Research

Strategic Foresight

Op-ed

Het Westen is zo slecht nog niet

01 May 2013 - 00:00

[Column Ko Colijn in Vrij Nederland] Nog wat westers water bij de wijn en onze waarden zullen het kader vormen voor mondiale beschaving. Kishore Mahbu­bani gold met boeken als Can Asians Think? (2001) en The New Asian Hemi­sphere (2009) als vertegenwoordiger van de zelfbewuste opkomende machten in de wereld.

Mensen als hij ontleenden hun invloed niet aan de rijzende macht van het land waar zij woonden, maar juist aan de gewichtloosheid van hun staat, aan hun afkomst (kruidenier in Singa­po­re), hun geopolitieke belangeloosheid waardoor hun analyses en opvattingen het in feite alleen van de kwaliteit van hun argumenten moesten hebben.

De hoogleraar-diplomaat uit Singa­po­re maakt furore met een pittige, tegendraadse kijk op de wereldpolitiek. Dat het Westen veel macht afstaat aan het Oosten is algemeen bekend, maar Mahbubani wreef westerse politici in dat ze te arrogant zijn om dat tijdig in te zien. Twaalf procent van de wereldbevolking doet nog steeds of de rest van de wereld niet bestaat en houdt de sleutelposities in de belangrijkste organisaties bezet, schreef hij. Affront was zijn aantijging dat de 100 miljard dollar die OESO-landen jaarlijks aan ontwikkelingshulp spenderen, niet alleen ineffectief zijn, maar slechts ons eigenbelang en onze veiligheid dienen. De Amerikanen tarten de internationale rechtsorde ('a leading international outlaw'), en het mislukken van allerlei internationale verdragen (klimaat, wereldhandel) schreef hij toe aan 'westers mismanagement'.

Er deugde werkelijk niets van ons westerlingen, we voeren 'een incestueuze dialoog' met onszelf en lijden aan 'schromelijk zelfbedrog' door te beweren dat we wel degelijk openstaan voor veranderingen.

Ik vond dat Mahbu­ba­ni behoorlijk overdreef. Het Wes­ten valt veel te verwijten, vooral dat het op belangrijke terreinen een voorsprong heeft (technologie, kennis, marktdenken, verlichtingsethos) waarvan de rest van de wereld heeft geprofiteerd maar ook het nodige te lijden heeft gehad. We kunnen ongeëvenaard oorlogvoeren, maar hebben ook de universele mensenrechten bedacht. We hebben onze economieën de rijkste gemaakt, maar zijn ook de uitbuitkampioenen. Rationa­li­teit en efficiency zitten tot in de haarvaten van onze samenleving, maar doordrenken ook het kwalijke eigenbelang van onze buitenlandse hulp en de arbitraire selectie van partners en vrienden wier lot wij ons aantrekken. The Econo­mist was nog vriendelijk door Mahbu­ba­ni's werk als een 'antiwesterse polemiek' af te schilderen, 'bedoeld om Ameri­ka­nen en Europea­nen boos te maken en daardoor wakker te schudden'.

Mahbubani lijkt ook zelf wakker geschud in zijn nieuwste boek The Great Convergence, want dat is grotendeels een herschrijving van de onversneden kritiek van weleer. Maar wel een herschrijving in twee opzichten: herhaling, maar ook rectificatie.

De boodschap van The Great Convergence is dat het Wes­ten toch zo slecht nog niet is, en dat die abstracte idealen van wetenschap, logica, vrije markt, democratie en multilateralisme nu ook in de rest van de wereld school hebben gemaakt. Sterker: nog wat westers water bij de wijn en zij zullen het universele kader vormen waarin de wereld steeds verder convergeert en het pad naar een mondiale beschaving openligt. We voeren al de helft minder oorlog dan vroeger, de rechtsstaat rukt op, Chinezen beginnen met grootschalige herbebossing en spelen massaal Mozart, Afrika heeft al twee keer zoveel mobieltjes als de Verenigde Staten, volkeren raadplegen Wikipedia, en 1 miljard tv-kijkers leefden mee toen in 2010 Chi­leen­se mijnwerkers na 69 dagen werden gered.

Maar de blijde boodschap is nog altijd verpakt in bittere kritiek. Soms nog feller dan in 2008, ­alsof de rectificatie gecompenseerd moet worden. Ont­wik­kelingshulp was niet alleen contraproductief, het was zelfs onze bedoeling om 'slecht' te zijn. Voedselhulp faalt niet alleen, die van de Amerikanen dient vooral om eigen geostrategische belangen te bevorderen. Multilatera­lis­me was niet alleen een vroom woord, het wordt in sleutelorganisaties als de VN bewust gesaboteerd om de macht van de groten in stand te houden. Dat is een forse claim, die zich ongemakkelijk laat combineren met het eerherstel dat het Westen krijgt toegezwaaid voor de waarden die de wereld nu ineens op het pad van optimisme hebben gezet. U staat een tsunami te wachten, hield hij de Nederlandse diplomatie vorige week voor in Den Haag, ik zou uw dijken maar gauw verhogen, investeer in global governance.