Research

Op-ed

Komen de Uruzgan-militairen in 2010 thuis of zullen ze blijven?

19 Jan 2009 - 12:47
De messen worden alweer geslepen, en dat dat voor een deel via De Telegraaf en Pauw & Witteman gebeurt, zegt eigenlijk al genoeg over de regie in deze kwestie. De kabinetsbrief van 30 november 2007 was het beginpunt.

Nederland mocht nog één keer blijven, was de strekking. In de rituele woordenbrij konden enkele concessies worden ontdekt. De meest cruciale was dat de verlenging maar voor twee jaar, tot 2010, gold. Een andere toezegging was dat 'het voortzetten van de Nederlandse bijdrage niet (zou) leiden tot onoverkomelijke problemen voor de instandhouding van de krijgsmacht'. Wat is een onoverkomelijk probleem? Nederland teert in op voorraden, er wordt minder met scherp geschoten op de Veluwe, de snelle Navo-reactiemacht van Jaap de Hoop Scheffer krijgt een onsje minder, maar de krijgsmacht leeft nog.

Wie wat dieper in de werkelijkheid duikt, constateert dat de Nederlandse krijgsmacht zichzelf kannibaliseert: we zetten vliegtuigen en tanks in de uitverkoop, waardoor de krijgsmacht niet alleen geld kost, maar ook nog wat terugverdient om bermbombestendige Bush-masters te kunnen kopen. (Wat moeten we daarmee na 2010?) Defensie ziet dat als een ernstig en onrechtvaardig probleem en klaagt dat het zijn verplichtingen - waarvan Afghanistan veruit de grootste is - slechts piepend en knarsend kan blijven verrichten.

Hoe nu verder? In de novemberbrief van 2007 staat 'dat Nederland hoe dan ook zijn leidende militaire verantwoordelijkheid in Uruzgan per 1 augustus 2010 zal beëindigen. Vanaf 1 augustus 2010 zal de terugtrekking van de TFU (Task Force Uruzgan, VN) zo spoedig mogelijk geschieden, zodat deze per 1 december 2010 is afgerond'.

Wie nu misschien zou denken dat alle Nederlandse militairen op 2 december 2010 dus op tijd thuis zijn voor Sinterklaas, leest over een paar dingen heen. In de brief wordt gesproken over 'Uruzgan', over terugtrekking van de 'TFU', en over het beëindigen van de 'leidende militaire verantwoordelijkheid'. Je kunt dus beweren dat een níét-leidende rol in Uruzgan, of zelfs een leidende rol buiten Uruzgan, nog niet zijn uitgesloten. En geef het beestje een andere naam, bijvoorbeeld Task Force-rest-van-Afghani-stan, en voilà, de brief zou nog steeds kloppen.

Nee, vindt minister Van Middelkoop, dat is dus niet de bedoeling. Hij is gevoelig voor het gekreun van zijn manschappen en wil er in 2010 een punt achter zetten. Gepruttel in het kabinet. Defensie is een gereedschapskist die natuurlijk mag knarsen en piepen, maar de lijnen van het buitenlands beleid worden door Verhagen uitgezet. En die benadrukt steeds vaker het belang van de verre militaire missies. Nederland is niet veilig.

'Het gevaar komt nu uit die plaatsen waar terrorisme een voedingsbodem vindt, in de straten van Peshawar bijvoorbeeld. De Nederlandse veiligheid wordt niet langer bevochten aan de IJssellinie maar in de Hindu Kush,' zei hij op 16 december. Twee dagen later deed premier Balkenende er bij Pauw & Witteman een verrassend schepje bovenop. Voor het kabinet ontstaat 'een nieuw weegmoment' als de aanstaande Amerikaanse president Barack Obama Nederland zou vragen om militair actief te blijven in Afghanistan. Ja, gaf hij aan, adviseurs van Obama hebben zelfs al signalen afgegeven dat zo'n 'appèl' straks zal komen.

Allemaal goed en wel, dacht Van Middelkoop, zolang ik geen zekerheid heb over extra geld voor mijn krijgsmacht, blijf ik op de rem trappen. Defensie heeft van het kabinet (niet meer dan) toestemming om een verkenningsstudie te laten verrichten, die eerst nog maar eens moet aangeven wat de krijgsmacht in de toekomst gaat doen en hoeveel geld daarvoor nodig is. Maar wel ná de lopende kabinetsperiode, dus Verhagen loopt voor de troepen uit terwijl Van Middelkoops speelruimte beperkt, zo niet nul is. De andere minister in het spel, Bos, doet nu middenin de kredietcrisis al helemaal geen financiële toezeggingen.

Met Kerstmis was Van Middelkoop in Uruzgan en gaf hij Balkenende een duidelijk antwoord: 'De nieuwe Amerikaanse president Obama kan me tien keer bellen, maar onze missie in Uruzgan stopt augustus 2010.' En ook de rest van Afghanistan is wat hem betreft uit den boze. 'Dat is geen optie. Zo'n missie legt te veel beslag op militairen en materieel.' De veelzeggende zwijger in dit spel is minister Koenders, die door militairen wordt benijd omdat hij de luxe geniet van een vast budget voor ontwikkelingssamenwerking (1,8 procent van het nationaal inkomen). Waarom wij eigenlijk niet, nu we op wederopbouwmissies worden gestuurd, vragen de militairen zich af.

De laatste zet is nu weer gedaan door minister Verhagen, die (in De Telegraaf afgelopen zondag) én meer geld voor Defensie eist én meer militaire missies wil én openlijk zegt dat de rol van Nederland in Uruzgan na 2010 nog niet uitgespeeld hoeft te zijn. Is er op de Bezuidenhoutseweg een moordpartij in voorbereiding?