Research
Op-ed
Kissinger moet weer in de pen voor Baltasar Garzón
Aanleiding voor Kissingers waarschuwing was de actie van de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzón, die de oude Chileense dictator Augusto Pinochet alsnog voor de rechter wilde slepen. Niet toevallig volgde Kissinger die zaak met aandacht, want ook zijn eigen rol als Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken was hier in het geding - Amerika steunde Pinochets staatsgreep en nam de moord op zijn gekozen voorganger Salvador Allende in 1973 op de koop toe.
Hoe is het mogelijk dat zoiets kan in een land als Spanje, vroeg Kissinger zich af. Niet dat flagrante schendingen van de mensenrechten niet vervolgd mogen worden, maar dan in het land waar die misdrijven zelf waren begaan. Som¬mi¬ge van die landen hadden er nu eenmaal voor gekozen om de weg naar democratie te plaveien met verzoening en amnestie. Dat was in Chili ook gebeurd.
Dan was het toch niet aan ongekozen rechters in verre landen om in zulke precaire processen te gaan roeren en oude wonden open te rijten? Een ongelukkige verwijzing, want het was de Chileense junta zelf geweest die zich in 1978 die amnestie cadeau had gedaan. Maar goed, wat Spanje betreft had Kissinger een punt omdat de amnestie daar, twee jaar na de dood van Franco, breed gesteund was afgekondigd.
'Men zou van een Spaanse magistraat verwacht hebben dat hij gevoelig zou zijn voor de ongepastheid van een verzoek van Spanje, een land dat zelf wordt achtervolgd door de misdrijven die tijdens de Spaanse burgeroorlog en het Franco-regime zijn begaan, om beweerde misdaden tegen de menselijkheid die elders zijn begaan voor Spaanse rechtbanken te vervolgen,' aldus Kissinger. 'Het besluit van post-Franco Spanje om grote strafprocessen te vermijden, was met opzet bedoeld om een proces van nationale verzoening te koesteren, dat veel heeft bijgedragen aan de kracht van de huidige Spaanse democratie.'
Baltasar Garzón Nu, weer tien jaar verder, heeft Kissinger een bizar antwoord op zijn vraag gekregen. Dezelfde onderzoeksrechter die hij in 2001 aanviel, Baltasar Garzón, is allesbehalve sensitief geweest voor Spaanse trauma's. De man die in zijn vaderland een grote reputatie had opgebouwd door zijn onvermoeibare jacht op Al Qaida en ETA-terroristen, leden van de Argentijnse junta, Russische maffiosi en zelfs de Bush-'six', die hij rekenschap wilde laten afleggen voor Guantánamo, spaarde ook zijn eigen land niet en begon in 2008 een onderzoek naar de misdaden van het Franco-regime.
De 'ongepastheid' waarvan Kissinger hem tien jaar geleden beschuldigde, en die bijna neerkwam op de aanname dat Garzón in het Spaanse geval wel met twee maten zou meten, bleek dus niet uit te komen. Garzón dreigt nu zelfs een hoge prijs voor zijn 'intimiderende passie' te moeten betalen, want ultrarechtse groepen hebben hem aangeklaagd voor overschrijding van zijn bevoegdheden. Formeel wordt hem het negeren van de amnestiewet uit 1977 verweten, maar het lijkt vooral op een politieke afrekening door hele en halffascistische krachten die zich helemaal niet neergelegd, laat staan verzoend, hebben met de democratie.
Garzóns verweer is dat de Spaanse amnestieregeling wellicht kan gelden voor politieke misdaden die destijds zijn begaan door de Spaanse staat, maar niet voor universele misdaden tegen de menselijkheid. Zijn tegenstanders zien dat natuurlijk anders en werpen hem voor de voeten dat hij hen met terugwerkende kracht reeds verleende immuniteit en gemoedsrust wil ontnemen. Zij hebben in die zin reeds gewonnen, dat Garzóns functioneren als rechter al onmogelijk is gemaakt.
Garzón, die hier en daar zijn hand heeft overspeeld en ook wel flamboyant declaratiegedrag wordt verweten in een ambt dat kreukloos moet worden uitgeoefend, is het onverdiende slachtoffer van politieke rancune en haat. Het is natuurlijk onzin om daar nu Kissinger de schuld van te geven, want die wees ondanks alle boter op het eigen hoofd op het legitieme punt dat amnestie soms een nederlaag voor het recht is, maar een zegen voor de politiek kan zijn. Maar met deze politieke overwinning kan hij moeilijk gelukkig zijn. Garzón verdient recht, en Kissinger zou de pen opnieuw moeten opnemen.