Research
Articles
Klimaat leidt niet tot oorlog
De grillen van het klimaat leiden zowel tussen als binnen staten tot een verhevigde strijd om schaarse goederen als bouwland, natuurlijke hulpbronnen en drinkwater. De ontdooiing van de Noordpool zet een gevaarlijke wedloop in gang op beschikbaar komende olie-, gas- en visvoorraden.
Complete landen kunnen letterlijk wegzinken door een dramatische stijging van de zeespiegel. Miljoenen 'milieumigranten' slaan op de vlucht voor extreme droogte en veroorzaken spanningen in de omringende regio's. Solana ziet klimaatverandering als een multiplier van reeds bestaande dreigingen en conflicten. Hij pleit voor een Europese aanpak om dit euvel te bestrijden.
Dat klimaatverandering een 'diepgaande invloed' heeft op de internationale veiligheid is echter zeer de vraag. Anders dan Solana suggereert, zijn de geleerden het er namelijk niet over eens dat overstromingen, extreme droogte of orkanen kunnen worden toegeschreven aan veranderingen in het klimaat. Bovendien hebben natuur- en milieurampen op zichzelf nauwelijks invloed op het ontstaan van oorlogen en conflicten in bijvoorbeeld Afrika of het Midden-Oosten. Die conflicten hangen primair samen met staatkundige, etnische of sociale factoren, met de machtsstrijd tussen stammen of staten, met politieke en militaire elites die vechten om bodemschatten. Wetenschappers hebben naarstig gezocht naar een direct oorzakelijk verband tussen ernstige milieuproblemen en gewelddadige conflicten, maar zo'n relatie is nooit gevonden. Wel leiden, omgekeerd, oorlogen doorgaans tot grote milieuschade. Maar we moeten oorzaak en gevolg niet verwarren.
Vaak wordt bijvoorbeeld beweerd dat de humanitaire crisis in Darfur is begonnen met oplopende twisten over schaarse landbouwgrond als gevolg van woestijnvorming. Maar dat was twintig jaar geleden, en de tegenstellingen tussen nomaden en boeren konden toen al snel worden bijgelegd, mede met hulp van internationale organisaties. De afgelopen jaren is de bevolking echter het slachtoffer van pure genocide die niets te maken heeft met krimpende landbouwarealen.
Het door Solana gevreesde watertekort is een ander voorbeeld. Er zijn in de moderne geschiedenis geen oorlogen bekend met de toegang tot drinkwaterbronnen als inzet, ook al leidt de bouw van dammen of irrigatieprojecten wel vaak tot protesten bij de buren. Solana vreest dat de Israëlische waterreserves deze eeuw met maar liefst 60 procent kunnen teruglopen. Turkije, Irak, Syrië en Saoedi-Arabië kunnen zijns inziens hetzelfde lot ondergaan. Met alle gevolgen van dien voor de stabiliteit in een regio die voor Europa van 'vitaal strategisch belang' is.
Maar die landen kijken wel uit om over water oorlog te voeren. Daarvoor is het veel te goedkoop. Anders dan olie is 'water' niet een aantrekkelijk doelwit voor veroveringen. Je kunt veel beter met moderne irrigatie- of ontziltingstechnologieën het watergebruik verminderen. En die worden dus ook op grote schaal toegepast in het Midden-Oosten. Het verwijt dat Israël met de Palestijnen strijdt om water is onzin, zei een Israëlische militair onlangs. 'Want we kunnen voor de prijs van één week oorlogvoeren een complete ontziltingsfabriek bouwen'.
Hittegolven, orkanen, overstromingen en zeespiegelstijging leiden wel tot grote problemen, maar niet tot grote (militaire) conflicten. Ze vereisen Europese ontwikkelingshulp, rampenbestrijding, een effectieve reductie van CO2-uitstoot, dijkverhoging in de delta's. Ze raken op zichzelf echter geen directe veiligheidsbelangen van de EU, zeker niet in militaire zin.
Met dit rapport voegt de EU zich helaas in het brede alarmistische koor dat praktisch alle internationale vraagstukken na de Koude Oorlog, van armoede tot migratie, en van ontbossing tot aids, als veiligheidsproblemen beschouwt. Het oorspronkelijke internationale veiligheidsbegrip, dat betrekking heeft op de bescherming van personen en grondgebied tegen fysieke aanvallen van buitenaf, heeft hierdoor een enorme inflatie ondergaan. Door veranderingen in het klimaat op te vatten als veiligheidsvraagstukken wordt een valse urgentie gesuggereerd, en een misplaatst gevoel nog steeds een gemeenschappelijke vijand te hebben, net zoals in de Sovjet-tijd.
Bovendien leidt deze benadering af van de echte veiligheidsproblemen waarmee de EU geconfronteerd wordt, zoals de conflicten in het Midden-Oosten, de verspreiding van massavernietigingswapens, de terreurdreiging of de relatie met Rusland. De EU heeft nauwelijks een veiligheidsbudget, en moet voortdurend alle zeilen bijzetten om 27 lidstaten op één lijn te krijgen. Prioriteitstelling is dus geboden.
Krachtens het Verdrag van Lissabon krijgt de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken zowel een positie in de Raad als in de Europese Commissie. Hierdoor wordt het mogelijk meer samenhang te brengen in de Europese buitenlandse politiek. Dat doe je echter niet door zo'n beetje alle internationale vraagstukken als veiligheidskwesties op te vatten. Zeker klimaatveranderingen zijn daarvoor veel te ongewis.