Research
Op-ed
Kortzichtig over Gaza
De massale zwermbeweging vertekent de werkelijkheid. Conflicten moeten blijkbaar voldoen aan een crisiscriterium om van belang te worden. Wat dat criterium inhoudt is niet geheel duidelijk. Grote aantallen slachtoffers doen er niet altijd toe. In Congo en Soedan vallen er soms duizenden in weken dat ze het nieuws niet halen. Stadsoorlogen in Latijns-Amerika redden het op die manier ook niet. Massale schending van mensenrechten is te saai - anders zouden Birma, Zimbabwe en China dagelijks voor de Veiligheidsraad worden gesleept. Massale luchtaanvallen dan misschien? Nauwelijks, elke anderhalve minuut stijgt er ergens ter wereld een Amerikaans vliegtuig op om de oorlog in Afghanistan en Irak of Somalië of god-mag-weten-waar tegen het terrorisme te onderhouden, maar ik lees nooit in kapitalen dat de Amerikaanse luchtmacht het nu drukker heeft dan in de Tweede Wereldoorlog.
We hollen dus van conflict naar conflict en hebben de neiging ze een voor een de aandacht te schenken die ze doorlopend en simultaan verdienen. De journalistieke houdbaarheidsdatum van de meeste crises beliep vorig jaar ongeveer een maand. Dat zet ook de politiek onder druk. De publieke opinie schreeuwt om ijldiplomatie (Sarkozy het liefst tegelijk naar Moskou en Tbilisi), helikopters (Darfur), vredesmachten (Congo), oorlogsschepen (Somalische zeerovers) en humanitaire interventie (Birma) of zelfs regime change (Mugabe). Daarna verflauwt de aandacht en moet het conflict wachten tot het een nieuwe kans krijgt. Zelfs conflicten die al lang in de week liggen en redelijk voorspelbaar zijn, lijken aan dit mechanisme onderworpen en slagen erin om onze politici te verrassen.
De oorlog tussen Rusland en Georgië leek op 7 augustus volkomen uit de lucht te vallen. Deskundigen werden uit vakantieadressen aangesleept om duiding te geven en schuldigen te brandmerken, westerse leiders (Sarkozy, Bush, Merkel) waren overrompeld, spraken elkaar in de verwarring tegen en konden nauwelijks tegenspel bieden aan de Russische regie. Bij thuiskomst van vakantie stuitte ik in mijn ouderwetse archief op een eenzaam en voorspellend stuk uit de Financial Times, 29 november 2006, met de veelzeggende titel: 'A Shadow falls over the Caucasus as Georgia edges closer to Conflict'. Hadden we alleen dat stukje krantenpapier maar gewoon bij de hand gehad, dan was Zuid-Ossetië geen crisis geweest maar hadden we het de logische uitkomst van een proces genoemd.
De achteruitkijkspiegel reikt niet ver, ook in de huidige Gaza-crisis. De druk van het moment verleidt politieke leiders tot de simpelste en vrijblijvendste analyses. Het beantwoorden van de schuldvraag is een belachelijke kwestie van interpunctie op de tijdbalk geworden. Kies een aanleiding en een beginpunt, de schuldige volgt vanzelf. Premier Balkenende maakt het zich wel erg makkelijk door het verhaal van Israëlische zelfverdediging tegen de Qassam-raketten van Hamas op te lepelen. Dat is bijna praten zónder achteruitkijkspiegel. Best, maar die raketten uit Gaza hebben sinds 2001 in totaal aan zeventien Israëlische burgers - zeventien te veel - het leven gekost. Dat heet doorgaans geen clear and present danger tegen de nationale veiligheid van een staat (het geldende criterium voor legitieme zelfverdediging). Er waren ook mogelijkheden om het halfjarig bestand tussen Israël en Hamas, dat op 19 juni 2008 inging, te verlengen.
Voor hetzelfde geld kun je het begin aan een andere datum en partij verbinden. Israël koos ervoor, in de impasse over het verlengen van het bestand, op 4 november een raid uit te voeren op een smokkeltunnel van het afgesneden Gaza waarbij zes Hamas-militanten werden gedood.
Tussen 2001 en 2007 liggen zevenduizend Palestijnse raketten, honderden Israëlische raids en beschietingen en een schandelijke quarantaine die van de Gazastrook een openluchtgevangenis maakte. Afknijpen van voedsel, brandstof en medicijnen. In die situatie eventjes over 'begrip' en recht op zelfverdediging spreken is hachelijk en willekeurig, en op het wereldtoneel improductief omdat je de complexe oplossingen (de enige) negeert. De politicus die dat doet redt zich voor een maand en praat alleen zijn provinciale achterban naar de mond.