Research

Europe and the EU

Op-ed

Kabinet komt wél met nieuwe Europese visie

27 Feb 2013 - 09:06
De 'Staat van de Unie' kan worden gezien als een trendbreuk in de opstelling tegenover de EUAfgaande op de kritieken, is de Staat van de Unie van dit kabinet bar tegengevallen. De meeste aandacht trok de stelling, dat een visie op de EU geen zin heeft omdat de Europese koers toch anders loopt dan gedacht. Dit is opgevat als visieloosheid of wegduikgedrag, terwijl de EU stap voor stap richting politieke unie beweegt.

De Staat van de Unie lijkt ook de patstelling binnen dit kabinet te bewijzen. Gevangen tussen de eurokritische VVD en de coulantere PvdA blijkt de Europese toon van Rutte II niet veel positiever dan die van Rutte I. De kiezer leest bijna dagelijks dat 'Brussel' nationale soevereiniteit heeft afgesnoept in berichten over begrotingstoezicht door de Europese Commissie, voorstellen over solidariteitsmechanismes (lees: een aparte Europese begroting) en stappen richting euro-obligaties. Intussen toeren politieke delegaties van lidstaat naar lidstaat, maar niemand ziet een alternatief om weeffouten in de euro te herstellen zonder verdiepte integratie. Een nieuwe visie was ook bijna niet te verwachten.

Maar er is ook een heel andere inschatting van de Staat van de Unie mogelijk. De nota van minister Timmermans kan ook gelezen worden als een trendbreuk in de Nederlandse opstelling. Europese integratie is niet per definitie goed en de EU hoeft niet meer georganiseerd te zijn naar een uniform model. Hiermee verlaat deze Staat van de Unie het streven naar de politieke unie als ever closer union.

Enerzijds streeft Nederland naar een sterk Europa met toezicht op het economische beleid in lidstaten die zijn vastgelopen. Nederland zet hard in op het uitbouwen van de positie van de Commissie en op het verscherpen van Europese regels waar lidstaten zich aan moeten houden. Anderzijds pleit Nederland voor minder Europa met een lager EU-budget en wil het meegaan in discussies over herziening van de competenties van de EU. Timmermans benadrukt dat de EU geen VS moet worden en hij noemt velden waar nationale beleidsruimte bewaakt wordt: onderwijs, cultuur, belastingen, werkgelegenheid. Hier- in past ook het pleidooi voor een grotere rol voor nationale parlementen.

Intussen gaat het kabinet mee in steeds meer flexibele integratieprojecten, bijvoorbeeld rond justitie. Enkele landen voeren de belasting in op financiële diensten en misschien gaat Nederland meedoen. De euro ís een groot project van flexibele integratie met allerlei gestaffelde maatregelen voor landen in problemen.

Alles bijeen lijkt de EU niet een project van 'meer' of 'minder' te worden, maar van specifieke samenwerking die verschilt per beleidsveld. Wat Timmermans presenteert, biedt de aanzet tot een radicaal subsidiair model. Dit gaat voorbij de stofkamoperatie die op microniveau zoekt naar meer beleidsruimte voor lidstaten. Rutte I speelde ook met combinaties van Europese instellingen en intergouvernementele samenwerking maar dan vooral door zich af te zetten tegen de Commissie. In deze nota komt een subsidiair model naar voren: bewuste keuzes tussen supranationale samenwerking waar nodig en andere samenwerkingsvormen waar mogelijk.

Dit is meer dan een compromis tussen VVD en PvdA. Het lijkt een nieuw model dat supranationaal en intergouvernementeel zinvol samenbalt. Het is niet het Britse pleidooi voor flexibele integratie en ook niet het federale model van Barroso of Van Rompuy. Ook kan institutionele subsidiariteit zich onderscheiden van het supermarkt-model waarin landen alles kunnen kiezen omdat uiteindelijk wel wordt gestreefd naar werkbare structuren waarin sterke Europese instellingen thuis horen op basis van meerwaarde in de vorm van onafhankelijkheid en betrouwbaar toezicht.

De Staat van de Unie kan dus wel worden gezien als een visie, zelfs als een trendbreuk. De aanzetten zijn nog verre van doordacht en Timmermans voorzichtigheid rond het Europese einddoel is dan ook terecht. Wat betekent dit bijvoorbeeld voor de Commissie? Kan zij nog streven naar de status van Europese regering en wat is haar rol in flexibele samenwerkingsverbanden? Betekent het een grotere invloed van de Europese Raad, en is dat in het Nederlandse belang? Levert dit een scheiding op tussen beleidsvelden waar nationale parlementen wel of niet meer bij betrokken worden?

Als het kabinet doorzet, biedt de Staat van de Unie mogelijkheden voor een nieuw Europees verhaal. Hopelijk krijgt deze aanzet een kans en wordt ze niet meteen verketterd als anti-Europees of crypto-federalistisch.