Research

Op-ed

Iedereen overal in Afghanistan?

19 Mar 2008 - 14:37
Minister Maxime Verhagen stelt voor dat de ISAF-landen de 'eigen' provincies in Afghanistan geleidelijk loslaten om overal in het land inzetbaar te worden. De achtergrond is duidelijk. Nu zit bijvoorbeeld Nederland in het gevaarlijke Uruzgan en Duitsland in het veilige noorden, en van een gelijke deling van lusten en lasten is geen sprake. Het is een voorstel waar iedere bevelhebber van droomt, maar waar menig politicus nachtmerries van krijgt. Het is ook een echo van de Amerikaanse wens tot herziening van de ISAF-missie. Een mooie proefballon voor de NAVO-top in Boekarest over twee weken, waar de lusten-lastenverdeling van het bondgenootschap, dat kreunend en steunend de Afghaanse klus klaart, weer eens op de agenda staat. Maar geen kansrijke.

Sommige NAVO-landen sturen alleen troepen naar Afghanistan als ze er opbouw­taken kunnen verrichten. Andere willen misschien ook wel vechten, maar zeggen het te druk te hebben elders in de wereld. Weer anderen (zoals Nederland en Canada) hebben zich een beetje verkeken op het geweld toen ze erheen gingen, zijn desondanks niet te beroerd om een klap uit te delen, maar willen dat anderen nu ook eens vuile handen maken. Maar die geven geen sjoege, of zeggen kruimeltjes toe.

Een verzwegen onderdeel van het voorstel is dat alle ISAF-landen spontaan hun speciale caveats laten vervallen, anders is het onuitvoerbaar. Caveats zijn allerlei nationale voorbehouden tot inzet, iedere commandant een gruwelijke doorn in het oog - maar wel een politieke realiteit.

Bij grotere Europese bondgenoten zal het voorstel gereserveerd worden ontvangen. Duitsland en Italië lopen prettig wacht in suffige streken en willen niet verkassen. Landen met minibijdragen zien hun inzet niet graag verder versnipperd, weer andere landen (ook Nederland) willen dat hun grondtroepen per se van eigen luchtsteun zijn verzekerd, dus niet afhankelijk zijn van andermans vliegtuigen en helikopters (Srebrenica-syndroom). Die zouden dus steeds moeten meerouleren.

De consequentie van Verhagens voorstel zou overigens ook zijn dat Nederlandse soldaten voortaan inzetbaar zijn in moeilijke regio's als Kandahar, Helmand en de aan Pakistan grenzende oostelijke provincies, waar flink wordt geknokt.

Voor een deel zijn de NAVO-troepen overigens al niet provinciegebonden. In een brief van 22 december 2005 heeft de regering aangegeven dat Nederland in noodgevallen kan rekenen op andere hulpbataljons. Daar staat tegenover dat Nederland andersom zo nodig elders bijspringt (is ook wel gebeurd, met name in Kandahar). Na de NAVO-topconferentie in Riga van november 2006 meldde De Hoop Scheffer dat de 'noodhulp'-clausule verder was uitgebreid tot het gehele ISAF-gebied, nadat pleidooien voor het schrappen van tientallen caveats vergeefs waren geweest.

Maxime Verhagen lijkt niet zo somber over Afghanistan. Hij schrijft: 'De economie in Afghanistan vertoont een benijdenswaardig groeipercentage van 10%. We kunnen met de Afghaanse regering open en constructieve gesprekken voeren over belangrijke thema's zoals de doodstraf en vrijheid.' En de veiligheid kan geleidelijk worden overgelaten aan het Afghaanse leger zelf. Dat steekt schrilletjes af bij het jongste rapport (6 maart 2008) van de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, over de toestand in Afghanistan.

Open gesprekken leuk, maar met welk resultaat? Ban Ki-moon schrijft dat 'vooruitgang op het gebied van mensenrechten beperkt is. De media en de civil society hebben weinig ruimte om erover te discussiëren en de regering ter verantwoording te roepen. Sommige houden vol te zeggen dat mensenrechten niet passen in lokale tradities en een luxe zijn die Afghanistan zich niet kan veroorloven'. Benijdenswaardige economische groei? Jazeker, schrijft Ban Ki-moon, maar 'veel van die indrukwekkende groei is indirect toe te schrijven aan de illegale drugshandel en de significante buitenlandse hulp'.

En veiliger is het ook niet geworden. In 2007 'nam de onveiligheid sterk toe'. Het VN-rapport spreekt van een 'toenemend gecoördineerde opstand'. Er vielen naar schatting achtduizend doden door de opstand, vijftienhonderd meer dan werd aangenomen.

Hoe begrijpelijk het voorstel van Verhagen ook is, het zou per saldo zelfs wel eens contraproductief kunnen werken. Twijfelaars trek je misschien over de streep door ze te garanderen dat ze honderd soldaten in een veilige provincie mogen legeren, maar haken bij voorbaat af als ze kans lopen in Uruzgan of Kandahar te eindigen.