Het Semester is een symbolische schaamlap om het failliet van de euro te bedekken zolang als dat nog gaat, meent Arend Jan Boekestijn. Voor het oplossen van de structurele onevenwichtigheden in de EU is een grotere geldstroom nodig van de rijke Noord-Europese landen naar de Zuidelijke lidstaten in ruil voor ingrijpende maatregelen. Volgens Boekestijn is het Semester irrelevant in deze context. Lees hier het hele artikel.
[[{"type":"media","view_mode":"media_large","fid":"1965","attributes":{"height":274,"width":199,"class":"media-image media-element file-media-large"},"link_text":null}]]
Het Europese Semester is een samenbundeling van reeds bestaande economische bestuursmethodes met als het doel het beleid van EU lidstaten beter op elkaar af te stemmen en onevenwichtigheden en overheidstekorten eerder te signaleren. Dat is een nobel streven maar roept wel veel vragen op.
In de eerste plaats bestrijdt het Semester met haar signaalfunctie misschien wel toekomstige onevenwichtigheden maar doet het niets aan de bestaande structurele onevenwichtigheden qua schulden, tekorten, concurrentiekrachtverschillen en dergelijke. En iedereen weet dat de bestaande structurele verschillen zeer groot zijn. De concurrentiekracht van de Zuidelijke lidstaten is maar liefst 25 tot 30 % lager dan in Duitsland en je moet dus wel een onverbeterlijke optimist zijn om te denken dat een Europese signaalfunctie dat probleem gaat oplossen.
In de tweede plaats kan de Raad op voorstel van de Commissie weliswaar aanbevelingen doen aan een lidstaat teneinde onevenwichtigheden te redresseren maar het is volstrekt onduidelijk wat er gebeurt als een lidstaat die adviezen in de wind slaat. In het kader van het begrotingspact wordt er wel gesproken over sancties indien een lidstaat het afgesproken tekortpercentage niet haalt maar dat heeft strikt genomen met het Semester niets te maken. Het Semester gaat over het economische beleid in den breedte maar noch de Raad noch de Commissie kunnen lidstaten dwingen om hun aanbevelingen over te nemen.
Het begrotingspact heeft op dit punt betere papieren. Nederland zit al sinds 2009 in de tekortprocedure en zal dus op een of andere manier terug moeten naar 60 % staatsschuld. Aangezien de Europese Commissie niet overtuigd is dat ons land met de beperkte afschaffing van de renteaftrek voor nieuwe gevallen uit zal komen op drie procent overheidstekort in 2013 zal het nieuwe kabinet zijn knopen moeten gaan tellen. Indien dan vervolgens blijkt dat ook het nieuwe kabinet niet bereid is om verder in de renteaftrek te snijden en ook niet elders bereid is te bezuinigen, krijgt het aan het eind van 2012 een fraaie brief met een dreiging van een boete. Dit proces heeft echter, zoals eerder betoogt, betrekkelijk weinig te maken met het Europese Semester.
Dan is er ook nog een derde reden waarom het Semester een betrekkelijk tandeloze tijger lijkt te zijn. Het ligt niet voor de hand dat grote landen als Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zich zomaar de wet zullen laten voorschrijven door de Europese Commissie. Indien volgend jaar de SPD bijvoorbeeld tot de Duitse regering zou toetreden ontstaat er een Duits-Frans-Britse as van landen met een hoge staatsschuld die niet zomaar bereid zijn om hervormingen door te voeren simpelweg omdat zij daar ook het geld voor missen. Hervormingen zijn namelijk ook altijd operaties die eerst geld kosten en pas later iets gaan opleveren.
Natuurlijk zijn er met name in Duitsland nog steeds krachten die zeer goed beseffen dat hervormingen onvermijdelijk zijn maar zij vinden de regeringen van Zuidelijke lidstaten op hun weg die de grootst mogelijke moeite hebben om hun electoraten uit te leggen dat er toch echt hervormd zal moeten worden. Men zou zelfs de stelling kunnen verdedigen dat er in Europa pas echt hervormd kan gaan worden indien de Verelendung zover is voortgeschreden dat Frankrijk maar ook Duitsland qua schulden zo aan de grond zitten dat er geen andere uitweg meer mogelijk is. Bij dit proces speelt het Europese Semester slechts een ondergeschikte rol.
Samenvattend, het Semester is alles behalve een oplossing voor de structurele onevenwichtigheden in de EU. Waarom wordt zo’n beleidsinstrument dan toch ingezet?
Ik vrees dat wij hier te maken hebben met wensdenken. Europese leiders weten heel goed dat de crisis alleen bestreden kan worden met ingrijpende maatregelen maar zij weten ook dat de kiezers daar niet van overtuigd zijn. Bovendien weten zij als geen ander dat nationale hoofdsteden niet bereid zijn om nog meer bevoegdheden over te dragen aan Europa. In deze onvolkomen wereld vallen er voortdurend stoplappen en schaamlappen uit de kast.
Het merkwaardige daarbij is dat er wel degelijk een consensus bestaat over de aard van de crisis. Vriend en vijand van de EU hebben vastgesteld dat er in de vorige eeuw een noodlottige beslissing is genomen die ons hoe dan ook veel geld gaat kosten. Het gaat hier om het besluit tot instelling van een gemeenschappelijke munt zonder daaraan voorafgaand een voldoende mate van politieke integratie tot stand te brengen.
Vriend en vijand stelt nu tot zijn of haar leedwezen vast dat de structurele onevenwichtigheden binnen Europa alleen kunnen worden opgelost indien niet alleen de begrotingspolitiek maar ook de belastingpolitiek en de arbeidsmarktpolitiek effectief wordt gecoördineerd. De regeringen in de rijke Noordelijke landen zijn alleen bereid nog verder geld te verstrekken indien zij zeker weten dat de Zuidelijke lidstaten nu eindelijk eens werk maken van hervormingen op het gebied van de arbeidsmarkt, belastingen en staatsschuld. Met andere woorden de enige deal waarbij de moral hazard zoveel mogelijk in toom wordt gehouden is er een waarbij het geld van het Noorden incrementeel wordt gegeven in ruil voor daadwerkelijke hervormingen.
Het grote probleem is natuurlijk dat de burgers in het Noorden inschatten dat hun collega’s in het Zuiden hervormingspolitici naar huis zullen sturen. In Griekenland gebeurt dit binnenkort en Spanje of Italië kunnen de volgende kandidaten zijn.
Om deze reden denken sommige politici dat de enige remedie een serieuze Europese regering zou zijn die de beleidskaders op al deze terreinen gaat vaststellen en zou worden gecontroleerd door zowel een Europees Parlement als een vertegenwoordiging van nationale parlementen. De Europese Commissie bestaat immers uit niet verkozen leden en ontbeert dus de democratische legitimatie voor dergelijke verstrekkende maatregelen. En de Europese Raad is juist - omdat het een intergouvernementeel orgaan waarin nationale regeringen onderhandelen - volstrekt ongeschikt om een recidiverende collega lidstaat tot de orde te roepen. Alleen de federale constructie lost zowel het democratische legitimiteitsprobleem op als het slagvaardigheidsprobleem.
Er is echter één klein probleempje of eigenlijk twee. Er bestaat bij de Europese kiezers geen enkele behoefte aan een Europese regering. Sterker nog, de meeste Europese burgers willen minder integratie dan nu het geval is. In de tweede plaats bestaat er bij de nationale regeringen weinig aandrang om federale constructies te accorderen al was het maar omdat zij daarmee hun eigen machtspositie ondergraven.
Aangezien de federale oplossing onmogelijk is experimenteert de EU nu met een reeks van maatregelen die het tekort aan politieke integratie zouden kunnen ondervangen. Het is zeer de vraag of die weg voldoende oplevert maar de kosten van ontbinding zijn zo vreselijk hoog dat men hoopt dat stoplappen ons toch nog uit de brand kunnen helpen.
Zo bezien zijn wij dus getuige van een adembenemend experiment in de 21ste eeuw om de onvolkomen monetaire unie van de vorige eeuw toch te laten functioneren. Bij ontstentenis van Napoleontische oplossingen kiezen wij nu voor Semesters, sancties, begrotingspacten en wat dies meer zij, misbruiken wij de ECB die ongekende hoeveelheden geld in de banken pompen ('LTRO') en hopen wij dat het crisisgevoel zo groot is dat de offerbereidheid van nationale onderdanen gigantische proporties zullen aannemen.
Is dit verstandig beleid? Indien deze route ertoe zal leiden dat de geldstroom van Noord naar Zuid daadwerkelijk zullen leiden tot broodnodige hervormingen dan zou dat heel mooi zijn. Het Europese Semester als zodanig is in die context irrelevant. Helaas is het nog maar de vraag of het begrotingspact, de LTRO’s van de ECB en straks de project bonds daadwerkelijk het tekort aan politieke integratie kunnen compenseren.
Indien dat niet het geval zal blijken te zijn rest ons alleen nog kostbare ontbinding. De kosten van dat scenario zullen zo hoog zijn dat iedereen op deze aardbol die ooit nog een monetaire unie overweegt het uit zijn hoofd zal laten om de onmisbare politieke integratie te verwaarlozen.