Misplaatst optimisme over uitbreiding EU

14 Oct 2011 - 12:55
Op 12 oktober werd duidelijk welk land mogelijk na Kroatië het 29e lid van de Europese Unie wordt. Montenegro is dit jaar de winnaar van het jaarlijkse examen dat de Europese Commissie afneemt bij (potentiële) kandidaat-lidstaten. Brussel stelt voor de echte onderhandelingen met dit land te beginnen waarmee de laatste fase van het toetredingsproces ingaat. Montenegro is een klein land met een bloeiende toeristenindustrie dat zich gemakkelijk moet kunnen aanpassen. De Euro heeft het al ingevoerd. Problematisch zijn het gebrek aan optreden tegen corruptie en georganiseerde misdaad. Hopelijk zijn ze er zich in Podgorica van bewust dat de lat bij deze onderwerpen erg hoog is komen te liggen. In Belgrado is met gemengde gevoelens gereageerd op het bod van Brussel. Het land wordt voorgedragen voor de kandidaat-status in de veronderstelling dat het de afgebroken dialoog met Kosovo weer oppakt. Er deden geruchten de ronde dat men van deze aanbeveling -want meer is het niet en de Europese Raad beslist - wilde afzien vanwege de spanningen in het Servische deel van Kosovo en de door Servië afgebroken dialoog over technische samenwerking met de voormalige provincie. De EC heeft evenwel de volledige samenwerking met het Joegoslavië-Tribunaal (Mladic en Hadzic naar Den Haag) en de bij hervormingen geboekte vooruitgang zwaarder laten wegen. Maar als handreiking naar mogelijke kritische lidstaten heeft zij ook laten weten dat lidmaatschapsonderhandelingen pas kunnen plaatsvinden bij een wezenlijke verbetering van de dialoog tussen Belgrado en Pristina en het herstel van het gezag van EULEX, de rule of law operatie van de EU, in heel Kosovo - dus ook het Noorden. Een Servische krant, verwijzend naar de keus die het land is voorgelegd, kopte: "De EU of Kosovo". De eis van Brussel is begrijpelijk want weinig lidstaten zullen bereid zijn via uitbreiding van de EU dit regionale conflict te importeren. De Europese Commissie gaat niet zover dat het aandringt op erkenning van Kosovo door Servië - daarover is de EU intern verdeeld. Ik ben evenwel benieuwd of de Europese Raad in december akkoord zal gaan met de aanbeveling om de kandidaat-status te verlenen - dat zal wellicht afhangen van de al dan niet hervatte dialoog met Kosovo. Overigens mag men in deze kwestie ook de nodige medewerking van de Kosovaarse regering eisen. De sleutel tot Brussel mag niet in de handen van Pristina komen te liggen.

De verantwoordelijke commissaris Fule presenteerde zijn jaarbericht met een dosis optimisme. Ik deel dat niet. Zelfs in het geval van Kroatië kan er nog een kink in de kabel komen. Het land heeft nog behoorlijk wat huiswerk te doen en wanneer het daarin niet slaagt, kan lidmaatschap worden uitgesteld. De kandidatuur van Servië is problematisch en Macedonië wacht al geruime tijd op het begin van onderhandelingen - de Europese Commissie is daar voorstander van maar de Europese Raad kan maar geen besluit nemen vanwege de naamskwestie.

Montenegro is een betrekkelijk gemakkelijke kandidaat, bij de overigen is het afwachten. Het tempo van hervormingen is veelal traag - men krijgt de indruk dat lidmaatschap niet meer zo belangrijk wordt geacht. De consensus over toetreding verbrokkelt terwijl dit één van de sterke punten was van de landen die in 2004 en 2007 toetraden. Dit hangt samen met politieke instabiliteit en nationalistische oprispingen wat niet bepaald de kenmerken zijn van sterke kandidaten. De door de EC geroemde transformative power van de EU heeft te weinig effect. De publieke opinie is minder enthousiast over EU-lidmaatschap dan in het verleden.

Dit gaat in meer of mindere mate op voor Albanië en Bosnië-Herzegovina. De vraag is of die landen zichzelf aan hun haren uit het moeras moeten trekken of dat we hen een handje kunnen helpen. Ik ben een verklaard tegenstander van het versoepelen van de toetredingsvoorwaarden. Die zijn juist - en terecht - strenger geworden. Die les is getrokken uit eerdere uitbreidingen. Wat me wel dwars zit is het onvermogen van de EU om een aantal van de genoemde politieke obstakels aan te pakken: de naamskwestie, de gebrekkige staatsvorming in Bosnië-Herzegovina en Kosovo.

En dan Turkije. De onderhandelingen zijn in feite vastgelopen omdat Turkije Cyprus nog steeds niet erkend heeft als EU lid en Frankrijk niet wil praten over beleidshoofdstukken die vooruitlopen op lidmaatschap. Ik verwacht niet dat de zelfbewuste regering in Ankara tot erkenning van Cyprus zal overgaan. 2012 wordt weer een verloren jaar in het toetredingsproces. Maar of beide kanten daarmee zitten, betwijfel ik. De Europese Commissie beveelt aan om dan maar de samenwerking op andere terreinen te verdiepen.

De Europese Commissie hamert er voortdurend op dat het uitbreidingsproces geloofwaardig moet zijn, binnen de EU en bij de (potentiële) kandidaat-lidstaten. In mijn ogen hoort daarbij ook een realistische inschatting van de valkuilen.