakt vierkant niet bestaat. De democratie in Egypte lijkt na de coup die geen coup mag heten verder weg dan ooit, de veiligheid van de regio is er na de Arabische (democratische?) revoluties niet bepaald groter op geworden. Zeker niet in Libië, Irak, de Sinaï, Libanon en de Golan. Om over Syrië maar te zwijgen. Rijkdom in Saoedi-Arabië en de aanliggende emiraten gaan niet samen met democratie en onafhankelijkheid: niet in eigen land, maar zij financieren ook dubieuze partners in buurlanden.
Schrale troost is dat het idyllische vierkant op ijle hoogte, dat wil zeggen in de macrowereld, nog lijkt te bestaan. Democratische landen voeren uiteindelijk minder oorlog en zijn welvarender, dus daarmee zijn drie van de vier wensen vervuld. En onafhankelijk als blok zijn ze tot op zekere hoogte ook. Per saldo trekken ze samen op in de wereld, PRISM of geen PRISM. Voor hun rijkdom zijn ze wel afhankelijk van elkaar en van landen waar ze grondstoffen en fossiele brandstoffen vandaan halen. Daarover maken ze onderling wel eens ruzie, maar ze voeren zelden of nooit onderling oorlog. De kunst is om ons allemaal macro te gedragen, en de wereld vierkant te maken.