Research

Op-ed

Markante persoonlijkheid

14 Nov 2007 - 11:01
De dood van Henk Vredeling, oud-minister van Defensie in het roemruchte eerste kabinet-Den Uyl, verplicht tot meer dan een greep in de oude knipselmap. Men moet geen overlijdensadvertenties recenseren, maar dat hij door zijn PvdA met het obligate 'we verliezen in hem een markante persoonlijkheid' wordt uitgezwaaid, doet hem tekort.

Vredeling veroorzaakte een revolutie in het naoorlogse defensiebeleid met de nota Om de Veiligheid van het Bestaan. Daarin toonde hij aan dat bezuinigen en rationaliseren konden samengaan met een betere krijgsmacht. Ook bewees hij dat een voorliefde voor Europa niet per se gelijkstond aan blind anti-Amerikanisme.

Veel geesten, ook die van hoge ambtenaren en politici, waren mentaal niet rijp voor die verandering. Vredeling werd gewantrouwd als de pest, misschien nog wel meer door rechtse rakkers in Nederland dan door de grote bondgenoot zelf die alles in de gaten hield. Zijn voorganger De Koster (VVD) was een gratis informant van de Amerikaanse ambassadeur en noemde het defensiebeleid van Vredeling bij voorbaat 'een disaster' en suggereerde de Amerikanen dat hij via zijn oude makker Leber (Duitse minister van Defensie) wel een campagne tegen Vredeling op touw kon zetten. De hoogste ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Rutten, spoedde zich achter de rug van Vredeling om naar de Amerikanen om hen ervan te verzekeren dat ze maar niet naar hem moesten luisteren. Hij noemde Vredeling in vorig jaar vrijgegeven Amerikaanse telexen een 'prime transgressor', een minister die de gespreksruimte die de Amerikanen boden om over atoomwapens in Europa te praten eigenlijk misbruikte en zijn boekje te buiten ging als hij zijn twijfels over die wapens uitsprak. 'Vredelings remarks did not, repeat not, represent Government of the Netherlands policy, Rutten emphasized.'

De Amerikaanse ambassade rapporteerde bij het aantreden van het kabinet-Den Uyl een tijdelijke shakedown in de betrekkingen, maar zag na de wittebroodsweken in politici als Den Uyl, Van der Stoel en Vredeling toch 'de meest ervaren, bekwame en best gepositioneerde left wing leaders waar de Amerikaanse regering de komende tijd het waarschijnlijk mee moest doen'. Direct na het aantreden van Den Uyl-1 stuurde de Amerikaanse ambassade een Security Assessment Report naar Henry Kissinger. Hoe veilig was de uitwisseling van inlichtingenverkeer tussen de twee landen, en het toezicht op bijvoorbeeld de Amerikaanse kernwapens die hier lagen? 'Voor het eerst sinds kort na de Tweede Wereldoorlog is er een socialistische premier, en socialistische ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken. De drie betrokken individuen zijn gematigde en verantwoordelijke mannen en we hebben geen reden aan te nemen dat de bescherming van geclassificeerde militaire informatie door hun komst verandert.'

Vredeling was natuurlijk wel iemand die gevolgd moest worden. Hij gold als een voorstander van een Franse straaljager (het werd de huidige F-16), en als een bondgenoot die niets van rechtse dictaturen moest hebben die door de Verenigde Staten wel gewoon werden gesteund. Op Zuid-Europese dictaturen, zeker als zij onze bondgenoten binnen de NAVO waren, had Vredeling het sowieso niet. Zo veroorzaakte hij deining door op een NAVO-conferentie zijn Amerikaanse ambtgenoot in diens gezicht te vragen of hij wat zou voelen voor een 'soort omgekeerde Brezjnev-doctrine' en het Griekse kolonelsbewind uit het zadel te wippen. Export van democratie, regime change, dat lijkt eenentwintigste-eeuwse neoconservatieve taal uit Washington, uit de mond van een Europa-gezinde PvdA-minister. De verbouwereerde Amerikaanse minister Schlesinger voelde er niets voor - 'het zou al gauw op inmenging in binnenlandse aangelegenheden lijken'. Hij mompelde: 'Interessante gedachte,' een beleefdheidfrase die later nog telefonisch aan Vredeling werd uitgelegd als 'einde discussie svp'.

Een Nederlandse minister van Defensie die aan zijn Amerikaanse collega om politieke steun vraagt voor een regime change in een ondemocratisch land, we mogen het niet met Irak 2003 vergelijken maar toch... wel héél markant.