Research
Op-ed
Hoe zorg je dat goede wapenhandel mag en foute niet?
Geen nucleaire of chemische wapens, want die handel is verboden, al kun je nooit uitsluiten dat onderdelen of grondstoffen voor massavernietigingswapens ook van hand tot hand gaan. Tel bij die 55 miljard ook nog een geschatte 5 miljard aan handel in kleine wapens (alles wat draagbaar is, geweren, schouderraketten enzovoort), dan is de wereldjaaromzet 60 miljard dollar. Dat zal niet minder worden. In de eerste tien jaar van deze eeuw is de wereld de helft méér aan defensie gaan uitgeven, dus ook aan wapens.
Een heel bedrag, al is het maar 1 procent van de totale wereldhandel. Op gewone handel rust geen vloek, maar met wapenhandel ligt het iets anders. Kooplieden des Doods kregen de schuld van de Eerste Wereldoorlog, en daarna is de wapenbusiness altijd een smoezelig bijverschijnsel geweest van machtspolitiek, verdeel- en heersmethoden en kil eigenbelang. Toch vindt geen mens ter wereld het onredelijk dat staten die zomaar worden aangevallen het recht op zelfverdediging hebben. En dus ook het recht op de wapens waarmee ze zich mogen verdedigen. Het is - gelukkig - niet zo dat de 192 landen in de wereld er allemaal een complete wapenindustrie op na houden. De enige conclusie is dus dat 'goede' wapenhandel mag. Maar hoe zorg je dat goede wapenhandel mag, en foute wapenhandel wordt geëlimineerd?
- Voor veel landen is wapenhandel gewoon een leuke bron van inkomsten
Dat mag elk land tot nu toe zelf bepalen. Er is - anders dan bij kernwapens of andere massavernietigingswapens - geen internationaal verdrag of instituut dat uitmaakt of een tank van Rus¬land aan Libië mag worden verkocht, of een tweedehands F16 van Nederland aan Chili. Er bestaan weliswaar meer dan dertig regelingen en afspraken tussen landen, maar die gelden slechts voor bepaalde wapens (zoals landmijnen), of voor bepaalde klanten (zoals foute regimes die vanwege brute mensenrechtenpraktijken onder een VN-embargo vallen), maar één wereldomspannende algemene fatsoenscode bestaat niet. Laat staan een dwingend wereldwapenhandelverdrag.
Voor veel landen is wapenhandel gewoon een leuke bron van inkomsten, een nuttige bezigheid voor de eigen defensie-industrie, en ook een handig instrument van buitenlandse politiek. Of er een lokale wapenwedloop door ontstaat, of een dictator door in het zadel wordt gehouden, is meestal bijzaak.
Intussen draagt een op de zes mensen op aarde een wapen. De organisatie Control Arms Campaign schat dat per jaar ten minste 300.000 mensen sneuvelen door het gebruik van conventionele wapens. Teveel van hen zijn onschuldige burgers, voegt een organisatie als Unicef daar aan toe. Honderd jaar geleden was het aandeel burgerslachtoffers in oorlogen 'maar' vijf procent van het totaal aantal slachtoffers. In de Eerste Wereldoorlog steeg dat tot vijftien procent, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog vloog het omhoog tot 65 procent en rond de eeuwwisseling bereikte het volgens Unicef een verontrustend record: negen van de tien oorlogsslachtoffers waren geen soldaten maar burgers. Het lijkt wel of militairen er steeds meer in slagen zichzelf te ontzien. Begrijpelijk, maar de verhoudingen lijken zoek.
Nu vindt er een bescheiden, maar interessante omslag in denken plaats. Van een puur nationaal instrument moet wapenhandel een internationale zórg worden. In de afgelopen vier jaar hebben de Verenigde Naties twee resoluties aangenomen waarin een internationaal Arms Trade Treaty wordt aangekondigd. In 2012 zullen daar onderhandelingen over beginnen, en deze zomer is het vooroverleg begonnen. Het wordt geen verdrag tégen de wapenhandel, maar de bedoeling is dat landen wel wettelijk wordt opgelegd om wapentransacties te toetsen aan normen van 'fatsoen'. Hoe is voorlopig hun eigen zaak, maar dát ze het doen zal al een hele stap zijn.
Voor de optimisten: de kansen op een verdrag zijn sinds en dankzij Obama niet slecht, want Bush voelde er nog niets voor maar Hillary Clinton wel. Voor de pessimisten: de VS stellen de nodige voorwaarden, die het verdrag ook meteen weer uithollen. De handel in binnenlandse wapens is in de VS heilig, dus blijft wat de Amerikanen betreft buiten schot, en de internationale handel in munitie ook. Dat zal de bestaande hoeveelheid wapens, denk alleen al aan de miljard kalasjnikovs en andere kleine 'massavernietigingswapens' die als een bijbelse plaag over de wereld zwerven, dus niet deren. Maar het ATT (Arms Trade Treaty) is het begin van een begin van een begin.