Research

Europe and the EU

Op-ed

Logisch: Europa moet vereenzelvigheidsvoetbal spelen

06 Apr 2016 - 10:58
Bron: Bas van der Schot

Paul Scheffer stelt dat de EU alleen kan bloeien als het een ‘vereenzelvigingsgemeenschap’ is. Maar dat kan ze alleen worden als Europa een model is dat andere landen graag willen nadoen, niet aanvallen.

In het essay De vrijheid van de grens is Paul Scheffer tot de conclusie gekomen dat de EU de komende vijftien tot twintig jaar geen nieuwe lidstaten meer moet accepteren. Jammer voor Oekraïne en Turkije, ook voor een paar Balkanstaten in de wachtkamer. Het gaat om meer dan een afvinklijstje van wel/niet voldoen aan toetredingsvoorwaarden. De EU worstelt met een overlevingscrisis en het gaat om het afbakenen van een gemeenschap die aan uitbreiding dreigt te bezwijken.

Die analyse is verre van origineel, maar daarom niet minder interessant, of onjuist. Laten we Scheffers gedachtengang in onrechtvaardig weinig zinnen volgen. Een constructie als de EU kan alleen maar bloeien als het een ‘vereenzelvigingsgemeenschap’ is, waarin Duitsers, Zweden, Nederlanders, Roemenen en Letten elkaar als medeburgers ervaren. Dat kan volgens Scheffer na opheffing van de binnengrenzen alleen maar met een goed beschermde gemeenschappelijke buitengrens. Volgende stap: wil Europa zijn waarden beschermen, dan moet het ook een veiligheidsgemeenschap willen worden. En als het een veiligheidsgemeenschap wil zijn, is ‘een meer machtspolitieke rol van Europa onvermijdelijk’. Een na de Tweede Wereldoorlog omstreden idee, zeker als Duitsland daarin de aanvoerder zou zijn, maar de Europese Unie is nu ‘blootgesteld aan deze dwang tot grote politiek’.

Waar liggen nu die grenzen? Het Latijnse christendom, het cement van de rechtsstaat, de wil om conflicten niet bloederig op het slagveld maar pratend rond de tafel op te lossen, de corruptiegrens, het zijn allemaal plausibele criteria, waar ook Scheffer wel iets op heeft af te dingen (we zijn binnen de EU ook niet altijd vredelievend geweest, en ook niet altijd even onkreukbaar en democratisch en rechtsstatelijk). Maar de conclusie is: nu is het echt mooi geweest.

Wat mij betreft een acceptabele conclusie, maar de gedachtengang ernaartoe is in drie opzichten arbitrair. Eén: elke gemeenschap heeft per definitie een buitengrens, tussen leden en niet-leden, maar ik zie niet onmiddellijk in waarom dat een geografische buitengrens zou zijn.

Twee: de stap van vereenzelvigingsgemeenschap naar een veiligheidsgemeenschap is denkbaar, maar geen onvermijdelijke.

Drie: de stap van een veiligheidsgemeenschap naar een machtspolitieke wereldspeler is een optie, maar wederom geen noodzakelijke.

Bij de eerste stap kun je zeggen dat je je in de 21ste eeuw ook kunt vereenzelvigen met partners die aan de andere kant van de wereld wonen. De vereenzelvigheidsgemeenschap kent geen grenzen. Er zijn liberale democratieën buiten die Europese grenzen, Hongarije ligt erbinnen. En (niet alleen) de realistische school is hier ook hard maar helder: je moet je veiligheid soms delen met partners die niet je vrienden zijn.

Bij de tweede stap kun je zeggen dat het twintigste-eeuws naïef is om te denken dat een veiligheidsgemeenschap nog een territoriaal concept is. Die illusie is na 1945 verlaten, toen we doorkregen dat een continent niet meer te verdedigen is maar hoogstens via afschrikking te vrijwaren van agressie. Met cyberwapens en terrorisme is zelfs die vrijwaring niet meer te garanderen, en zeker niet met slagbomen of Frontex. Resteren slechts de idealen van de vereenzelvigde veiligheid: we koesteren wel dezelfde vrijheid, maar we kunnen de aanslagen erop niet tegenhouden en ook niet meer honderd procent afschrikken. Wel slim vóór zijn: smart power.

De derde stap: Europa supermacht? Dat is een vlucht vooruit waarvan je misschien kunt dromen, maar die er heus niet in zit. De EU moet zichzelf opnieuw uitvinden als macht waarin het altijd het sterkste geweest is: als generator van waarden, een model voor andere landen die ons graag willen nadoen, niet aanvallen. Op zijn Cruijffiaans gezegd: door aan de bal te blijven, alle hoeken van het veld te gebruiken en aantrekkelijk te spelen. Vereenzelvigheidsvoetbal.