Research

Op-ed

Leve de buitenspelregel

26 Jun 2014 - 13:17

Het mag een cliché zijn om te veronderstellen dat voetbal een gestileerde versie versie van oorlogsvoeren is, maar is het niet fantastisch en leerzaam dat in die oorlog iedereen de (spel-)regels onderschrijft?

Het blijft verbazingwekkend hoe een onbelangrijke sport als voetbal de wereld beroert. Ik heb het nu niet over de miljarden en mensenlevens die er aan voetbalstadions worden besteed, hoewel zij een indicatie zijn van de beleidsprioriteiten in bijvoorbeeld Brazilië, dat met Jamaica de 85ste plaats op de Human Development Index deelt. Dat is laag voor een land dat tot de ontwakende grootmachten wordt gerekend. Toegegeven, tussen 1980 en 2012 zijn in Brazilië ook veel dingen vooruitgegaan. De gemiddelde Braziliaan leeft nu elf jaar langer, gaat bijna vijf jaar langer naar school en verdient bijna 40 procent meer dan toen. Maar met een conservatieve schatting van 14 miljard dollar aan kosten voor de Braziliaanse overheid – in 2011 dacht men het natuurlijk nog voor 1 miljard te kunnen doen – ben ik toch niet echt overtuigd van de blijvende economische impuls .

Ik heb het verder ook niet over de collectieve decibellen die een toernooi als WK 2014 mobiliseert, de kijkcijfers, de lengte van de avondfiles, het reclamegeweld, de liters kerosine van koninklijke vliegtuigen, en over de ellendige uren zendtijd in radio- en tv-programma’s die bedoeld zijn voor nieuws en brandende kwesties. Je kunt alleen maar sober en berustend constateren dat het allemaal zo is en weer overwaait, al is de hysterie van Jack van Gelder een bron van blijvende gehoorschade.

Ruimhartig beken ik trouwens dat ieder WK Voetbal blijkbaar krachten blootlegt die we in de ‘echte wereld’ misschien wel tegen beter weten in ontkennen en waar we overigens nog veel van kunnen leren. En wellicht zelfs hoop uit moeten putten. Met het eerste bedoel ik het toch tamelijk unieke vermogen van voetbal om collectief, nationaal gevoel los te maken. Ik begrijp niet waarom Belgen ineens hun taalstrijd vergeten, het geel-zwart-rood tevoorschijn halen en unisono de Brabançonne zingen. Ik denk dat zelfs Irak, als het zou meevoetballen, moeiteloos een team van Koerdische verdedigers, een sjiitisch middenrif en twee ISIS-buitenspelers in het systeem van een Iraakse School zou kunnen laten voetballen onder bevel van een Amerikaanse trainer.

Het is een cliché om te veronderstellen dat voetbal een gestileerde versie van oorlogvoeren is. Maar in de angst om te verliezen, de bloeddorst om te zegevieren, de grimassen en overwinningskreten die spelers en toeschouwers niet kunnen beheersen, de primaire emoties van vernedering of juist redeloze superioriteit die we onszelf in deze vier weken oorlogstijd toestaan – alleen al in zulke fenomenen verraadt zich de sublimering van oorlog. Denk ook aan de dodelijke ernst waarmee elftallen uitgerust en onderworpen worden aan strijdplannen, en het jargon van lijfsbehoud en nationaal belang waarin alle belanghebbenden zich uitdrukken: generaal, defensie, uitschakelen, de trekker overhalen, controleren, vonnis voltrekken, afmaker, linie, zoneverdediging, meedogenloos verdedigen.

Ruimhartig beken ik dat ieder WK Voetbal de krachten blootlegt waar we nog veel van kunnen leren

Het ironische is dat er tegenwoordig in het echt vrijwel geen interlandoorlogen meer worden uitgevochten. Van de bijna veertig oorlogen per jaar zijn verreweg de meeste akelige binnenlandse conflicten, of conflicten die weliswaar over landsgrenzen uitwaaieren maar weinig met nationaliteit te maken hebben. Misschien hebben WK-toernooien dan ook wel een nostalgische dimensie: de kunstmatigheid is verdubbeld en het is veilig om je uit te leven in een domein waar eigenlijk niet veel meer op het spel staat.

Het meest verbazingwekkende is dat de voetbalwereld universaliteit van (spel-)regels onderschrijft. Misschien vindt u dat vanzelfsprekend, maar ik niet. In een tijd waarin alles wankelt en de naoorlogse Washingtonconsensus wordt uitgedaagd (krijgen we te maken met Aziatische mensenrechten, Russische opvattingen over soevereiniteit, sharia-rechtsstatelijkheid, westers-liberale interventieregels?), is het fantastisch en leerzaam dat er een basis is voor één buitenspelregel, en één consensus over gevaarlijk spel. De laatste arena van universeel multilateralisme.