Het uitblijven van duidelijke antwoorden, vergroot onnodig de angst en onzekerheid bij de bevolking
Bestrijd terrorisme met voorlichting
De Nederlandse overheid blinkt niet uit in het verschaffen van duidelijkheid als het om terrorisme gaat. We leven al meer dan een maand met een verhoogde staat van paraatheid, maar wat dit nu allemaal om het lijf heeft en hoe groot het gevaar is, blijft voor de burger bijzonder onduidelijk. We worden wel geacht waakzaam te zijn. Die opdracht kregen we mee van onder anderen minister Johan Remkes en premier Jan Peter Balkenende. Waarop we moeten letten, anders dan op ?verdachte pakketjes?, werd door beide bewindslieden niet aangegeven. Ook ministeries en specifieke (veiligheids- en politie-)diensten zijn in hun contact met burgers en de media niet bepaald helder. Op vragen naar de aard van dreigingen of om meer informatie over een bepaald incident, wordt veelal gereageerd met ?daar kunnen we nu geen nadere mededelingen doen? of dooddoeners als ?we nemen het bijzonder serieus?.
Op zich is het goed dat overheden zorgvuldig informatie verstrekken en niet overhaast te werk gaan. Ook kan het natuurlijk niet zo zijn dat gevoelige informatie naar buiten wordt gebracht. Maar wordt er niet te geheimzinnig gedaan als het om terrorisme gaat? Is men niet te bang om meer openheid van zaken te geven? In elk geval moeten we constateren dat de overheid bijzonder terughoudend is, als het gaat om het informeren van het publiek indien het om terrorisme gaat.
Door deze terughoudendheid ontstaat onduidelijkheid en krijgt de burger geen antwoord op vragen die de overheid met een verzoek tot waakzaamheid zelf oproept. We moeten alert zijn, maar wat is er nu allemaal aan de hand? Hoeveel gevaar lopen we? Wat doet de overheid om ons te beschermen? Heldere antwoorden op deze vragen bleven uit op de momenten waarop ze het hardst nodig waren: na grote aanslagen in het buitenland zoals die in Madrid en direct na ?terroristische? gebeurtenissen in eigen land, variërend van arrestaties en bommeldingen, tot extra veiligheidsmaatregelen en dreigbrieven uit Irak. Het uitblijven van duidelijke antwoorden, vergroot onnodig de angst en onzekerheid rond terrorisme. En daarmee wordt het terroristische organisaties wel erg makkelijk gemaakt om ons te raken. Dat zaaien van angst en onzekerheid is nu juist een van de belangrijkste doelen van terroristen.
Politici en beleidsmakers hebben sinds 11 september 2001 belangrijke inspanningen geleverd om bomaanslagen en ander terroristisch geweld te kunnen voorkomen. Veel minder vooruitgang is geboekt met het ontwikkelen van beleid ter voorkoming of beperking van angst en onzekerheid als gevolg van terrorisme. Deze angst wordt overigens niet alleen gegenereerd door aanslagen. Ook dreigementen op websites, verdachte pakketjes, geruchten en spookbrieven veroorzaken veel tumult.
In Nederland, dat in de afgelopen decennia geen grote terroristische acties heeft gekend, gaat het vrijwel uitsluitend om dergelijke ?terroristische? incidenten. Juist de reacties van de overheid op deze incidenten getuigen niet van het besef van de noodzaak het publiek goed in te lichten en voor te lichten. Minister Remkes kondigde vorige maand een verhoogde staat van dreiging af, zonder het publiek duidelijk te informeren over het hoe, wat en waarom. Sterker nog, hij ging gewoon op vakantie alsof er niets aan de hand was. De media deden er wel uitgebreid verslag van en de burger kreeg het over zich heen in de vorm van grote krantenkoppen als ?terreurdreiging Nederland?. Interessant materiaal voor de pers, maar niet goed in ?de strijd? tegen het terrorisme. Daarna volgde nog de arrestaties rond de Nijmeegse vierdaagse en het aflopen van ?het ultimatum van Bin Laden? op 15 juli. Wat er precies aan de hand was en met welke maatregelen de overheid ons probeert te beschermen, werd niet helder uit de doeken gedaan. De hele verhoogde terreurdreiging bleef gehuld in geheimzinnigheid. Absoluut dieptepunt vormde ?de spookbrief? waarin Nederland specifiek bedreigd werd. Die brief bleek niet te bestaan, maar minister Remkes wist te melden dat de brief bij de Verenigde Naties was binnengekomen en onderzocht zou worden. Deze misstap was bijzonder ongelukkig.
Maar erger nog is het algemene beeld van een passieve overheid die niet actief de burger informeert, maar alleen reageert op incidenten en zaken die via de media aan het licht komen. Pas na druk van enkele Kamerleden en de media kwam de minister vertellen dat de kleur van de dreiging ?geel met een vleugje oranje? was. Ook moesten we weer extra alert zijn en, ja hoor, we moesten dan vooral letten op ?verdachte pakketjes?. Dergelijke vage informatie leidt helaas niet alleen tot stilstaande treinen en ontruimingen. Het draagt bij aan het bereiken van dat waar terroristen op uit zijn; angst en onzekerheid en een situatie waarin grappenmakers of terroristen door het plaatsen van een dreigbrief op het internet verzekerd zijn van bijzonder veel aandacht. Die brief wordt vervolgens weer ?bijzonder serieus? genomen waarmee het ongewild ook direct die status krijgt.
Waar is de minister of hoge ambtenaar die rustig en in heldere woorden duidelijk maakt dat het ook om een niet serieuse dreiging kan gaan, hoe dit onderzocht wordt en waarom er vooralsnog geen extra maatregelen genomen worden of kunnen worden? Een dergelijk persoon is broodnodig, evenals meer openheid bij het verstrekken van informatie over terrorisme van de kant van de overheid. Stilzwijgen of je in geheimzinnigheid hullen is geen optie. Kortom, ruil de bekende reflexen in voor een actief en open informatiebeleid. En maak het daarmee terroristen lastiger om ons bang en onzeker te maken.