Zacht maar gestaag glijdt Hongarije, het land waar nu vijfentwintig jaar geleden het ijzeren gordijn openscheurde, af naar een autocratie. Hongarije is lid van de Europese Unie. Het Verdrag van Lissabon verplicht de EU-lidstaten om vrijheid, democratie en de rechtsstaat te koesteren. Artikel 11 verbiedt de 28 overheden om zich met de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting te bemoeien. Doen we ook niet, zegt premier Orbán, leve het christendom, leve de vrijheid en leve de mensenrechten, maar we moeten ons land ook een beetje stroomlijnen en omhoog helpen in de vaart der naties, en dan moeten politieke tegenstanders uit zichzelf een toontje lager zingen en daar help ik ze een beetje bij.
Vier jaar geleden begon het sluipproces naar de rechtse staat met de invoering van een mediawet die journalisten opdroeg om hun werk evenwichtig te verrichten. Onder toezicht van een door de regering benoemde Mediaraad. Deze zomer lanceerde Orbán het idee van een internettax. Die gaat nu in de ijskast, maar is niet van tafel want de premier zegt dat hij ‘in deze vorm’ nog niet helemaal voldoet. Een argument dat Orbáns Fidesz-partij hanteert is dat hij op een ‘redelijke’ manier de wind uit de zeilen neemt van de nog veel engere Jobbikpartij. Die is – vindt menigeen – antisemitisch en anti-Roma en zuigt Fidesz ongetwijfeld naar de foute kant, maar de partij van Orbán is in tal van opzichten een rechts-nationalistisch meerderheidssurrogaat.
Een half miljoen Hongaren heeft de laatste jaren gekozen voor een nieuw bestaan in West-Europa en de VS
Jobbik stelde twee jaar geleden voor om het centrale plein een voorstad van Boedapest te vernoemen naar admiraal Miklós Horthy, na WOI een fel anticommunistische maar door zijn autoritaire sympathieën zeer omstreden staatsman die niet vies was van toenadering tot nazi-Duitsland. De rehabilitatie van Horthy staat niet los van een grotere, veel zorgwekkender ontwikkeling in Hongarije: een half miljoen Hongaren heeft de laatste jaren gekozen voor een nieuw bestaan in West-Europa en de VS.
Maar Orbáns Fidesz heeft sinds de verkiezingsoverwinning in 2010 de ene na de andere maatregel ingevoerd die wel degelijk dwars tegen de doelstellingen van een fatsoenlijke Europese democratische rechtsstaat ingaan. Eerst moet de vrije arbeidsmarkt een beetje illiberal worden gemaakt: Hongarije wil immigratie ontmoedigen en laagopgeleide en ‘arbeidsgeschikte groepen’ in eigen land steunen. Wettelijke maatregelen die doordrukken wat zojuist door rechtbanken als onconstitutioneel was verboden, politisering van de centrale bank, manipulatie van het kiesstelsel : er is een keur aan beknottende maatregelen op te sommen die Hongarije tot een sinistere partner in de Europese familie maken.
Ook op buitenlandpolitiek gebied loopt Hongarije niet in de pas: het is verklaard tegenstander van sancties tegen Rusland en Poetin vanwege Oekraïne, en op 3 november ging Hongarije akkoord met de aanleg van South Stream door Hongaarse bodem, de gaspijplijn die Europa nog afhankelijker zal maken van Russisch gas. Een van de eerste taken die de nieuwe EU-Commissievoorzitter Juncker en zijn rechterhand Frans Timmermans op hun tafel vinden, is om de Hongaren gauw van al deze gedachten af te helpen. Ze beschikken over alle mogelijkheden: afnemen van stemrecht en bevriezen van EU-miljarden die komende jaren in verbetering van de Hongaarse infrastructuur zullen worden gepompt. Een standbeeld en straatnaambord zullen ze daarvoor nu niet krijgen, over vijfentwintig jaar misschien weer wel.