EU Forum

Leve de technocratie – Liever geen gekozen Commissarissen

11 Jun 2012 - 00:00

In reactie op Fred van Staden betoogt Schout dat de kracht en legitimiteit van de Europese Commissie in haar onafhankelijkheid ligt. Toch is er een groot gebrek aan vertrouwen in de Commissie onder de bevolking. Om het Europees semester te laten slagen zou de technocratie moeten worden verscherpt met meer focus op de inhoud.

Het ‘Europees semester' laat zien hoe belangrijk de Europese Commissie aan het worden is. Naast de beleidsvoorbereidende taken die de Commissie sowieso al had, monitort de Commissie nu ook het economische beleid in de lidstaten, geeft ze aanbevelingen aan de lidstaten en kan eventueel zelfs boetes opleggen. Fred van Staden heeft op deze website het probleem van de legitimiteit van de Commissie besproken. Hij ziet - terecht - geen democratisch tekort aangezien de lidstaten zelf hebben gekozen voor deze beleidsstructuur door onder andere het sixpack en het Stabiliteitsverdrag aan te nemen. Bovendien zijn de Commissarissen uiteindelijk aangesteld door het Europees Parlement. Wel ziet Van Staden een probleem met de legitimiteit van de Commissie en de Commissarissen. De burgers kunnen deze ons opgelegde technocraten niet (individueel) wegsturen als zij ze niet vertrouwen. Expliciet stelt Van Staden dat ongekozen Commissarissen een "zwakke" legitimiteit hebben.

Hier verschillen Fred van Staden en ik van mening. De kracht van de Commissie – en daarmee haar legitimiteit – ligt juist in haar onafhankelijkheid. Jean Monnet had een diep wantrouwen tegen politici en wilde juist technocraten die bepalen wat goed beleid was. Deze visie op legitimiteit is ook terug te vinden in de manier waarop in Nederland toezichtorganen zijn ingericht, zie bijvoorbeeld de aanstelling van president van De Nederlandse Bank (Klaas Knot), de directeur van het CPB (Coen Teulings), of rechters. Deze functionarissen moeten uitspraken doen zonder geregeerd te worden door de politieke waan van de dag of peilingen. Hun legitimiteit komt voort uit hun inhoudelijk en onafhankelijk gezag en niet door democratische legitimatie. Dit is het wezen van de technocratie: je komt pas voor zo’n functie in aanmerking als je het inhoudelijke vertrouwen geniet. De inbreng van deze functionarissen moet gezien worden in het licht van de gehele beleidskolom: zij leveren onderbouwingen voor beleid en zien toe op de uitvoering van beleid. Normstelling gebeurd door democratische politici – de onderbouwing en handhaving gebeurd op basis van inhoud. Met deze verdeling van taken is de legitimiteit geborgd door de combinatie van inhoudelijke en democratische legitimiteit.

Het probleem van de Commissie en de Commissarissen komt dus niet voort uit hun zwakke democratische legitimiteit. Het gebrek aan vertrouwen in de Commissie is reëel. In 2007 vertrouwde 52% van de Europese bevolking de Commissie nog; eind 2011 was dat gedaald tot 34%. Over de redenen kunnen we alleen maar speculeren, maar mijn vermoeden is dat de Commissie geen duidelijk profiel heeft – het straalt geen gezag uit omdat het onduidelijk is waarop de legitimiteit is gebaseerd. Rehn kiest een inhoudelijke koers: hij verdedigt zijn onafhankelijk profiel en houdt Nederland aan de 3% regel, maar maakt een inhoudelijke – en naar het schijnt verstandige – afweging als hij Spanje juist een jaartje extra geeft.

Commissievoorzitter Barroso, daarentegen, maakt van zijn inhoudelijke legitimiteit een potje. Soms zoekt hij goedkeuring voor zijn beleid bij het Europees Parlement, soms probeert hij stoer te doen en te stellen dat hij onafhankelijk is, en meestal probeert hij doodordinaire politieke deals te sluiten, vooral met de grote landen. Hij verdedigt bijvoorbeeld een slecht EU budget niet op basis van de inhoud – dan zou hij het landbouwbeleid verder aanpakken of vechten tegen het pompen van geld via regionale fondsen - maar omdat hij zo denkt een meerderheid te hebben voor zijn budgetvoorstel. Dat levert slecht beleid op, een onbetrouwbaar imago, en bovendien ondergraaft het zijn inhoudelijke expertise. Barroso’s gezag is dan ook uitgehold. De geruchten – relevant voor de reputatie van de Commissie – gingen het hele voorjaar dat Barroso zich wilde bemoeien met de conclusies van zijn ‘onafhankelijke’ Commissaris Rehn.

Van Staden’s suggestie om Commissarissen te kiezen zou Jean Monnet’s idee van de Commissie verder doen verwateren. Het zou meer politiek en minder inhoud beteken. De politieke legitimiteit ligt bij de Raad (en het EP, maar die staan bij het Semester op afstand); de Commissie moet haar inhoudelijke legitimiteit bewaken.

Om het Europees Semester te laten slagen en om het vertrouwen in de Commissie te borgen, zijn veranderingen in de functies van de Commissie nodig om tot een scherpere afbakening van haar legitimiteit te komen. De onafhankelijkheid van de Commissie moet verder worden uitgewerkt. Dit houdt, mijns inziens, in dat de Commissie in de huidige vorm niet meer kan voortbestaan. Nu is het een opeenstapeling van taken die kwalitatief totaal verschillend zijn. In vergelijking met Nederland is de Commissie onderbouwer (CBS en CPB), beleidsvoorbereider (MinELenI; MinFin), toezichthouder en rechter tegelijk. En dat allemaal onder leiding van de politiek marchanderende Barroso. Hier gaat het niet om meer democratisch toezicht maar vooral om het verscherpen van de technocratie. Haal Eurostat en grote delen van DG EcoFin (Rehn’s afdeling) weg bij de Commissie en zet ze apart zoals dat ook gebeurd is in het meer volwassen Nederlandse bestuurssysteem met bijvoorbeeld het CBS, CPB en AFM. Zij staan op afstand van de ministeries met onafhankelijk leiderschap. We denken er in Nederland toch ook niet over om de directeuren van dit soort instellingen te kiezen?