Research
Op-ed
Honderd dollar
Zes jaar geleden kostte een vat olie nog geen $20, een vijfde van nu. De Wall Street Journal voorspelde aan de vooravond van de oorlog om Irak dat de olie uiteindelijk zelfs nog goedkoper zou worden, zodra Saddam Hoessein was opgeruimd. Het liep een beetje anders, al helemaal toen Al Qaida moed putte uit het Bush-debacle en aanslagen op olieinstallaties tot in Saoedi-Arabie zelf begon te plegen. Voorjaar 2004 werd ik in een taxi naar de studio gesneld om, na gedurfde terreuraanslagen op compounds in Al Khobar, de politieke gevolgen van de onmogelijk geachte grens van $50 per vat toe te lichten. Ja, het was zeker waar dat oorlog en terrorisme de prijs van olie opzweepten, de fear factor werd op een kwart van de olieprijs geschat. Anders gezegd: aan de pomp betaalden we misschien wel 30 eurocent per liter zuiver en alleen door Al Qaida.
Maar de prijs vloog door die grens en het werd spoedig duidelijk dat niet terreur en oorlog alleen, maar vooral wij, onverzadigbare consumenten, de schuldigen waren. De remedie is duidelijk, niet méér boren maar minder slurpen. Chinezen en Amerikanen spannen de kroon, met een kwart van het wereldolieverbruik. Vroeger werd de vraagstijging bijgehouden door meer aanbod van olie, sinds kort is dat niet meer zo en is de prijsstijging vooral een gevolg van de vraagstijging. Komt daar dan nog politieke crisis in een van de olielanden bij, denk aan Venezuela, Iran of Nigeria, dan stijgt de olieprijs meteen skyhigh. Vroeger draaide Saoedi-Arabie of een andere OPEC-vriend in een noodsituatie gauw de kraan wat verder open, nu is de rek er uit. Nieuwe reserves zijn er wel, maar moeilijk winbaar en dan pas weer alleen als oliemaatschappijen er zeker van zijn dat de prijs hoog genoeg blijft om de investering terug te verdienen.
De stijging zorgt voor een politieke aardverschuiving. De olielanden verdienen ongeveer zes keer zoveel als tien jaar geleden. Dat is te merken aan de omvang van nieuwe Russische raketprogramma's, aan de pretoogjes waarmee premier Ahmadinejad de zoveelste nieuwe rij ultracentrifuges van zijn atoomprogramma aankondigt en VN-sancties wegwuift en aan de goedkope buskaartjes waarop Hugo Chavez armoedzaaiers in Londen tracteert. De zucht naar olie hoeft niet per se meer haat en nijd te betekenen, althans geen grotere kans op oorlog. In Soedan misschien wel, want het dorstige China wil de regering te vriend houden en zal niet al te veel boze woorden aan Darfur vuil maken. Maar door de hoge olieprijs zal Bush de laatste aanvechting om ook Iran nog even te bombarderen wel weerstaan, want dat zou de prijs nog verder opstuwen en de Amerikaanse economie in een crisis kunnen storten.
Worden we nu meer, of minder onafhankelijk dankzij die superhoge olieprijs? Aan de ene kant meer: bij dit niveau worden ook ineens andere, vergeten energiebronnen exploitabel: zie Schoonebeek. En als auto's erdoor overschakelen op bietensap of koeienpoep zou je zeggen dat we onafhankelijker worden van Iran en Qatar. Aan de andere kant: we blijven de kas van Poetin en Ahmadinejad spekken, zodat de machtsverschuiving blijvend en onvermijdelijk is.
En daar zijn de VS, welke nieuwe president het ook zal krijgen, heel somber over. Op 1 november speelde een team van oud-Nationale Veiligheidsadviseurs in het Witte Huis een scenario dat niet zo ver weg meer ligt. De mega-oefening heet Oil Shock Wave. Het is zomer 2009. Na een 'terreuraanslag'op een pijpleiding in Azerbeidjan en de ontdekking van (toch) een geheime uraniumverrijkingsfabriek in Iran stijgt de olieprijs tot 150 dollar per vat. Paniek, sancties tegen Iran worden door Teheran, gesteund door Hugo Chavez, meteen vergolden in de vorm van grote produktiebeperkingen. Het westen snakt naar olie. Moet Amerika militair ingrijpen? Dat kan eigenlijk niet, concludeert de National Security Council. Na alle oorlogen heeft Amerika weinig inzetbare strijdkrachten meer over. Het zou de hele Pacificvloot naar de Perzische Golf kunnen dirigeren. Geen goed idee, was de slotsom, want dan leveren we de hele Stille Oceaan uit aan China. De 'minister van defensie' stelt voor de dienstplicht weer in te voeren en zucht: we kunnen geen kant uit. 'We are facing a mortal threat to our way of life here'. Er is maar één oplossing, er moet minder olie geconsumeerd worden, en snel een beetje.