Research
Articles
Kashmir-crisis mag onder geen beding escaleren
Een echte geruststelling is dit niet, want er zijn twee redenen waarom de situatie kritiek is.
Ten eerste dreigt het gevaar van miscalculatie. Als gevolg van het grote aantal crises van de afgelopen decennia wordt welhaast automatisch gereageerd op stappen van de andere partij. Beide landen hebben tevens de neiging om juist te escaleren, in plaats van gas terug te nemen. De `testen' met raketten die van kernwapens kunnen worden voorzien, zijn daarvan voorbeelden.
Bovendien gaan de oorlogsvoorbereidingen door. Inmiddels hebben beide landen een miljoen soldaten aan hun grenzen samengetrokken. Pakistan is bezig met een grote herschikking van zijn troepen. De bijdrage van 4.000 soldaten aan de vredesoperatie in Sierra Leone zou worden beëindigd. Ook worden 120.000 soldaten teruggetrokken uit het grensgebied met Afghanistan, waar ze de Amerikanen in het strijd tegen Al-Qaeda ondersteunen. In Delhi wordt openlijk gefilosofeerd over een beperkte, symbolische aanval over de line of control, de officieuze grens tussen het Indiase en Pakistaanse deel van Kashmir. Het zou gaan om een luchtaanval met conventionele bommen tegen trainingskampen van militanten. Door deze voorbereidingen kan de situatie een eigen dynamiek krijgen en uit de hand lopen. Als dat gebeurt kan onbedoelde escalatie, mogelijk met inzet van kernwapens, het gevolg zijn.
Daarbij is van belang dat Pakistan zich in een nadelige positie bevindt. De strijdkrachten van India zijn tweemaal zo groot en zijn op papier geen partij voor Pakistan. Dit is reden waarom waarnemers vrezen dat Pakistan als eerste tot de inzet van kernwapens zou kunnen overgaan. Er is helaas een gevaarlijk precedent. In 1999 brak de 'Kargil-oorlog' uit, de ernstigste militaire confrontatie sinds de oorlog van 1971. Strijders uit het door Pakistan gecontroleerde deel van Kashmir staken de line of control over, daarbij gesteund door Pakistaanse militairen. Tijdens deze confrontatie ondernam Pakistan stappen om het kernwapenarsenaal te activeren, teneinde India af te schrikken. Voordat de kwestie volledig uit de hand kon lopen, trok Pakistan zich onder zware diplomatieke druk terug.
Het is overigens de vraag of Pakistan technisch de mogelijkheid heeft snel kernwapens gereed te maken voor gebruik. Nadat Musharraf had besloten de Amerikanen te steunen in hun strijd tegen de Talibaan en Al-Qaeda en het moslimextremisme in eigen land niet langer te tolereren, keerden diezelfde extremisten zich tegen zijn regime. Om na een mogelijke machtsovername de extremisten het gebruik van de kernwapens te ontzeggen, werd in samenwerking met de Amerikanen een aantal veiligheidsmaatregelen genomen waardoor de kernwapens niet langer onmiddellijk konden worden gebruikt. Daarom is het onduidelijk wat de status van deze wapens nu is.
Een complicerende factor is dat in beide landen het denken over het gebruik van kernwapens in de kinderschoenen staat. Tijdens de Koude Oorlog ontwikkelden de Verenigde Staten en Rusland kernwapendoctrines die uitgingen van afschrikking, gebaseerd op wederzijdse vernietiging. Het risico van escalatie naar een kernwapenoorlog verklaart ook waarom een conventionele oorlog tussen NAVO en Warschaupact uitbleef. Voor India en Pakistan ligt dat anders. Veel `strategen' menen dat een conventionele oorlog niet naar een kernwapenoorlog hoeft te escaleren. Maar ook wordt in brede kring het kernwapen als een zware conventionele bom gezien waarmee vooral steden kunnen worden bestookt. Volgens een recente inschatting van de Amerikaanse Defense Intelligence Agency zouden daarom maximaal twaalf miljoen mensen de dood kunnen vinden en nog eens zeven miljoen gewond kunnen raken.
De tweede reden waarom de situatie kritiek is, is de veranderde context waarin de crisis plaatsvindt. Er zijn aanwijzingen dat Al-Qaeda een veilig heenkomen in het westen van Pakistan en in Kashmir zoekt. Hun speelruimte in het westen van Pakistan wordt groter nu troepen uit dat gebied worden teruggetrokken om aan de grens met India te worden ingezet. Voorts zouden extremistische groepen in Pakistan zich aansluiten bij Al-Qaeda's strijd tegen de Verenigde Staten en Musharraf. De belangrijkste aanwijzing daarvoor is dat aanslagen gepland en uitgevoerd worden op de wijze waarop Al-Qaeda dat pleegt te doen.
Er komen steeds meer aanwijzingen dat Al-Qaeda en verwante Pakistaanse groepen Indiase reacties uitlokken. Volgens de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George Shultz zit Al-Qaeda achter een aantal terreuraanslagen in India. Al-Qaeda zou voorts achter aanslagen en ontvoeringen zitten, zoals de ontvoering van en moord op de Amerikaanse journalist Daniel Pearl.
Deze acties lijken niet in eerste instantie het uitlokken van een complete oorlog te zijn, maar het ondergraven van de positie van Musharraf door het creëren van chaos. In die situatie kunnen extremisten de macht grijpen, Pakistan omvormen tot vrijhaven voor hun activiteiten en controle over het kernwapenarsenaal krijgen. Dat biedt vervolgens een goede basis om het islamitische Kashmir aan de controle van India te onttrekken.
De situatie waarin Musharraf zich nu bevindt is enigszins vergelijkbaar met die van Arafat. Ook Arafat verliest de controle over extremisten die met voortdurende zelfmoordaanslagen zijn positie ondermijnen.
De veranderde context schreeuwt om actieve betrokkenheid van de Verenigde Staten, Rusland en andere grote mogendheden. Haast is geboden. Geen wonder dat de komende week ministers en afgezanten in het kielzog van de Russische president Poetin in hoog tempo naar de regio reizen. Deze toenemende diplomatieke druk is het enige lichtpuntje in een crisis die gemakkelijk uit de hand kan lopen. De grote vraag is echter of deze diplomatieke inspanningen effect hebben als blijkt dat Musharraf geen controle over de extremisten heeft.